De prestaties van grote, Europese banken in de nasleep van de financiële crisis

Deze beleidsnota wil een overzicht bieden van de prestaties van 50 grote, Europese banken in de nasleep van de financiële crisis.

Dit onderzoek is een methodologische oefening die illustreert hoe moeilijk het kan zijn om de prestaties van banken te beoordelen in al hun dimensies. De lijst van beste en slechtst presterende banken moet dan ook genuanceerd bekeken worden. Het is niet de bedoeling om een ranglijst van de topbanken te maken, maar het is wel de bedoeling om aan te tonen dat een goede, algemene prestatie niet wegneemt dat de prestaties voor afzonderlijke deelaspecten minder goed zijn. Zo kan je een goede rentabiliteit  ook verklaren door het nemen van meer risico's, of door bepaalde externe factoren. 

Diverse aspecten warden geëvalueerd.

Hoe meet je de prestaties van een bank?

Het is vrij makkelijk om een lijst van indicatoren op te stellen op basis waarvan je banken rangschikt van beste naar slechtste presteerders. Het is echter veel moeilijker om te definiëren wat je precies verstaat onder de prestaties van een bank. Je kan heel wat verschillende dimensies in beschouwing nemen. Presteert een bank goed wanneer de klanten tevreden zijn? Of eerder wanneer de bank meer rendabel is? Kijk je naar de prijs van de aandelen of naar de mate waarin een bank risico’s neemt? Wanneer een bank bovendien goed presteert op één van deze dimensies, betekent dat dan ook dat de bank het ook goed doet voor de andere dimensies? Het is dus een uitdaging om de prestaties van een bank te beoordelen vanuit een breed perspectief.

Welke 50 banken zijn meest representatief voor de Europese bankwereld?

De Europese banksector is vrij divers en complex. Omwille van verschillende redenen is het een echte uitdaging om een relevante steekproef van 50 banken samen te stellen. Sommige landen mogen niet over- of ondervertegenwoordigd zijn. Het is ook niet altijd even eenvoudig om af te bakenen tot waar de bankensector reikt: sommige spelers voeren bankactiviteiten uit terwijl het eigenlijk geen banken zijn, sommige banken zijn gefusioneerd of werden pas na de crisis opgericht en moeten dus anders bekeken worden dan banken die de crisis overleefd hebben… We stellen een zorgvuldige selectie van 50 banken voor die toelaat om relevante conclusies te trekken.

Hoe is de prestatie van banken geëvolueerd sinds de periode voor de crisis?

We vertrekken vanuit vier centrale dimensies van prestatie, nl. winstgevendheid, risico, de evolutie op de beurs en consumentenvertrouwen. We meten deze dimensies via verschillende Key Performance Indicatoren. Winstgevendheid wordt bepaald via de return on assets (ROA), de return on equity (ROE) en de kosten-inkomstenratio (CIR). Risico wordt bepaald door de loan-to-deposit ratio. De evolutie op de beurs wordt gemeten aan hand van de aandelenprijzen op het einde van het jaar. Voor consumentenvertrouwen wordt gekeken naar de groei van deposito’s.
Daaruit blijkt dat de winstgevendheid van de Europese banken sinds 2006 drastisch gedaald is, maar wel relatief stabiel gebleven is sinds 2011. Sinds 2006 nemen banken steeds minder risico’s. Tussen 2006 en 2009 kreeg het consumentenvertrouwen een flink knauw. Ondertussen is het vertrouwen relatief gestabiliseerd, maar nog ver van het niveau van voor de crisis. Tussen 2006 en 2008 daalde de koers op de beurs dramatisch, maar sinds 2011 is er een geleidelijke verbetering.

Wie zet de beste en slechtste prestaties neer in de nasleep van de crisis?

Op basis van de steekproef van 50 grote, Europese banken werden alle KPI’s samengevoegd en werden de beste en slechtste banken voor 2014  geïdentificeerd. Daaruit blijkt dat geen enkele grote Europese bank het ofwel heel goed ofwel heel slecht doet voor elk van de dimensies. Een voorbeeld. De nummer 1 bank is de Zweedse Svenska Handelsbanken. Voor alle KPI’s doet deze bank het relatief beter dan de rest van de steekproef, behalve voor het aspect risico. Anderzijds zien we in de groep van 10 banken met de slechtste prestaties de Royal Bank of Scotland, hoewel het risiconiveau hier eigenlijk lager ligt dan het gemiddelde risico dat de 10 beste banken nemen.

Is er een verband tussen grootte en prestatie?

Tenslotte onderzoeken we het verband tussen bankgrootte en KPI’s. Uit de resultaten blijkt dat de grootste banken uit de steekproef in vergelijking met de kleinste banken minder winstgevend zijn, maar ook minder risico’s nemen en een betere evolutie van de aandelenprijs noteren.

Download de beleidsnota "The performance of large EU banks in the wake of the financial crisis"

Gerelateerd nieuws

  1. Hoe bescherm je de privacy van de klant in de financiële sector?

    Datum: 23-03-2016
    Categorie: Nieuws over onderzoek
    Nu de financiële sector in toenemende mate digitaliseert, rijzen er ook steeds meer vragen rond gegevensbescherming en de privacy van de klanten. Banken verzamelen enorme hoeveelheden data over individuen, meer bepaald via bankrekeningen, transacties met kredietkaarten of mobiel bankieren. Enerzijds opent het gebruik van big data in de financiële sector deuren om beter in te spelen op de behoeftes van de klanten. Aan de andere kant is er ook een groot obstakel, nl. de privacy van de klanten en de bescherming van hun gegevens.
  2. Financiële markten en risico's

    Datum: 04-09-2015
    Categorie: Nieuws over onderzoek
    “Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better ... Mijn eerste academische mentor was een professor aan de Universiteit Carlos III in Madrid, waar ik toen een bacheloropleiding volgde. Hij geloofde in mij en nam me onder zijn hoede. Ik heb heel wat van hem geleerd, onder andere dit citaat van Samuel Beckett. Volgens mij beschrijft het twee van mijn belangrijke karaktertrekken: vastberadenheid en geduld." Aan het woord: David Veredas, sinds kort professor financiële markten bij Vlerick. Zijn onderzoek richt zich specifiek op systeemrisico en staartrisico en -correlatie.
Alle artikels