Grenzen aan democratisering. Twee verklaringen voor de huidige politieke ellende.

Door Ralf Wetzel, professor Organisatie & Management aan Vlerick Business School

Rwanda. Somalië. Irak. Afghanistan. Libië. Egypte. En Syrië. En opnieuw Irak. Het lijstje mislukte moderne politieke tussenkomsten is eindeloos. Succesverhalen vormen een uitzondering. Slechts een handvol is het vermelden waard, zoals het naoorlogse Duitsland en Zuid-Afrika na de apartheid. Hoe komt dat? Mensen die meer inzicht proberen te krijgen in gebrekkig functionerende of zelfs ‘mislukkende’ staten, maken vaak twee cruciale fouten, voornamelijk omdat ze de voorwaarden voor maatschappelijke interventie in de moderne wereld negeren.

De drie vormen van maatschappelijke vooruitgang

Zeggen dat de maatschappelijke omstandigheden en het ontwikkelingsniveau wereldwijd aanzienlijk uiteenlopen, blijft vaag. Het fundamentele verschil, dat verschillen in rijkdom, politieke deelname of toegang tot onderwijs overstijgt, schuilt in de toestand van de maatschappelijke vooruitgang. Deze term interpreteren we hier in de betekenis die de Duitse socioloog Niklas Luhmann er in de tweede helft van de 20e eeuw aan gaf. In zijn uitgebreide werk over maatschappelijke vooruitgang en differentiatie beschrijft hij drie vormen van maatschappelijke differentiatie: a) een perifere maatschappij die een onderscheid maakt tussen een centrum en de periferie, b) tussen boven en onder, in een gestratificeerde orde, en c) tussen verschillende functionele domeinen, zoals de economie, de politiek of het onderwijs in een moderne samenleving. Dergelijke centrum-|periferiegebaseerde maatschappijen ontstonden in de begindagen van de maatschappelijke vooruitgang, toen verschillende stammen op een beperkte ruimte actief werden en volledig moesten vertrouwen op fysiek samenleven en interageren. Het oude Griekenland en het middeleeuwse Europa zijn dan weer voorbeelden van boven|onder-ingedeelde maatschappijen, waarin verschillende sociale lagen (slaven|ambachtslieden|adel), de parallelle religieuze hiërarchie en de globale dominantie van een religie (de wereldlijke uitdrukking van een veronderstelde goddelijke wil) de maatschappelijke wereld bepaalden. In de 18de eeuw ontstond vooral in Europa en Noord-Amerika een nieuwe vorm van maatschappelijke differentiatie, de zogenoemde functioneel gedifferentieerde maatschappij. Daarin is de ranking met verschillende sociale lagen vervangen door de opkomst van verschillende maatschappelijke domeinen, zoals de economie, de politiek, het onderwijs of de wetenschap. Religie zette een stap terug. Ze verloor haar eminente rol als belangrijkste en hoogstaande waarnemer van de maatschappij en werd een van de vele functionele milieus. Sindsdien is de westerse moderne samenleving haar hiërarchische fundamenten kwijt.

Functionalisme als voorwaarde voor moderne democratie

Vandaag is het de politieke ambitie dat de moderne democratie wereldwijd het toonvoorbeeld van regeren wordt. Daarmee wordt de toepasbaarheid ervan schromelijk overschat. Het concept democratie kwam aanvankelijk tot stand in zeer specifieke en onwaarschijnlijke omstandigheden in één laag van de oude Griekse samenleving. Die eerste vorm verdween samen met de politieke en maatschappelijke context waar hij geboren was, en deed opnieuw zijn intrede als de politieke uitkomst van de renaissance, waarmee een einde kwam aan de middeleeuwse orde in Europa. De samenlevingen in Europa evolueerden toen van stratificatie naar functionalisering. Zowel de economische als de politieke communicatie ontkoppelde zich van de religieuze basis en daagde die ook uit, wat tot uiting kwam in de grote aardverschuivingen die zich tussen de 15de en de 17de eeuw voordeden in het politieke landschap. Religie boette aanzienlijk in aan maatschappelijke invloed, en partijen en ondernemingen maakten zich los van hun religieuze wortels. Democratie werd een kernprogramma voor het politieke systeem in de eerste invloedrijke moderne Europese naties, zoals Engeland en Frankrijk, en zou later ook een sleutelrol krijgen in de Noord-Amerikaanse staatsvorming. Democratie kan inspelen op de vraag naar een brede participatie van individuen in die maatschappijen en dankt daaraan haar succes. Was er geen maatschappijbrede politieke communicatie geweest, gebaseerd op de oproep tot participatie en inclusie, dan had democratie niet bestaan. Democratie werd de modus vivendi van de hedendaagse maatschappelijke politiek.

De moderne relevantie van organisaties

Met de functionalisering van de maatschappij begon een ander sociaal systeem aan een buitengewoon succesvolle carrière: de formele organisatie. Die deed het al uitstekend in lokale projecten, zoals bij de aanleg van dammen, in het leger en in religieuze ordes, waardoor het aantal organisaties exponentieel toenam terwijl de gestratificeerde maatschappij van weleer verdween. Aangezien de algemene stabiliteit van gestratificeerde maatschappijen plaats moest ruimen voor moderne dubbelzinnigheid en individuele onzekerheid omdat de moderne samenleving steeds heterogener werd, namen organisaties hun taken over. De wereldlijke hiërarchie van organisaties komt tegemoet aan de nood aan stabiliteit en biedt duidelijkheid, concrete doelstellingen en individuele inclusie. Formele administratie werd de spil waarrond naties werden opgebouwd, en formele procedures garandeerden dat democratische principes werden toegepast. Bovendien zijn organisaties de belangrijkste en vrijwel enige manier waarop een moderne samenleving zichzelf kan bijsturen. Politieke en economische ingrepen draaien niet meer zozeer om het inzetten van materieel, een overweldigend aantal soldaten of hulpmiddelen. Bij dergelijke interventies zien we nu vooral dat een organisatie (regering, onderneming, leger, ngo, Verenigde Naties, noem maar op) tussenkomt in een andere organisatie (regering, leger, bedrijf, school) of een ander sociaal systeem (economie, onderwijspolitiek of quasi-systemen als naties en netwerken). Alleen organisaties kunnen nog worden aangewend. Andere middelen zijn we onderweg kwijtgeraakt. De vorm van democratie die we vandaag kennen, is dan ook onlosmakelijk verbonden met de sleutelelementen van moderne westerse maatschappijen, namelijk functionalisering en organisationalisering.

Premoderne maatschappijen

Een snelle blik op de constitutie van de ‘naties’ waar nu wordt ingegrepen, leert dat die basisvereisten voor een moderne democratie daar ontbreken. Zonder uitzondering treffen we er gestratificeerde of zelfs perifere maatschappijen aan waar aan geen enkele voorwaarde voor de implementatie van een westerse vorm van democratie wordt voldaan. Zeer algemeen gesteld zou die er zelfs niet betekenisvol zijn. De cognitieve horizon van deze maatschappijen hangt net zo samen met hun vorm van sociale differentiatie als dat het geval is voor een moderne westerse samenleving. Het heeft letterlijk geen zin om een democratisch systeem in te voeren in een premoderne samenleving, omdat de algemene noties van en de klemtoon op heteronomie, gelijkheid en individualiteit simpelweg ontbreken en niet verankerd zijn in de constitutie van de maatschappijen. Het is namelijk niet mogelijk om premoderne regelgevingen te handhaven in moderne omstandigheden. Kortom, een democratie is onbruikbaar en de pogingen om een dergelijk politiek en sterk georganiseerd programma in te voeren, zijn onvoorstelbaar naïef. Ook de organisatiegebonden stijl van de tussenkomst is niet gepast. Verschillende maatschappelijke constituties zijn gebaseerd op verschillende vormen van tussenkomst, en met organisaties tussenkomen in een maatschappij die daar niet aan gewend is, zal nooit het beoogde effect bereiken.

En nu? Op zoek naar functionele alternatieven

Het is duidelijk dat het Westen er onterecht van uitging dat een moderne technologie om collectief bindende beslissingen te nemen ook werkt in omstandigheden waar niet is voldaan aan de essentiële voorwaarden. Bovendien bleef het blind voor het feit dat politieke interventies door middel van organisaties niet aanslaan, omdat er simpelweg amper organisaties zijn om in tussen te komen. Nu moet in de eerste plaats worden gezocht naar functioneel gelijkwaardige alternatieven voor een democratie, die de maatschappijen in kwestie kunnen stabiliseren en een link kunnen leggen naar moderne omstandigheden voor besluitvorming en participatie. Een alternatief programma dat collectief bindende beslissingen kan nemen (zoals een democratie doet voor moderne landen), moet hoe dan ook rekening houden met de verschillende maatschappelijke constituties. Die zoektocht wordt pijnlijk, omdat westerse waarden en mythes als gelijkwaardigheid en individualiteit niet geprojecteerd zullen zijn in de uitkomst. Het is een illusie om te geloven dat die waarden met moderne, westerse middelen naar een premoderne maatschappij kunnen worden getransponeerd. De enige manier is het fundamentele verschil van premoderne maatschappijen eerst te erkennen, te aanvaarden dat de waarden en idealen aan de andere kant fundamenteel anders zijn en na te gaan wat mogelijk is voor de ontwikkeling van zowel de (arrogante) moderne als de (onwetende) premoderne maatschappijen terwijl ze samen evolueren. Dat pijnlijke proces zal altijd gepaard gaan met lokale oorlogen. Dat is bijna onvermijdelijk. We kunnen het maar beter onder ogen zien: deze kwestie zal niet makkelijk opgelost raken.

Gerelateerd nieuws

  1. Tijd om de clown terug te halen

    Datum: 08-06-2016
    Categorie: Opiniestukken
    Met de Panama Papers veroorzaakt modern management opnieuw een volgende morele ramp. Gek genoeg worden er amper lessen getrokken uit vorige schandalen. Volgens professor Ralf Wetzel zullen managementwetenschap en -praktijk geen soelaas brengen voor de crisis die de manager momenteel doormaakt. Er is nood aan een nieuw rolmodel dat de platgetreden paden van management verlaat.
  2. Geschiloplossing in de Belgische bedrijfswereld: tijd voor een wake-upcall

    Datum: 07-06-2016
    Categorie: Opiniestukken
    Uit een aantal enquêtes die de afgelopen vijf jaar zijn gehouden in Europa en de Verenigde Staten blijkt dat bedrijven steeds vaker in rechtszaken verwikkeld zijn. Wat wordt uitgegeven aan honoraria en andere proceskosten zijn opbrengsten die nooit zullen worden uitgekeerd aan aandeelhouders of geherinvesteerd in het bedrijf. Ook belangrijk is het negatieve effect dat procesvoering doorgaans heeft op zakenrelaties. Professor Barney Jordaan pleit voor bemiddeling als een betere manier om een bedrijfsgerelateerd geschil op te lossen.
Alle artikels