Intellectuele eigendom in de farmaceutische sector en globale gezondheidszorg: een goede match

Bron: Pharma Times Magazine (mei 2016); Auteurs: professor Walter Van Dyck (directeur van het Vlerick Healthcare Management Centre) en professor Leo Neels (voorzitter van de adviescommissie van het Vlerick Healthcare Management Centre)

In een ideale wereld heeft iedereen toegang tot een hoogwaardige en betaalbare gezondheidszorg. De realiteit is echter helemaal anders: niet elk land heeft een goed ontwikkeld, doeltreffend en betrouwbaar gezondheidssysteem. Vooral rijke landen profiteerden van de medische vooruitgang, en farmaceutische bedrijven werden publiekelijk aan de schandpaal genageld, omdat ze focusten op deze landen en op markten die de gevraagde prijs konden betalen. En dat prijskaartje kon behoorlijk oplopen. De bedrijven wilden immers hun hoge R&D-kosten terugverdienen.

Tot de Wereldgezondheidsorganisatie de term verwaarloosde ziekten in het leven riep: een verzamelnaam voor ziekten die werden geassocieerd met armoede en te weinig in de belangstelling stonden. Vanaf dat ogenblik ging heel wat aandacht naar ziekten die al lang waren uitgeroeid in de ontwikkelde wereld en hoofdzakelijk voorkwamen in landen rond de evenaar.

Vandaag ontwikkelen internationale organisaties belangrijke strategieën, worden liefdadigheidsinitiatieven op touw gezet – vooral de Bill & Melinda Gates Foundation is een centrale speler – en richten farmabedrijven de aandacht op verwaarloosde tropische ziekten. 

Tegenwoordig bestaan er goede behandelingen tegen hiv, malaria en tuberculose. Die konden worden ontwikkeld omdat alle belanghebbenden doelgericht en vastberaden de krachten hebben gebundeld, en wetenschap en kapitaal hebben samengebracht. Zo konden ze voorzien in medische behoeften die vroeger onvervuld bleven. De gezondheidsgerelateerde millenniumdoelstellingen stimuleerden in aanzienlijke mate de ontwikkeling van behandelingen die levens redden en ervoor zorgen dat deze ziekten minder slachtoffers eisen. Een significante vooruitgang, ook al zijn sommige doelstellingen niet gerealiseerd.

Daarnaast ligt de focus op vaccins. Gavi, the Vaccine Alliance slaat daarvoor de handen ineen met de Bill & Melinda Gates Foundation, de Wereldgezondheidsorganisatie, UNICEF, de Wereldbank en farmaceutische bedrijven, zoals GSK, Janssen, Novartis, MSD, Pfizer en Sanofi Pasteur. De stichting heeft als doel kinderlevens te redden door het wijdverbreide gebruik van vaccins. Ze voorkomen de verspreiding van ziekten, en zijn daardoor het allerbeste medicijn.

Dankzij Gavi en het Drugs for Neglected Diseases initiative (DNDi) raakten deze ontwikkelingen in een stroomversnelling. Het DNDi monitort het R&D-landschap voor verwaarloosde tropische ziekten – onder de noemer van een essentiële R&D-gezondheidsagenda. De organisatie ontwikkelt een gezamenlijk R&D-model voor enkele van de meest verwaarloosde tropische ziekten, zoals humane Afrikaanse trypanosomiase, leishmaniase, de ziekte van Chagas, filariasis en hiv bij kinderen. Daardoor wordt nu beter dan vroeger ingespeeld op de behoeften van patiënten in landen met een laag en gemiddeld inkomen. Het doel is nieuwe R&D-modellen en een dynamische benadering te creëren. Sinds kort focust de Medicines for Malaria Venture zich op malaria. In het recentste businessplan zijn ook andere ziekten opgenomen.

Globale toegang tot gezondheidszorg werd vaak gehinderd door gebrekkige gezondheidsvoorzieningen in arme en onstabiele landen enerzijds, en hoge prijzen voor geneesmiddelen anderzijds. Farmabedrijven dragen bij aan optimalere gezondheidsvoorzieningen door het bewustzijn te vergroten, opleidingen te organiseren en systemen te verbeteren. Zo bieden ze financiële ondersteuning aan ziekenhuizen en urgentieteams, en zetten ze opleidingen voor verpleegkundigen op touw.

Ook op het gebied van prijsstelling zijn de farmaceutische bedrijven sterk geëvolueerd. De incidenten met betrekking tot ‘westerse’ prijzen voor de eerste hiv-behandelingen in Zuid-Afrika leidden tot rechtszaken, en wereldautoriteiten uitten felle kritiek aan het adres van enkele farmabedrijven. Bovendien werd geopperd dat intellectuele eigendom en octrooien prijsmisbruik in de hand zouden werken. De farmaceutische industrie lag dus zwaar onder vuur. 

De farmabedrijven reageerden en namen tal van maatregelen. Een overzicht is te vinden op de website van de International Federation of Pharmaceutical Manufacturers & Associations (Developing World Health Partnerships Directory). Tegenwoordig zijn er heel wat prijsplannen op maat beschikbaar, die in lijn zijn met de levensstandaard in verschillende gebieden.

Dat maakt een flexibelere aanpak mogelijk: intellectuele eigendom wordt beschermd en beschouwd als een essentiële drijfveer voor investeringen in innovatie, én geneesmiddelen worden in armere delen van de wereld ter beschikking gesteld tegen prijzen die fair zijn voor de lokale patiënten. GSK kondigde onlangs aan geen octrooibescherming na te streven in landen met een laag inkomen, om lokale autoriteiten en patiënten makkelijker toegang te bieden tot geneesmiddelen. Deze nieuwe, ingrijpende stap werd genomen net voor een belangrijke bijeenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Het nieuwe initiatief dat werd aangekondigd door Sir Andrew Witty, CEO van GSK, is een prachtig voorbeeld van flexibele prijsstelling: prijzen die zijn aangepast aan de levensstandaard in verschillende landen. In de minst ontwikkelde landen met een laag inkomen (volgens de classificatie van de Wereldbank) worden GSK-medicijnen vrij ter beschikking gesteld van fabrikanten van generische geneesmiddelen voor lokale productie. In landen met een gemiddeld inkomen (zoals Guatemala, Pakistan en de Filipijnen) zal GSK octrooien aanvragen, maar actief op zoek gaan naar licentieovereenkomsten met generische bedrijven voor een klein percentage van de opbrengst. Verder geldt in alle landen met een gemiddeld en hoog inkomen evenals in de 20 grootste economieën volledige bescherming van de intellectuele eigendom. De prijsstelling is in deze landen navenant. Zo ontstaat een systeem waarbij de rijkere markten de armere markten ondersteunen. Voor opkomende landen als China, Brazilië en India met een grote kloof tussen arm en rijk worden betaalbare prijzen overeengekomen, afhankelijk van de situatie in elk land.

Ook de beslissing van Sir Andrew Witty is een voorbeeld van de ‘niet-marktstrategie’ van een internationaal bedrijf dat geloofwaardigheid en vertrouwen wil opbouwen. Het doel van een marktstrategie is duidelijk: waarde creëren en winst maken. Bij een niet-marktstrategie daarentegen draait alles om waarden, om hulpverlening in dit geval. Uiteraard moet dat altijd gezien worden in de context van de Ramsey-prijsstelling, die wordt toegepast door globale farmabedrijven. Volgens dit principe zijn de prijzen in markten gebaseerd op de bereidheid en het vermogen om te betalen. Omdat armere landen het sowieso moeilijk hebben om te betalen, kunnen farmaceutische bedrijven hun geneesmiddelen evengoed (bijna) gratis ter beschikking stellen, maar dan wel op een gecontroleerde manier. Deze strategie doet een beetje denken aan de beslissing van Microsoft om copycats in China niet te vervolgen, maar imitatoren in ontwikkelde landen wel degelijk voor de rechter te slepen. Is het doel daarvan de armen helpen? Misschien is het wel een manier van bedrijven om de touwtjes stevig in handen te houden en de distributie van hun producten te controleren in arme landen – waar ze anders sowieso worden gekopieerd. Het verlies dat ze daar lijden, moet dan maar worden goedgemaakt in rijkere economieën als de VS en Europa. Want uiteindelijk moet iemand betalen voor innovatie.

Gerelateerd nieuws

  1. Je geld of je leven: Een kritische noot

    Datum: 29-09-2016
    Categorie: Opiniestukken
    De verontwaardiging over de hoge prijzen van geneesmiddelen is wereldwijd in deze tijden van budgettaire krapte in de gezondheidszorg. Artsen zijn terecht bezorgd over het feit of al hun patiënten toegang zouden blijven hebben tot levensreddende geneesmiddelen aan betaalbare prijzen. Volgens professor Walter Van Dyck ligt de oplossing echter niet in de afschaffing van het patentensysteem, noch in de eis voor transparantie rond de kosten die de biofarmaceutische industrie maakt voor de nieuwe geneesmiddelen die ze op de markt willen brengen. De enige oplossing voor het vraagstuk ligt in een voorwaardelijke dialoog tussen de gemeenschap en de innovatieve biofarmaceutische industrie.
  2. Dure geneesmiddelen… Krachtproef of oplossingen?

    Datum: 06-10-2015
    Categorie: Opiniestukken
    Innovatieve geneesmiddelen zijn niet goedkoop, hun prijs wordt vaak geproblematiseerd. Die prijs is bovendien zeer zichtbaar, dat is niet het geval voor andere kosten uit de ziekteverzekering. Het debat over de juiste prijs van geneesmiddelen is van alle tijden en het zal er altijd zijn. Immers, de beslissende parameters, zoals waarde, prijs en de argumenten pro en contra, zijn instabiel.
Alle artikels