Je geld of je leven: Een kritische noot

Door Prof. Dr. Walter Van Dyck, Directeur Vlerick Healthcare Management Centre; Bron: De Tijd (23/09/2016)

Dokters van de Wereld lanceerde deze week ‘Je geld of je leven’, een campagne gericht tegen de hoge prijzen van geneesmiddelen. Daarvoor kan men zeker sympathie opbrengen. De verontwaardiging over dit probleem is overigens wereldwijd in deze tijden van budgettaire krapte in de gezondheidszorg. Artsen zijn terecht bezorgd over het feit of al hun patiënten toegang zouden blijven hebben tot levensreddende geneesmiddelen aan betaalbare prijzen.

Toch heb ik het pamflet desgevraagd niet ondertekend. Hoewel ik het eens ben met het fundamentele toegangsprobleem kan ik echter helemaal niet akkoord gaan met de twee voorgestelde oplossingen: het patentsysteem afschaffen en transparantie eisen rond de kosten die de biofarmaceutische industrie maakt voor de nieuwe geneesmiddelen die ze op de markt willen brengen. Oplossingen die afgelopen week ook in een VN-rapport rond deze thematiek vermeld werden.

Mij lijkt het een beetje naïef te denken dat daardoor de prijzen zullen zakken, laat staan gedecimeerd zullen worden. Patenten zijn namelijk het spilelement om de broodnodige samenwerking tussen universiteiten en industrie mogelijk te maken. Zonder patenten geen open innovatie, want geen vertrouwen tussen de partijen. En laat net dat essentieel zijn in een steeds complexere wereld van gepersonaliseerde biofarmaceutische ontwikkeling. Reeds in vroege O&O stadia moet er samengewerkt worden om mogelijks disruptieve therapieën en de biomarkers waarop ze gebaseerd zijn, te ontdekken.

De eis inzake kostentransparantie anderzijds beloont niet-performante O&O. Immers: de ‘out-of-pocket’ kost van een niet-efficiënt langdurig ontwikkelproces en een hoge falingskost in het industrieel onderzoek naar innovatieve geneesmiddelen zal terecht doorgerekend worden in de prijs.

De enige oplossing voor het vraagstuk ligt in een voorwaardelijke dialoog tussen de gemeenschap en de innovatieve biofarmaceutische industrie. Daarnaast kan je in minder risicovolle deeldomeinen toekomstscenario’s invoeren zoals de ontkoppeling van biofarmaceutisch industrieel onderzoek en prijsvorming. Ook kan je via een verhoogde prijsdruk op generieke geneesmiddelen – die in België nog veel te duur zijn – de nodige fondsen genereren voor echte medische innovatie, nl. therapieën die een meerwaarde bieden in die domeinen die het meeste leed veroorzaken en waarvoor nog geen voldoende doeltreffend medicijn ontdekt werd.

In die dialoog moet de balans in negotiatiekracht wél meer overhellen naar de maatschappij in plaats van naar de globale biofarmaceutische industrie. De maatschappij moet via een publiek gedragen horizon scan bepalen voor welke ziektebeelden we de industrie willen stimuleren om beloftevolle geneesmiddelen te ontwikkelen en hen zelfs ontwikkelpaden aanduiden die een hogere slaagkans hebben en patiënten versneld toegang geven. Dit moet op internationale schaal gebeuren, zoals de samenwerking die momenteel opgezet wordt tussen de Benelux en Oostenrijk. Zo verkrijg je schaaleconomieën die ook een neerwaartse druk uitoefenen op de prijzen.

Om markttoegang te verkrijgen, kan een publieke betaler niet streng genoeg zijn op de klinische meerwaarde van de aangeboden kandidaten ten opzichte van de huidige marktstandaard. Je moet ook expliciteren wat men maximaal voor welk innovatieniveau wil betalen. Hoe meer ‘me-too’, hoe meer klassieke prijscompetitie. Misschien nog belangrijker is dat de strengheid voor niet-differentiatie in de evaluatie een interessant neveneffect heeft. Het stimuleert de industrie om platgetreden, prijsgevoelige onderzoekspaden in te wisselen voor onderzoek in meer toekomstgerichte, maatschappelijk waardevolle ‘targets’ die weliswaar risicovoller zijn, maar potentieel een hoger rendement opleveren. Gezien meer O&O competitie leidt tot verlaging van het risico is aangetoond dat het institutionele investeerders zoals pensioenfondsen er toe aanzet hun vereiste risico premium voor financiering te verlagen. Deze financiële opportuniteitskost beslaat ongeveer de helft van de momenteel totaal geschatte 2,6 miljard dollar om een geneesmiddel te ontwikkelen, naast de eerder aangehaalde kosten. Dus de kapitaalmarkt in deze risicovolle sector aanzetten tot langetermijndenken is waarschijnlijk de beste garantie voor toegankelijke geneesmiddelen en duurzame innovatie, en niet het goedbedoeld werken op de emotie.

Neem deel aan de discussie!
VLERICK HEALTHCARE CONFERENCE
27 oktober 2016 - Brussel
Meer info

Gerelateerd nieuws

  1. Dure geneesmiddelen… Krachtproef of oplossingen?

    Datum: 06-10-2015
    Categorie: Opiniestukken
    Innovatieve geneesmiddelen zijn niet goedkoop, hun prijs wordt vaak geproblematiseerd. Die prijs is bovendien zeer zichtbaar, dat is niet het geval voor andere kosten uit de ziekteverzekering. Het debat over de juiste prijs van geneesmiddelen is van alle tijden en het zal er altijd zijn. Immers, de beslissende parameters, zoals waarde, prijs en de argumenten pro en contra, zijn instabiel.
Alle artikels