Klaar om de toekomst van distributienetbeheerders vorm te geven

Alliander en Eandis, medeoprichters in een gezamenlijke leerstoel

30 september 2015 was een speciale dag voor onze nieuwe decaan, want die dag zette ze haar handtekening niet onder één, maar twee leerstoelpartnerschappen. De Belgische distributienetbeheerder (DNB) Eandis vernieuwde zijn leerstoel en richtte samen met de Nederlandse DNB Alliander een nieuwe op, de ‘DNB-leerstoel’. Als onderdeel van het Vlerick Energy Centre zal de leerstoel het huidige beleid ondersteunen en stimuleren, en het debat over de toekomstige regelgeving voor distributienetbedrijven aanmoedigen. Deze leerstoel blijft open voor andere DNB’s.

“Andere partners die ons na verloop van tijd willen vervoegen, verwelkom ik met open armen”, zegt Donald Vanbeveren, directeur strategie bij Eandis. “We streven ernaar uit te groeien tot een platform voor kenniscreatie, debat en confrontatie van ideeën en standpunten, waardoor we hopelijk proactiever kunnen optreden en de uitdagingen en kansen die op ons afkomen, optimaal kunnen aanpakken.”

Het DNB-landschap staat voor ingrijpende veranderingen, zowel op korte als op lange termijn. “Met deze leerstoel willen we diepgaand analyseren, argumenten, feiten en cijfers aanbrengen waarop we onze strategie kunnen baseren, zeker op lange termijn”, vervolgt Ruud Berndsen, directeur regulering bij Alliander. “Onze investeringen hebben van nature een langetermijnkarakter. Als we willen inspelen op een veranderende omgeving, moeten we een stevig langetermijnplan hebben.”


Eerste rij van links naar rechts: Kenne D’Hoker (manager Vlerick Energy Centre), Daniel Dobbeni (directeur Vlerick Energy Centre), Donald Vanbeveren (directeur strategie Eandis), Marion Debruyne (decaan Vlerick), Joost Gottmer (beleidsadviseur inzake regulering Alliander).
Tweede rij van links naar rechts: Samson Hadush (postdoctoraal onderzoeker Vlerick Energy Centre), Simon Van Wijmeersch (corporate communications manager bij Eandis), professor Leonardo Meeus (directeur Vlerick Energy Centre), professor Ronnie Belmans (hoofdadviseur voor de leerstoel), Ruud Berndsen (directeur regulering Alliander).

Feiten & cijfers

“Opkomende sectoren, zoals die van elektrische voertuigen, oplaadinfrastructuur en andere nieuwe technologieën die nodig zijn om over te schakelen op een duurzaam energiesysteem, zullen de bedrijfsmodellen van DNB’s grondig veranderen”, legt Leonardo Meeus uit, als professor verbonden aan de leerstoel. “En omdat DNB’s werken binnen een gereguleerd kader, moeten we voorkomen dat die regulering hun innovatie in de kiem smoort. Dat betekent dat we ook het regelgevende kader moeten vernieuwen. Met het oog daarop werken we in deze leerstoel ook samen met Jean-Michel Glachant, directeur van de Florence School of Regulation. We zijn gevestigd in Brussel en bevinden ons dus dicht bij de Europese instellingen, dicht bij het beleid en het debat inzake regelgeving. Alleen was dit debat tot dusver onvoldoende gestoeld op feiten. Wij willen deelnemen aan de discussie en kwantitatieve gegevens aanbrengen, feiten en cijfers gebaseerd op onderzoek.”

De focus verleggen

“De enquête die we enkele maanden geleden gelanceerd hebben en waarvan de resultaten binnenkort gepubliceerd worden, kan een goed vertrekpunt zijn om het debat aan te gaan met de Europese instellingen”, stelt Donald Vanbeveren voor, en hij vervolgt: “Als DNB’s moeten we evolueren van distributienetbeheerders die zich bezighouden met technische zaken als kabels en meters, en dat is wat we vandaag eigenlijk doen, naar echte distributiesysteemoperatoren die een systeem van elektriciteitsopwekking en -opslag beheren, net als de diverse nieuwe stakeholders die van het netwerk een onderneming maken.” En dan voegt hij er - ernstiger - aan toe: “Een lid van een Europese instelling vertelde onlangs dat DNB’s het volgende decennium zullen bepalen. Allemaal goed en wel, maar ik zeg er graag bij dat we er ook voor moeten zorgen dat we in het daaropvolgende decennium ook nog meespelen.”

De juiste vragen stellen

Professor Ronnie Belmans, hoofdadviseur van de leerstoel, gaat ermee akkoord dat de uitdagingen talrijk zijn en noemt er één in het bijzonder: “Er wordt veel gepraat over de integratie van ICT, of telecom, en energievoorziening. Tot dusver bleek dat erg complex, omdat er twee toezichthouders bij betrokken zijn: één voor de telecommarkt en één voor de energiesector. Wie gaat toezicht houden op het geïntegreerde systeem? In Ierland werken de netwerkbeheerder en Vodafone samen aan de installatie van een breedbandnetwerk. Dat zou in België onmogelijk zijn met het huidige regelgevende landschap. Ik weet alleen niet of het zo’n goed idee is om dat onmogelijk te maken. Er ontstaan heel nieuwe bedrijfsmodellen en we moeten herzien wie wat reguleert.” En hoewel de leerstoel een impact wil hebben op het beleid en de reglementering in de EU, stelt hij ook voor casestudy’s van buiten de EU onder de loep te nemen: “Neem nu Japan. Daar zijn het de technologiebedrijven die het netwerk verbeteren. En in Korea neemt de overheid daarvoor het initiatief. Dat zijn heel andere structuren dan het gedecentraliseerde systeem dat we in de EU hanteren.”

De visie op één lijn krijgen

Ruud Berndsen: “Om door te gaan op wat professor Belmans net heeft gezegd: die verschillende systemen hebben allemaal hun eigen verdiensten en ze zijn een kwestie van voorkeur, maar die differentiatie maakt onze uitdagingen er niet makkelijker op. Net daarom is deze leerstoel zo belangrijk: hij geeft ons de kans om de potentiële moeilijkheden met verschillende systemen te bestuderen en uit beste praktijken te leren hoe systemen op grotere schaal kunnen worden ontwikkeld, buiten de grenzen van ons eigen land. Als we de visie van alle betrokkenen over de toekomst van DNB’s beetje bij beetje op één lijn krijgen, dan kunnen we deze leerstoel als een succes beschouwen. De transmissienetbeheerders (TNB’s) zijn er al in geslaagd een Europees systeem van energievoorziening op te zetten. Als DNB’s hebben we dat niet kunnen realiseren, of beter gezegd, nog niet.”

De hele waardeketen aanspreken

Daniel Dobbeni, directeur van het Vlerick Energy Centre, knikt instemmend. “DNB’s zijn lokale ondernemingen. Ze zijn het niet gewend internationaal te werken. Deze leerstoel biedt DNB’s uit verschillende landen de kans om te sleutelen aan ideeën en een gemeenschappelijk standpunt te ontwikkelen. En nu nieuwe marktspelers als aggregatoren, telecomoperatoren en producenten van elektrische wagens aan de deur komen kloppen, is de vraag niet of er verandering op komst is, maar hoe en wanneer die er zal komen. Met meer dan 2000 DNB’s in de EU alleen al, is er heel wat potentieel om deze leerstoel uit te bouwen. Ons Energieplatform heeft meerdere onderzoeksleerstoelen: één voor TNB’s, één voor adviseurs voor de sector en met deze nieuwe leerstoel voor DNB’s voegen we een nieuw puzzelstukje toe. We zijn goed op weg de hele energiewaardeketen aan te spreken.”

Een gemeenschap uitbouwen

“Ik ben een tevreden decaan vandaag”, vertelt professor Marion Debruyne. “Deze leerstoel levert niet alleen zijn oprichters onmiddellijk voordeel op. De onderzoeksresultaten en de verworven kennis koppelen we terug naar onze onderwijsactiviteiten. Daar hebben alle deelnemers van ons flagshipprogramma, de  DNB’s én andere organisaties baat bij. Bij Vlerick moedigen we samenwerking tussen experts uit de academische wereld en de sector, bedrijven en andere belangrijke stakeholders aan, met platforms voor kennisdeling en kenniscreatie. Deze leerstoel is daar een goed voorbeeld van. We bouwen een gemeenschap uit en als die over enkele jaren nog verder is gegroeid, zal me dat nog meer tevreden stemmen.”

Over het onderzoek

De activiteiten van de leerstoel zijn eigenlijk al in april gestart met een scenarioworkshop onder leiding van Paul Schoemaker, een expert van de Wharton School. Tijdens deze workshop werden vier scenario’s voor elektriciteitsnetten in 2025 ontwikkeld op basis van een uitgebreide enquête, zoals Donald Vanbeveren al aangaf, bij kaderleden van DNB’s en TNB’s in de EU.

Daarnaast zijn twee onderzoeksstromen bepaald. De eerste concentreert zich op de ontwikkeling van een empirisch simulatiemodel dat de feiten en cijfers aanlevert voor een regelgevingsimpactanalyse, en de tweede zal een reeks casestudy’s uitwerken die de verschillende benaderingen van de toezichthouders in de EU analyseren om innovatie door DNB’s te stimuleren.

Voor deze leerstoel kiest Vlerick voor een multidisciplinaire aanpak. Daarbij doet het een beroep op de expertise van verschillende docenten en onderzoekers, én van externe specialisten als Daniel Dobbeni, directeur van het Vlerick Energy Centre en voorzitter van GO15, de vereniging van ’s werelds grootste operatoren van energienetwerken, en professor Ronnie Belmans, directeur van de Global Smart Grid Federation, die beiden bij de ondertekening aanwezig waren. De leerstoel kan ook rekenen op de expertise van Jean-Michel Glachant, directeur van de Florence School of Regulation.