Markt voor aankoop en verkoop van Belgische bedrijven zit in de lift

Het investeringsklimaat voor zowel de aankoop als de verkoop van Belgische KMO’s is in 2014 verder verbeterd. Daarnaast was er in 2014 ook een toename van zowel het aantal bedrijven te koop als het aantal geïnteresseerde kopers. In 2014 was er veel kapitaal beschikbaar,” verklaart Miguel Meuleman, professor Ondernemerschap aan Vlerick Business School. “Ook de crisis die de markt afremde, ligt achter ons. Ten slotte zijn bedrijven die met goede cijfers door de crisis raakten beter verkoopbaar.” Maar er is ook een schaduwzijde. Er is meer concurrentie en de prijzen zijn gestegen, waardoor het voor investeerders steeds moeilijker wordt om goede deals te sluiten en een hoge return te behalen. Ten slotte zijn de verwachtingen voor 2015 optimistisch.

Dat blijkt uit de tweede editie van de Entrepreneurial Buyout Monitor, die enerzijds weergeeft hoe het in 2014 gesteld was met de aankoop- en verkoop van Belgische KMO’s, en anderzijds peilt naar de verwachtingen voor 2015. In totaal werden 169 experten bevraagd, waaronder bankiers, private equity spelers, corporate finance adviseurs, advocaten en brokers. De meerderheid van de respondenten is betrokken bij middelgrote deals van 20 miljoen euro of lager. De bevraging gaat uit van Vlerick Business School en BDO Belgium, die hun expertise gebundeld hebben in het Platform for Entrepreneurial Buyouts.

Meer spelers, hogere prijzen en professioneler

Kopers geven aan dat ze beduidend meer concurrentie ervaren in het verkoopproces, en dan vooral wat betreft de middelgrote (5 tot 20 miljoen) en grote (meer dan 20 miljoen) deals. Daardoor zien we een trend richting meer focus, specialisatie en synergie. Verder is de zoektocht naar groei een belangrijke drijfveer om tot de aankoop van een bedrijf over te gaan.
Miguel Meuleman: “Er zijn meer spelers op de markt, zeker wat betreft de industriële partijen of zogenaamde ‘corporate buyers’. Voor bedrijven is het kopen van een ander bedrijf vaak de enige manier om verder door te groeien in een economisch klimaat waar bijna geen groei meer is. We zien dus veel consolidatie in heel wat sectoren.

Maar die groei komt niet vanzelf, gaat Miguel Meuleman verder: “De menselijke factor is zeer belangrijk. Er is een visie nodig en de concurrentie zorgt er voor dat je een sterk plan en een goed commercieel inschattingsvermogen moet hebben om waarde te kunnen creëren. Voor veel KMO’s die eerder behoudend waren, kan de combinatie van nieuw kapitaal en een sterke ondernemerszin voor een nieuwe stimulans en groei zorgen.

Meer concurrentie betekent ook hogere prijzen. Uit de Monitor blijkt dat er in 2014 voor alle dealsegmenten een prijsstijging was. Gemiddeld werd in 2014 5,6 keer de EBITDA-waarde[1] betaald, terwijl dat in 2013 nog 5,0 keer was. De grootste prijsstijging zien we in het segment van deals boven de 20 miljoen euro waar in 2014 gemiddeld een veelvoud van 6,8 betaald werd. Hoe groter dus het transactiesegment, hoe duurder de prijs. In het kleine segment van deals van minder dan 5 miljoen euro zijn de prijzen in 2014 nagenoeg stabiel gebleven. De prijsstijging ligt in de lijn van de verwachtingen en de respondenten denken dat de stijging zich in 2015 zal doorzetten.

Hans Vanoorbeek, Executive in Residence aan Vlerick Business School: “Het wordt steeds moeilijker om goede deals te vinden tegen een goede prijs. Steeds meer spelers zijn op zoek naar groeibedrijven of bedrijven met potentie tot groei. En omdat de prijzen bij verkoop hoger zijn, wordt het ook moeilijker om hoge returns te halen uit de gedane investering.”

Ten slotte blijkt uit de bevraging dat het sluiten van een deal in 2014 langer duurde. Dat is vooral zo voor het segment van kleinere deals van minder dan 5 miljoen euro. De respondenten geven ook aan dat het verkoopproces voor kleine en middelgrote deals professioneler geworden is.

Financiering

Gemiddeld moet de koper 36,7% van de verkoopprijs zelf kunnen financieren via andere partijen dan de bank. Bij kleine deals is dat iets lager (32,7%). Dat cijfer is nagenoeg gelijk gebleven in vergelijking met 2013.
Hans Vanoorbeek: “Bij kleine deals telt immers ook onroerend goed mee in de verkoopprijs en wordt er minder op basis van cash flow gefinancierd. Omgekeerd verwacht men voor grotere transacties een lichte daling van de eigen inbreng. Er is immers meer schuldfinanciering beschikbaar bij de banken.

Het aandeel van extern eigen vermogen dat nodig is om een deal te sluiten, is in 2014 gestegen in alle segmenten, maar vooral bij de middelgrote en grote deals. Dat extern kapitaal komt vooral van private equity spelers, family offices of vermogende individuen.
Hans Vanoorbeek: “Er is veel meer kapitaal beschikbaar. Interesten op spaarboekjes leveren weinig op en ook de beurs en de vastgoedmarkt zijn onzeker. Bij een bedrijfsaankoop – des te meer in het kleinere segment waar de concurrentie minder hevig is – kan je nog een zekere return op je investering behalen. Bovendien kan je ook  je zin voor ondernemerschap uitleven. Wel merken we dat de meeste investeerders zich toch meer en meer tevreden stellen met een lagere return. Algemeen ligt de verwachting tussen de 10 en 20% return per jaar, maar voor een family office of vermogende is dat natuurlijk anders dan voor een door institutionele investeerders gefunde private equity speler.”  

Over het algemeen is de kost van geld lenen in 2014 significant gedaald door een sterke daling in de EURIBOR. De bankiers verwachten dat de schuldenkost nog verder zal dalen in 2015 of op zijn minst stabiel zal blijven.
Miguel Meuleman: “Nu de crisis zijn piek voorbij is, zijn banken terug bereid om meer schulden ter beschikking te stellen. Dat maakt het makkelijker om deals te sluiten en de schulden zijn bovendien ook goedkoper geworden.”

Er wordt ten slotte ook vaker een beroep gedaan op alternatieve financieringsmethodes om de kloof te dichten. Bij kleinere deals geraken vooral de earn-outs steeds meer ingeburgerd, waarbij de betaling van een deel van de verkoopprijs uitgesteld wordt en afhankelijk is van het behaalde bedrijfsresultaat. Immers: bij een kleinere deal is het bedrijfsresultaat vaak onzekerder. Daarnaast worden de vendor loans steeds populairder in het kleine en middelgrote segment. De verkoper is daarbij bereid om een deel van de verkoopprijs tijdelijk te lenen aan de koper en zo enigszins gedeeltelijk betrokken te blijven na de verkoop. Ten slotte wordt mezzanine financiering belangrijker in het segment voor kleine tot middelgrote deals. Mezzanine financiering helpt om de kloof te dichten tussen schuldfinanciering voorzien door banken en eigen vermogensfinanciering.

Gerelateerd nieuws

  1. Vlaams gebrek aan ondernemingszin zit cultureel ingebakken

    Datum: 22-09-2016
    Categorie: Persberichten
    1 op 10 bevraagde Vlamingen wil binnen dit en 3 jaar een nieuw bedrijf opstarten. Een record in vergelijking met 15 jaar geleden. Keerzijde van de medaille: ze doen dat vooral uit noodzaak, omdat ze geen andere keuze hebben. De kloof tussen opportuniteit en effectieve opstart blijft voor de meeste Vlamingen groot, wat vooral te wijten is aan faalangst en gebrek aan vertrouwen in eigen kunnen. Dat zijn de belangrijkste conclusies van de 15de editie van de Global Entrepreneurship Monitor (GEM).
  2. Vlerick lanceert twee nieuwe gespecialiseerde Masters-opleidingen

    Datum: 14-09-2016
    Categorie: Persberichten
    Bij het begin van het nieuwe academiejaar dat deze week plechtig geopend werd in Brussel, lanceert Vlerick Business School twee nieuwe Masters-opleidingen. Het gaat over een Masters in Innovation & Entrepreneurship in Leuven en een Masters in International Management & Strategy in Brussel. Beide richtingen die inspelen op een trend naar meer specialisatie, zijn meteen sterk gestart met respectievelijk 29 en 35 studenten.
Alle artikels