“Meer dialoog en toegang tot patiëntengerichte innovatie”

Bron: Actualcare (16/09/2015); Auteur: Wieland De Hoon

De tweede Vlerick Healthcare Conference in Gent op 29 oktober a.s. belooft boeiende discussies over een heet hangijzer binnen de hervorming van de zorglandschap: de nood aan toegang tot patiëntgerichte innovatie en netwerking. Een gesprek met professor Walter Van Dyck, Directeur van het Vlerick Healthcare Management Centre over het belang van best practices uit business management om ons zorglandschap economisch gezonder én toegankelijker te maken.

Eerst misschien even over de rol van Vlerick Business School in healthcare management. Vanuit welke insteek organiseert u deze conferentie?

“Meer dan 10 procent van het bnp gaat naar gezondheidszorg, dus healthcare is een grote doelgroep die heel interessant is om ons diepgaand in te specialiseren. Ook op het vlak van onderzoek, zoals onze recente studie over markttoegang voor oncologische precision medicine die we deze zomer publiceerden. Hoe gaan de onderhandelingen in hun werk? Hoe match je het winstoogmerk van aanbieder met de budgettaire beperkingen van overheden, patiënten en ziekenhuizen? Het is een maatschappelijk debat dat momenteel sterk leeft. Als business school vervullen wij daar een onafhankelijke rol in. Zowel farmaceutische industrie als ziekenhuizen, artsen en klanten – overheden en patiënten – zijn onze doelgroepen. Die neutraliteit maakt ons een extra interessante partner om bruggen te bouwen. Wij rijden niet voor één partij.”

Net als een ziekenhuismanager die al die verschillende belangen in evenwicht probeert te brengen.

“Making connections, alweer, is onze missie. Het is de basis van onze opleidingen. Het traject ‘Management voor de ziekenhuisprofessional’ mikt op managers en artsen in een ziekenhuisomgeving. We trekken vooral artsen aan die bijvoorbeeld in een medische raad zetelen en hun businesskennis willen aanscherpen. De opleiding wordt ondersteund door onderzoek uit ons MINOZ onderzoekscentrum, onder meer rond operationele vraagstukken. Het management van de ziekenhuisapotheek, bijvoorbeeld: hoe lopen de stromen en hoe kun je die omdenken? We doen ook onderzoek naar de operationele planning van het operatiekwartier. Een ziekenhuis is natuurlijk een typische service-omgeving. Wij modelleren processen om zo de meest efficiënte organisatievorm te bepalen. Daarin voer je ook parameters in als de menselijke factor of financiering. We brengen het hele blok zowel kwantitatief als kwalitatief in kaart. Dat modelleren van processen passen we nu ook toe in healthcare-innovatie: dat is Health Technology Assessment (HTA). Om kosteneffectieve geneesmiddelen te ontwikkelen, baseren we ons daarbij op fundamenteel onderzoek van onze twee peteruniversiteiten Leuven en Gent, waar verschillende doctoraatstudenten werken rond dit thema. Daaruit vloeien dan weer nieuwe opleidingsonderdelen voort. Onze groeiopleidingen zijn de MBA’s en de Masteropleidingen waarin we specialistische tracks invoeren. In de masteropleiding plannen we bootcamps van drie weken, waarbij een bepaald probleem rond integratie van verschillende domeinen opgelost moet worden, bijvoorbeeld rond het uitvoeren van klinische studies of het opstellen van een businessplan rond een nieuw medicijn dat impact heeft op hospitaalbudgetten. Om een business case van medicijnen te berekenen moet je rekening houden met populatie, budgetimpact, nood aan onderzoek… heel interessant voor professionals met biomedische achtergrond. In executive opleidingen hebben we al lang ons hospitaalmanagementprogramma. België heeft wereldwijd een prima reputatie in hospitaalmanagement en farma. Dus ook internationale onderzoeksverbanden afsluiten met academische instellingen hoort daarbij.

Een duidelijk beeld van de domeinen binnen healthcare waarbinnen Vlerick actief is. Hoe weerspiegelt de conferentie dat?

“Uit ons DNA als internationale business school kun je inderdaad al veel afleiden waar we naartoe willen met deze Health Care Conference. Eigenlijk zijn ongeveer alle vakgebieden van een business school relevant zoals strategie, ICT, Operations en Supply Chain Management, innovatie, people management. Maar ook wat wij non-market strategy noemen. Hoe ga je bijvoorbeeld om met relevante partijen als patiëntenorganisaties die meer en meer – en terecht – een stem krijgen in de gezondheidszorg? En daar heeft de medische sector een sterke behoefte aan. Farmaceutica, biotech en medische technologie en ook de interactie van de producenten met het healthcare systeem zijn daarbinnen mijn onderzoeksgebieden. Die verschillende activiteiten weerspiegelen heel goed welke topics er aan bod zullen komen tijdens de conferentie. Bovendien hebben we vorig jaar het Healthcare Management Centre opgericht met de ambitie om de verschillende partijen en healthcare professionals bij elkaar te brengen rond items als patient centered organisatie van zorginstellingen, de financiering van dure geneesmiddelen… Ook die werking wordt weerspiegeld in het conferentieprogramma.”
 
“De nood aan hervorming van onze gezondheidszorg is groot, en net zoals de directeur van Zorgnet Peter Degadt meent, is informatietechnologie de basis van een hervorming naar een efficiëntere netwerkstructuur van onze ziekenhuizen. IT is de voorwaarde voor innovatie en nieuwe technologie waarmee we de betaalbaarheid van ons systeem kunnen vrijwaren. Het eerste track van de conferentie heet dus ‘Managing information technology in an evolving care landscape’. ICT benchmarking en digitalisering en data-uitwisseling van de patiëntendossiers zijn absoluut cruciaal. Wij zitten helemaal op dezelfde lijn. Het tweede luik van de conferentie gaat over de nood aan meer toegankelijkheid om te kunnen innoveren. Ook IT-gedreven, omdat het gaat over infrastructuur en monitoring die toelaat om beslissingen te nemen op basis van zoveel mogelijk real world evidence, concrete data dus. De mate van beschikbaarheid van informatie heeft een grote invloed op de betaalbaarheid van nieuwe technologieën, want het gaat over wie het risico betaalt. HTA moet dus een grote rol spelen tijdens het ontwikkelingsproces en bij het corrigeren van de marktprijzen. Voorbeeld? Op basis van artikel 81 van het KB uit 2010 wordt al vroeg toegang geboden tot een geneesmiddel. Maar het risico is hoog, het RIZIV vraagt om te monitoren en je weet niet of je wel de gewenste effectiviteit behaalt. Internationaal zien we dan dat risk based entry agreements dure geneesmiddelen vroeger toegankelijk maken voor patiënten en tegelijk het hogere risico onder controle houden. Ook daar snijden we het punt aan van het doorbreken van silo’s – de schotten tussen alle stakeholders. Zowel maatschappij, het RIZIV als het innoverend farmabedrijf hebben allebei behoefte aan een IT-infrastructuur die mogelijk maakt dat claims ook geverifieerd kunnen worden. De overheid wil dat om prijscorrigerend op te kunnen treden, het farmabedrijf om de prijszetting correct in te kunnen schatten.
 
Concreet betekent dat de mutualiteit hun data ter beschikking moeten stellen van onder meer de farma-industrie: een heikel punt. Anderzijds moeten artsen ook systematisch data gaan invoeren in patiëntendossiers, wat ook al niet vanzelf spreekt. Of kijk naar een voorbeeld uit onze studie: precision medicine is een combinatie van een therapeuticum en een diagnosticum. Maar een test en een medicijn worden niet door hetzelfde comité goedgekeurd. En kijk: tussen de Technisch-Geneeskundige Raad en het Commissie voor de Terugbetaling van Geneesmiddelen bestaat geen systematisch overleg over hun respectievelijke goedkeuringen. Bovendien zouden er ook maatschappelijk experten kunnen wegen op de evaluatie. Begrippen als transversaliteit of portfoliomanagement die in privé gemeengoed zijn, moeten dat ook worden in healthcare. Een betere toegankelijkheid vereist een betere afstemming op elkaar en een hele omslag in het denken van alle stakeholders. Het zal ook pas écht gebeuren als iedereen er beter van wordt. Het is op eieren lopen om die zogenaamd tegengestelde belangen met elkaar te verzoenen, maar Vlerick wil die discussie graag faciliteren – en erover te rapporteren om te informeren, én om aan beleidsbeïnvloeding te doen.”

Wat houdt volgens u de essentie in van de hervorming van de healthcare sector?

“Aan de health provider kant denk ik dat netwerkmanagement essentieel wordt en dus de IT-structuren om dat mogelijk te maken. Dikwijls worden de principes wel geheiligd wat dat betreft, maar daar blijft het dan bij (lacht). Aan de kant van de medische technologie denk ik dat het daar aankomt op een betere afstemming tussen industrie en overheid om geneesmiddelen betaalbaar te houden. De overheid moet op langere termijn kunnen voorzien en beter budgetteren en de industrie moet beter en vroeger samenwerken met de overheid. Het codewoord is dus samenwerken voor meer efficiëntie. Meer dialoog met slechts één doel: medische innovatie zo snel mogelijk maar betaalbaar bij de patiënt krijgen.”

Naar welke sprekers of topics kijkt u vooral uit?

“Aan het eind van het derde luik is er de uiteenzetting over ‘Healthcare provider based innovation’. Dat gaat over de visie op het ziekenhuis – of meer in het algemeen de healthcare van de toekomst – door professor Jan Kimpen, Voorzitter van Utrecht MC en healthcare manager van het jaar in Nederland. Hij mag dan wel actief zijn Nederland, het is wél een Belg (lacht). Het is vooral interessant om in deze fase te kijken naar wat er over de grens allemaal gebeurt op het operationele vlak van ziekenhuizen en de gezondheidssector in het algemeen. We hebben Jan Kimpen als keynote speaker op het einde van de conferentie geprogrammeerd, niet te missen dus. Jan Kimpen wordt zeker interessant om te horen hoe ziekenhuizen zich niet alleen efficiënter kunnen organiseren maar ook het businessdenken en het innovatieve competitieve denken introduceren. Persoonlijk verwacht ik ook een interessante bijdrage van Panos Kanavos (London School of Economics) die het – vanuit het farmaco-economisch standpunt – gaat hebben over risk based market entry agreements. Italië loopt voor op het vlak van real world evidence, dus kijk ik ook uit naar de tussenkomst van Dr. Paolo Sivieri Daniele. De visie in het buitenland – Nederland, Groot-Brittannië, Italië – op innovatieve healthcare boeit me. En voor een stand van zaken van het algemene beleid en de hervorming in eigen land is de openingsspeech door Minister De Block natuurlijk heel interessant.”

Laatste vraag, waarin verschilt deze tweede editie vooral van de eerste editie?

“De eerste editie was voor het eerst naar elkaar luisteren. We zijn toen als centraal thema diep ingegaan op financiering. Collega Katrien Kesteloot kaartte toen ook al het belang van netwerking aan. Het idee was om een farmaceut goed de behoeften te doen inzien van een ziekenhuis en vice versa. Na die verkennende fase gaan we nu elkaar concreet hefbomen aanreiken om meer patiëntgericht te werken door samenwerking. Het gaat dus inderdaad over making connections.” 

Gerelateerd nieuws

  1. Innovatie in de gezondheidszorg

    Datum: 05-11-2015
    Categorie: Nieuws over opleidingen
    Met haar openingsspeech 'Care to change, change to care' zette Belgisch Minister van Volksgezondheid, Maggie De Block, tijdens de Vlerick Healthcare Conference meteen de toon: de gezondheidssector ondergaat fundamentele wijzigingen. Maar hoe gaan ziekenhuizen daarmee om? Wat betekent dat in termen van ICT- en procesbeheer? En wat met regulering en financiering? Centraal in haar openingsspeech stond het toekomstpact dat de overheid afsloot met de actoren uit de gezondheidszorg.
Alle artikels