Pleidooi voor een verrijking van de kijk op ondernemerschap

Door Tine Holvoet, senior research associate aan Vlerick Business School.

Denken over ondernemerschap moet entrepreneurial worden. We moeten gaan voor een eigentijdse kijk op ondernemerschap: de aandacht verschuiven van het aantal ondernemers naar de diverse kwaliteiten en vormen van ondernemen. Alle aspecten van ondernemen, letterlijk de manier waarop individuen en collectieven hun lot fundamenteel in eigen handen nemen, moeten we in de schijnwerper plaatsen. Ondernemerschap is te rijk en te belangrijk om het te verarmen tot één dimensie. Willen we Vlaanderen duurzaam uitbouwen, dan hebben we nood aan een sterkere ondernemerschapscultuur en een grotere ambitie om nieuwe ideeën waar te maken.

Politici dromen luidop van een toenemend aantal ondernemers: ‘1000 start-ups tegen 2020’, ‘Ondernemers zijn de helden van onze tijd’, ‘Nooit eerder zoveel geld voor start-ups’. Ondernemerschap werd het afgelopen decennium politiek. Met een recente studie van Vlerick Business School tonen we aan dat middenveldorganisaties en politici de meest actieve participanten zijn in duiding rond ondernemerschap. Niet alleen bedrijven, bedrijfsleiders of zaakvoeders zijn aanwezig in ondernemerschapsnieuws: UNIZO, Karel Van Eetvelt, Kris Peeters en Yves Leterme kwamen tussen 2003 en 2013 het vaakst aan bod in berichtgeving over ondernemerschap op het zevenuurjournaal op VRT en VTM. Uit onderzoek in Frankrijk blijkt dezelfde toon, terwijl politici in Groot-Brittannië na de Thatcher-periode voorzichtig zijn met hoera-uitspraken over nieuw ondernemerschap.

Lauwe interesse

Minder goed nieuws voor wie méér ondernemers beter vindt: 6% van de beroepsbevolking in Vlaanderen heeft de intentie om binnen 3 jaar effectief een nieuw bedrijf op te starten, een lagere score dan alle buurlanden. Er rest een onontgonnen ondernemerschapspotentieel bij de 89% Vlamingen die zich (nog) niet identificeren als startend of gevestigd ondernemer: ongeveer 1 op 3 ziet genoeg opportuniteiten om een zaak te starten in de komende 6 maanden en zegt over de nodige kennis, bekwaamheid en ervaring te beschikken om een nieuw bedrijf op te richten. Dat weten we op basis van de meest recente Global Entrepreneurship Monitor (GEM). Dit onderzoek toont ook aan dat succesvol ondernemerschap in Vlaanderen relatief weinig appreciatie en media-aandacht geniet. Wat is er aan de hand?

In crisistijden zien we globaal meer ondernemerschap opduiken als gevolg van afnemende kansen op de arbeidsmarkt. ‘Meer starters’ is door dit besef niet langer een positieve politieke doelstelling. De aandacht verschuift naar kwalitatieve aspecten van de ondernemerschapscultuur in een regio: hoe gaan we hier om met angst voor falen, opportuniteitsdetectie, creativiteit en marktopenheid? Startersaantallen verliezen terrein aan alternatieve kwaliteitscriteria voor succesvol ondernemerschap. Succesvol ondernemerschap en de gecreëerde toegevoegde waarde moeten breed begrepen worden, en niet alleen in verband gebracht met de impact op het aantal jobs en het bruto binnenlands product. We moeten inzoomen op duurzame en inclusieve aspecten van groei, maatschappelijke impact, ambities en work-life balance.

Eigen jeansbroek

Moet je anno 2015 een bedrijf opstarten om van een ondernemende way of life te spreken? Ondernemerschap zelf is in volle transitie en zorgt fundamenteel voor verandering in de samenleving. Wat leren KMO’s van freelancers? Hoe implementeren grote bedrijven een start-up-mentaliteit? Wat is de impact van peer-to-peer ondernemers op het sociaal welbevinden in de samenleving? Maakt opportuniteiten ontdekken in de eigen flat (Airbnb), wagen (Uber) of jeansbroek (Mud Jeans) gelukkig?

Voorlopig kunnen we concluderen dat deze vragen niet aan bod komen in de toch al schaarse berichtgeving over ondernemerschap in Vlaanderen. Twee derde van het ondernemerschapsnieuws is financieel-economisch van aard en innovatie en creatieve ideeën komen slechts in 4% van de nieuwsitems aan bod. Het palet van ondernemerschap dat vertegenwoordigd wordt, is beperkt en dat is teleurstellend, zeker als we de impact kennen van positieve rolmodellen als hefboom voor nieuw ondernemerschap.

Ondernemerschap moet dringend een eigentijds en-en-verhaal worden, inclusief KMO’s, social entrepreneurs, micro-ondernemers, groeibedrijven, start-ups, peer-to-peer ondernemers, freelancers, ondernemende werknemers in bestaande organisaties en alle hybride vormen daartussenin. Een sterke ondernemerschapscultuur toont de werkelijkheid en plaatst een divers ondernemersverhaal in de spotlights.

Samen met Prof. Hans Crijns en Dr. Niels Bosma verschaft Tine Holvoet inzicht in de concepten ondernemerschap en ondernemerschapscultuur in Vlaanderen. Ze doen onderzoek binnen het kader van het Steunpunt Ondernemen en Regionale Economie in opdracht van de Vlaamse overheid.

Gerelateerd nieuws

  1. Venture Design voor ondernemers – eerst denken, dan doen

    Datum: 24-04-2017
    Categorie: Opiniestukken
    Design en ondernemen. Twee zaken die meer met elkaar gemeen hebben dan je op het eerste zicht zou denken. Wie speelt met een goed idee voor het lanceren van een nieuw product of dienst krijgt – onder het motto ‘probeer maar’ – vaak de boodschap om vrij snel naar de markt te gaan. Een proces van vallen en opstaan waarbij investeringen niet altijd het gewenste resultaat hebben. Via Venture Design doe je eigenlijk precies het tegenovergestelde. Gas terugnemen, nadenken en aan een totaalconcept werken om dan uiteindelijk met heel wat voorsprong naar de markt te trekken.
  2. Hoe innovatie stimuleren in een KMO

    Datum: 26-10-2016
    Categorie: Opiniestukken
    Waarom zou je als onderneming wakker moeten liggen van innovatie, wanneer de zaken toch goed lopen? Zodra een bedrijf succes kent, is het een natuurlijke reactie om op veilig te gaan spelen en weinig risico’s te nemen. “Innovatie is niet alleen noodzakelijk om een concurrentievoordeel te verkrijgen, maar ook om te kunnen overleven. Het is een proces dat bestaat uit vier belangrijke stappen: ideeën genereren, selecteren, promoten en implementeren. Gedurende heel het proces moet je de nodige acties nemen”, zegt professor Katleen De Stobbeleir
Alle artikels