De stille Europese revolutie – hoop voor de toekomst

Door Freddy Van den Spiegel, Adjunct Professor, Vlerick Business School

Het is tegenwoordig op de markten opmerkelijk stil over de toekomst van Europa en de euro. Maar ‘geen nieuws is goed nieuws’, aldus het gezegde. En inderdaad, de transformatie van Europa lijkt zonder grote probleemdebatten te verlopen. Toch een aardige verrassing voor de eeuwige eurosceptici.

Vooruitzicht op groei voor de zwakke lidstaten in 2014

Ten eerste is de economische puinhoop min of meer onder controle. Alle zwakke lidstaten vertonen aanzienlijke verbeteringen. Ierland is bijvoorbeeld bijna klaar om de markten te confronteren zonder officiële steun van de Unie. Het land heeft zijn concurrentiepositie hersteld en heeft een solide overschot op de lopende rekening, de economie trekt weer aan en het overheidstekort is zeker onder controle. Alle andere zwakke lidstaten, zoals Griekenland, Spanje, Portugal en Italië, vertonen bemoedigende tekenen dat het ergste achter de rug is en geven blijk van een herstellende concurrentiepositie. De tekorten op de lopende rekening nemen gestaag af dankzij de aanzienlijk lagere loonkosten per eenheid product en hun overheidstekorten dalen. Veel studieboeken economie, waarin een 'nominale verlaging van loonkosten' in de praktijk als onmogelijk wordt beschouwd, moeten worden herschreven, want de meeste zwakke lidstaten hebben net bewezen dat het inderdaad een mogelijke manier is om opnieuw concurrerend te worden. Cyprus, het recentste probleemgeval, bevindt zich nog steeds in het slop, maar heeft niet het potentieel om in heel Europa chaos te veroorzaken. En zelfs als Griekenland vóór het einde van het jaar nog een reddingspakket nodig heeft, blijft de situatie stabiel en wordt er in een serene atmosfeer vooruitgang geboekt in de politieke debatten. Van al deze landen wordt verwacht dat ze in 2014 weer economische groei zullen optekenen, en groei is een belangrijk signaal dat er verdere verbetering binnen bereik is omdat die de verwerking van de door de crisis ontstane problemen bevordert. Als dit proces wordt voortgezet, zou het ook de democratische druk van de bevolkingen tegen de zware besparingsmaatregelen van de afgelopen jaren kunnen beperken.

Voorzichtige stabilisering van de banken

Ten tweede gaat de banksector nog steeds gebukt onder toxische activa, buitensporig grote balansen, onderkapitalisatie en afhankelijkheid van internationale stromen van 'warm' geld. Bovendien kan de sector maar net overleven dankzij de kunstmatige zuurstof die door de ECB wordt aangevoerd in de vorm van lage rentevoeten en een vrijwel onbeperkte financiering. Hun winstgevendheid van gemiddeld zo'n 4% en hun koers-boekwaardeverhouding van gemiddeld zo'n 0,5 vertellen een duidelijk verhaal. Het proces om aan de nieuwe kapitaal- en liquiditeitsvereisten te voldoen, blijft voor de meeste banken bovendien een uitdaging. De fatale band tussen de financiële situatie van banken en de situatie van hun thuisland lijkt echter onder controle te zijn. Sommige banken geven al blijk van hun vertrouwen in de toekomst, via de ontwikkeling van nieuwe businessmodellen en selectieve overnames om hun toekomstige marktpositie te versterken. Het lijdt geen twijfel dat het bankenlandschap verdere fundamentele veranderingen zal ondergaan en verdere schokken zijn niet uitgesloten, maar aangezien alle marktdeelnemers het risico kennen, zal een ongeluk geen complete verrassing zijn, en zal er op de markten wellicht geen paniekreactie ontstaan zoals in 2008.

Inmiddels is er ook enorme vooruitgang geboekt in het opruimen van de politieke puinhoop.

De bankenunie is bijna een feit. En hoewel nog vele aspecten in verband met de werking onduidelijk zijn, is het fundamentele ontwerp duidelijk en goedgekeurd: de ECB wordt de toezichthouder, er komt een resolutiemechanisme met een fiscale achtervanger voor de hele EU, en later komt er ook een EU-wijd depositogarantiefonds, maar dat is op korte termijn niet absoluut noodzakelijk. Een belangrijke stap naar de invoering van de unie is de 'activakwaliteitsbeoordeling' van de ECB begin volgend jaar. Er zijn nog steeds twijfels over de kracht van een dergelijke test, en over wat er moet gebeuren als geoordeeld wordt dat een bank onhoudbaar is, maar het is opmerkelijk dat niemand op het niveau van de lidstaten tegen een dergelijke 'onafhankelijke' test protesteert. Wat een verschil met de discussie over stresstests in 2008, die wegens de 'nationale' tussenkomsten een volledige puinhoop en totaal ongeloofwaardig werd.

Een soort beperkte fiscale unie is nu reeds een feit. Wat is het ESM (Europees Stabiliteitsmechanisme) anders dan een soort van EU-bank die gewaarborgd wordt door alle euro-lidstaten en die noodlijdende lidstaten kan redden?

Ook lijkt de EU enorme vooruitgang te hebben geboekt in zijn vermogen om de crisis te beheersen. In de aanpak van de Cypriotische crisis bleef een uitbreiding of besmetting van de problemen immers grotendeels onder controle. Alweer een enorm verschil met de verwarrende manier waarop de Griekse crisis werd aangepakt toen die in 2010 ontstond, en het hele concept van een monetaire unie leek te ondermijnen.

Wel is de nood om Europa te hervormen nog niet ten einde. Er blijven nog belangrijke uitdagingen bestaan.

Europese uitdagingen voor de toekomst

De grootste uitdaging is wellicht de vraag hoe Europa opnieuw een duurzame groei zal kunnen verwezenlijken. Hoewel de geconsolideerde eurozone nog steeds concurrerend is, worstelt het gebied met interne wanverhoudingen en een compleet gebrek aan vertrouwen. Sommigen geven aan dat Europa dezelfde weg inslaat die Japan al 20 jaar volgt, en die gekenmerkt wordt door een lage groei en deflatie, zeker geen interessant vooruitzicht. De aanhoudende vergrijzing van de Europese bevolking zal inderdaad een domper zetten op het scenario van een duurzame groei, maar de werkelijke situatie is overdreven.

De tweede uitdaging is de fundamentele verlaging van de buitensporige schuldpositie van veel Europese lidstaten, zij het via de overheidsfinanciën, het banksysteem, de gezinnen of de bedrijven. De vraag is of een geleidelijke verlaging haalbaar is, of dat meer ingrijpende maatregelen onvermijdelijk zijn. In een recente publicatie lijkt het IMF een vlaktaks van 10% op alle spaargelden in de hele eurozone te steunen. Dergelijke ideeën zouden wel eens een kernwapen kunnen blijken voor het vertrouwen.

De derde uitdaging bestaat erin te definiëren wat voor een banksysteem Europa wil. Voorlopig bepaalt de nieuwe reglementering vooral wat banken niét zouden moeten zijn, maar die benadering bereikt nu zijn grenzen, en een positiever plan is de enige manier om de banksector weer op het pad van duurzame ontwikkeling te krijgen.

Europa is als een half afgewerkt gebouw. Er zijn twee mogelijkheden: het gebouw afwerken, of het afbreken. Zoals het er nu uitziet, is het duidelijk minder duur om het af te werken dan om het af te breken. Als de emoties en het nationalisme beheerst blijven is er voor Europa nog rationele hoop.

Gerelateerd nieuws

  1. Kunnen artificiële intelligentie en ‘deep learning’ de echte waarde van big data ontsluiten?

    Datum: 26-04-2017
    Categorie: Opiniestukken
    De opkomst van fintech betekent dat data alleen maar aan belang zullen winnen. Maar gezien PSD2, open banking en crossindustriële samenwerking om de hoek loeren, zullen data straks overal gedeeld worden. Om unieke inzichten te kunnen genereren, zullen bedrijven gebruik moeten maken van ongestructureerde data. Artificiële intelligentie en deep learning kunnen hierbij een cruciale rol spelen.
  2. Strenge regelgeving alleen is geen garantie om nieuwe bankencrisis te voorkomen

    Datum: 25-04-2017
    Categorie: Opiniestukken
    De bankencrisis van 2008 maakte pijnlijk duidelijk dat excessieve risico’s te lang en te veel onder de radar konden blijven. Maar ook de tsunami van regelgeving die volgde als reactie op de instabiliteit in de financiële sector biedt geen waterdichte garantie. “Beslissingen worden immers genomen door mensen. Hoewel een bank of verzekeringsmaatschappij aan alle formele regels kan voldoen, is er ook een gezonde risico-attitude nodig. Dat vergt een mentaliteitswijziging en een open dialoog,” volgens Regine Slagmulder, professor Accounting & Control aan Vlerick Business School. Ze vraagt aandacht voor de ontwikkeling van een risicocultuur die verder gaat dan alleen maar checkboxen afvinken.
Alle artikels