Toegang tot innovatieve geneesmiddelen en behandelingen. Is België er klaar voor?

Conclusies van het 'Oncology Horizon Scanning Project'

Het Vlerick Healthcare Management Centre publiceert de resultaten van het Oncology Horizon Scanning project, waarin werd onderzocht of België klaar is om toegang te verlenen tot de innovatieve, gepersonaliseerde behandelingen en geneesmiddelen die in de pijplijn zitten, vooral dan in het domein van kanker, de tweede meest voorkomende ziekte in België en een therapeutisch domein momenteel gekenmerkt door veel vooruitgang en innovatie. In deze tijden van economische soberheid en budgettaire beperkingen in de gezondheidssector, is het een maatschappelijke uitdaging om toch toegang te kunnen verlenen tot deze nieuwe generatie geneesmiddelen die belangrijke therapeutische voordelen bieden doch ook een belangrijke kostprijs hebben. Gisteren werden de conclusies van de studie alsook de concrete aanbevelingen voorgesteld.

We staan aan de vooravond van een doorbraak in gepersonaliseerde geneesmiddelen en therapieën

In de komende vijf jaar zullen heel wat nieuwe, maar vaak ook dure kankergeneesmiddelen wereldwijd op de markt komen, vooral innovatieve gepersonaliseerde therapieën en immuuntherapieën. Dit werd recent nog bevestigd op het ASCO congres (American Society of Clinical Oncology). Ook de diagnostische middelen evolueren aan een hoog tempo. Deze  worden gebruikt om therapieën meer doelgericht toe te passen, om te screenen, te monitoren en om behandelingen te optimaliseren.

Gezien deze veelbelovende perspectieven inzake kankerbehandelingen, worden in het Oncology horizon scanning project van het Vlerick Healthcare Management Centre aanbevelingen geformuleerd over hoe de Belgische gezondheidsautoriteiten er voor kunnen zorgen dat patiënten in de nabije toekomst toegang kunnen krijgen tot deze doelgerichte behandelingen.

Momenteel gaat 5% van het totale Belgische geneesmiddelenbudget (EUR 4 miljard) naar innovatieve, doelgerichte kankerbehandelingen. De studie voorspelt dat dit bedrag zal toenemen tot 8,9% à 9,5% van het totale budget in 2020. Dit vertegenwoordigt een bedrag van ruim EUR 500 miljoen. Dit zou, op zeven jaar tijd, een verdrievoudiging zijn van het budget dat in 2013 werd gespendeerd aan kankergeneesmiddelen. Het mag duidelijk zijn dat deze evolutie een grote uitdaging met zich meebrengt, zeker als men rekening houdt met de historisch stagnerende - soms zelfs afnemende - budgetten. Bovendien wordt, naast het geneesmiddelenbudget, ook de toegangstijd tot deze behandelingen en geneesmiddelen als een fundamenteel probleem gezien waarvoor het Belgische gezondheidssysteem een oplossing moet vinden.

Nood aan beter overleg tussen CTG en TGR

Om het hoofd te kunnen bieden aan deze  innovatieve en gepersonaliseerde kankertherapieën, stellen de onderzoekers van deze studie voor dat de CTG (Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen) en de TGR (Technisch Geneeskundige Raad) in onderlinge overeenkomst de markttoegang van geneesmiddelen en behandelingen waarborgen. Een methode wordt voorgesteld om in overleg met mekaar te oordelen over de terugbetalingsniveaus. In het huidige systeem worden voorstellen over therapieën en over diagnostische testen immers los van elkaar genomen door de twee commissies, wat leidt tot vertragingen en tot een niet-gesynchroniseerd budgetbeheer.

Nood aan een begrotingsplan op een termijn van vijf jaar

Om te kunnen anticiperen op de marktintroductie van de pijplijninnovaties, die inherent onzeker is, kijkt de studie verder tot 2020 en stelt ze een geavanceerd transversaal budgetteringsmechanisme voor. Volgens dit mechanisme, dat de horizon van de voorspelling van het huidige 1 naar 5 jaar brengt, verbetert dit sterk de prognoses. Tevens, om de betrouwbaarheid van de voorspelling te verhogen, moet deze oefening op internationaal niveau worden uitgevoerd. Vervolgens moet dan op  nationaal niveau de innovatiepijplijn op structurele wijze gefinancierd worden. Dit kan met prijsdalingen in het huidige geneesmiddelenportfolio, met een mogelijke toename van het geneesmiddelenbudget, maar ook met een mogelijke terugschroeving van terugbetalingen, en met transversale besparingen op het gezondheidsbudget. Immers, wat het transversale betreft, door de betere gepersonaliseerde en doelgerichte geneesmiddelen worden uitgaven vermeden in andere sectoren van de gezondheidszorg.

Zonder rekening te houden met de laatste transversale component, zou een innovatieprognose op basis van drie jaar gefinancierd kunnen worden voor 84 %, wat geen probleem is indien het budget toeneemt. Een prognose op basis van vijf jaar laat echter zien dat er toch een probleem is. Zonder een budgetverhoging of zonder voordelen via budgettaire transferten, zullen namelijk slechts 66% van de innovaties gefinancierd kunnen worden. Het in kaart brengen van de innovatiepijplijn heeft dus duidelijk aangetoond dat een raming op basis van vijf jaar, in plaats van het huidige één jaar, veel beter kan voorspellen en voorbereid inspelen op de specifieke noden.

In onze studie, wilden we de aandacht vestigen op de noodzaak van een visie op een langere termijn om toegang tot innovatie te verzekeren. Eén van onze aanbevelingen toont ook het belang aan van een nauwere samenwerking tussen de verschillende instellingen die verantwoordelijk zijn voor het gezondheidszorgbeleid in België en in Europa. Zeker als we willen dat de patiënten, ook in België, kunnen genieten van therapeutische innovaties die in de nabije toekomst beschikbaar zullen zijn”, verduidelijkt Prof. Dr. Walter Van Dyck, partner van de Vlerick Business School, Directeur van het Vlerick Healthcare Management Centre, en leidend auteur van deze studie.

Impact op het gezondheidszorgbudget

Uit een simulatie van deze geavanceerde transversale ramingsmethode blijkt dat, om de innovatiepijplijn in gepersonaliseerde kankergeneesmiddelen aan de huidig geldende prijzen te financieren, over de komende vijf jaar het totale geneesmiddelenbudget jaarlijks zou moeten stijgen met een constant groeipercentage CAGR (Compound Annual Growth Rate)  tussen 0,89% en 2,05%, dit naargelang het budget voor conventionele geneesmiddelen constant blijft of stijgt met de historische groeivoet.

Deze vereiste toename van het geneesmiddelenbudget kan enkel worden verminderd als men beslist om rekening te houden met mogelijke effecten van de terugschroeving van terugbetalingen of met de transversale budgettaire impact. De essentie van de voorgestelde transversale ramingsmethodologie, is dat men met de innovatieve geneesmiddelen uitgaven in andere zorgsectoren kan voorkomen. Voor het eerst wordt de budgetimpact daarvan tentafief berekend. Het heeft dan zin die mindere uitgaven in andere sectoren deels aan te wenden om de terugbetaling van de innovatieve geneesmiddelen mee te financieren. Uit de simulaties blijkt de orde van grootte niet onbelangrijk en ligt ze tussen EUR 208M en EUR 461M over de komende vijf jaar. Echter, een operationele data-infrastructuur, die zowel wetenschappelijke als medisch-economische gegevens integreert, is onontbeerlijk om deze transversale ramingsmethodologie in de praktijk toe te passen. En dit zal uiteraard niet worden gerealiseerd van vandaag op morgen.

Over de studie

Dit onderzoek verliep in 3 fasen: in een eerste fase werd een literatuurstudie opgezet over het gezondheidsbeleid, over de algemene economische opportuniteiten en uitdagingen van deze nieuwe behandelingen en over de implementatie ervan in het Belgische gezondheidssysteem. In een tweede fase werden verkennende interviews afgenomen met onder andere stakeholders van het RIZIV en met zorgverstrekkers en onderzoekinstituties in de oncologie. In deze tweede fase werden ook de conclusies van studies van het Belgische gezondheidssysteem sinds 2005 in kaart gebracht. De onderzoekers gebruikten dit als basis om hun hypotheses te formuleren. Uit deze eerste twee fases zijn bovendien de concrete onderzoeksvragen gevloeid.

In de derde en laatste fase werden twee besluitvormingssystemen uitgewerkt om de toegang tot deze nieuwe geneesmiddelen in België te stimuleren: een gesynchroniseerd terugbetalingssysteem op Belgisch niveau voor zowel de gepersonaliseerde therapieën als de diagnostische testen en een geavanceerde continue budgetraming (“rolling 5-year budget forecasting”).

De resultaten en aanbevelingen uit het onderzoek werden tenslotte voorgelegd aan een extern validatiepanel, met name dr. Ri De Ridder (Riziv), prof. Lieven Annemans (UGent) en prof. Leo Neels (Chair Advisory Board Vlerick HCM).

Over het Vlerick Healthcare Management Centre

Het Vlerick Healthcare Management Centre (HMC) is een Europese, onafhankelijke denktank en onderwijsinstelling, gevestigd in Brussel, die innovatieve en bruikbare management- en beleidsoplossingen biedt op het gebied van healthcare en life sciences. Vlerick HMC is volledig eigendom van Vlerick Business School en wordt gefinancierd door subsidies van publieke instellingen en private organisaties. Op dit moment geniet het van een Roche Research Chair, een onvoorwaardelijke beurs van AstraZeneca, en heeft het MSD als een kennispartner, en ASZ Aalst, AZ Alma, AZ Jan Palfijn, AZ Maria Middelares, AZ Nikolaas, AZ Sint-Lucas, AZ Sint-Maarten, AZ Sint-Maria, Jan Yperman Ziekenhuis, Jessa Ziekenhuis, Maria ziekenhuis Noord-Limburg als leden van MINOZ Research.

Vlerick HMC wordt geleid door prof. dr. Walter Van Dyck, partner van Vlerick Business School, en werkzaam als de directeur van het centrum. De onderzoeksagenda van Vlerick HMC wordt vastgelegd door de directeur, na overleg met de Internationale Adviesraad van Vlerick HMC, voorgezeten door prof. dr. Leo Neels en samengesteld uit de volgende leden; Prof. Dr. Richard Barker (CASMI, UK), Mr. Jo De Cock (NIHDI, BE), Prof. Dr. Denis Lacombe (EORTC), Prof. Dr. Kjeld Moller Pedersen (COHERE, DK), Prof. Dr. Maarten Postma (RUG, NL).

Gerelateerd nieuws

  1. Belgische gezondheidszorg kan anders en beter

    Datum: 01-12-2014
    Categorie: Persberichten
    De gezondheidszorg staat aan de vooravond van een (r)evolutie. Een recente white paper van het Vlerick Healthcare Management Centre aan Vlerick Business School identificeert vier trends die de sector van de gezondheidszorg fundamenteel zullen veranderen. Daardoor kan de efficiëntie toenemen, maar investeren blijven nodig.
  2. Nieuw

    Je geld of je leven: Een kritische noot

    Datum: 29-09-2016
    Categorie: Opiniestukken
    De verontwaardiging over de hoge prijzen van geneesmiddelen is wereldwijd in deze tijden van budgettaire krapte in de gezondheidszorg. Artsen zijn terecht bezorgd over het feit of al hun patiënten toegang zouden blijven hebben tot levensreddende geneesmiddelen aan betaalbare prijzen. Volgens professor Walter Van Dyck ligt de oplossing echter niet in de afschaffing van het patentensysteem, noch in de eis voor transparantie rond de kosten die de biofarmaceutische industrie maakt voor de nieuwe geneesmiddelen die ze op de markt willen brengen. De enige oplossing voor het vraagstuk ligt in een voorwaardelijke dialoog tussen de gemeenschap en de innovatieve biofarmaceutische industrie.
Alle artikels