Topsalarissen bij Belgacom: Vadertje Staat laat zijn stem horen…

Hetgeen gisteren plaatsvond bij Belgacom is opmerkelijk. De Belgische Staat, aandeelhouder voor meer dan 50%, heeft het remuneratieverslag niet goedgekeurd. Het wettelijk kader: beursgenoteerde ondernemingen moeten tegenwoordig een remuneratieverslag opmaken én dit ter goedkeuring voorleggen aan de algemene vergadering. Op zich zijn de juridische implicaties daarvan beperkt, maar het kan natuurlijk wel tellen als symboliek. Het toont de bijzondere situatie aan waarin dit bedrijf zich bevindt. Enerzijds gaat het om een overheidsbedrijf, met zijn eigen wetmatigheden, ook naar voorbeeldfunctie en politieke gevoeligheden toe. Maar laat ons niet vergeten dat Belgacom zich ook beweegt in een open mark in een (hyper)competitieve omgeving. Bovendien, ook al mag de overheid dan de meerderheid van de aandelen bezitten, daarnaast wordt ook meer dan 40% van de aandelen verhandeld op de beurs. En die heeft ook weer haar wetmatigheden. Een remuneratiebeleid op poten zetten voor een dergelijk bedrijf is verre van eenvoudig.

Is de remuneratie van het Belgacom-topmanagement excessief? Als we de remuneratie van Didier Bellens vergelijken met wat geldt in de andere Bel-20 bedrijven, stellen we vast dat hem, in 2011, 2.125.000 euro werd toegekend (basissalaris, variabele remuneratie en aandelenopties). De mediaan voor de Bel-20 bedroeg op dat moment 2.010.000. Dhr. Bellens verdiende dus 6% meer dan wat de ‘gemiddelde’ CEO van een groot beursgenoteerd Belgisch bedrijf verdiende. Dat is dus niet meteen excessief. Daarnaast wordt er ook verweten dat er riante aandelenplannen zouden worden toegekend. Ook hier moeten we vaststellen dat dit niet het geval is: Didier Bellens ontving in 2011 een pakket ter waarde van 470.000 euro, terwijl de mediaan bij de grote beursgenoteerde bedrijven 410.000 euro bedraagt. Bovendien stellen we vast dat de variabele remuneratie van het topmanagement van Belgacom niet enkel bepaald wordt door het financieel resultaat (cash flow), maar ook door de kwaliteit van de service naar de klant én de loyauteit van de werknemer. Dit is op vandaag nog geen schering en inslag en Belgacom loopt hiermee voorop.

Hebben we hiermee gezegd dat het allemaal rozengeur en maneschijn is? Absoluut niet. Maar eerder dan Belgacom aan de schandpaal te nagelen, moeten we de manier van denken en werken rond topsalarissen in vraag durven stellen. En dat staat los van Belgacom. Concreet is er het allesoverheersende belang van de grootte van het bedrijf voor de bepaling van de topsalarissen. Daar waar het mediaansalaris (vast salaris, variabel, en aandelengerelateerde remuneratie) van een CEO van een Bel-20 bedrijf in 2011, zoals reeds aangegeven, 2.010.000 euro bedroeg, daalt dat zienderogen naarmate we afdalen naar de Bel-Mid (635.000) en de Bel Small (460.000). Dit is een bijzonder groot spanningsveld, en dat is ook zo in het buitenland. Vraag is echter of de elasticiteit niet te groot is. We moeten dus de ganse afstemming op de markt, ook wel benchmarking genoemd, onder de loupe durven nemen.

Een interessante evolutie die zich in het buitenland afspeelt, is om de uitoefening van aandelen of aandelenopties niet meer enkel afhankelijk te maken van het verstrijken van een bepaalde periode, maar ook van de prestaties van het bedrijf in vergelijking met een ‘korf’ van andere bedrijven. Zo is het mogelijk dat men slechts recht krijgt op 25% van de oorspronkelijk toegekende aandelen omdat het bedrijf zich slechts in of net onder de middenmoot bevindt. Een andere evolutie bestaat erin dat de toekenning van aandelen populairder wordt dan aandelenopties. De reden hiervoor is dat aandelenopties aanleiding zouden kunnen geven tot het nemen van meer risico’s omdat ze een groter opwaarts potentieel hebben dan gewone aandelen. Waarom komen beide praktijken dan zo weinig voor in België? De reden hiervoor is dat het fiscaal kader voor het toekennen van aandelen duidelijk minder gunstig is dan voor aandelenopties. Bovendien moet de belasting op aandelenopties ‘upfront’ betaald worden, wat ook niet meteen stimulerend werkt naar het inbouwen van extra voorwaarden. Maar is de uitwerking van een passend en eigentijds fiscaal klimaat rond topsalarissen, leidend tot het juiste gedrag en tot de juiste systemen, niet ook een verantwoordelijkheid van datzelfde Vadertje Staat?

Xavier Baeten
Professor of Management Practice
Vlerick Business School

Gerelateerd nieuws

  1. Nieuw

    Innovatief zonder snufjes

    Datum: 21-09-2016
    Categorie: Opiniestukken
    In een hilarisch filmpje neemt Michael Dubin, de oprichter van Dollar Shave Club, het op tegen de scheergigant Gilette met de boodschap "shave time, shave money". Toen het 5 jaar geleden online kwam werd het meteen massaal opgepikt en gaf het Dollar Shave Club een vliegende start. Het bedrijf werd onlangs voor 1 miljard dollar aan Unilever verkocht. Een opmerkelijk verhaal, omdat het om een simpel product en een simpel concept gaat. De belofte is om je voor 1 dollar per maand van scheermesjes te voorzien. In tijden van robotics, artificiële intelligentie en big data toont het verhaal van Dollar Shave Club dat je ook zonder hightech innovatief kan zijn.
  2. Wie wil slagen in het digitale tijdperk moet zichzelf heruitvinden

    Datum: 24-06-2016
    Categorie: Opiniestukken
    Wanneer je je bedrijf wil hertekenen om succesvol te zijn in het digitale tijdperk, dan kom je automatisch terecht in de wereld van digitale transformatie. Digitale transformatie is een vorm van end-to-end, geïntegreerde business transformatie waarbij digitale technologieën een dominante rol spelen. Maar hoe begin je er aan? Voordat managementteams met vertrouwen een stap richting digitale economie kunnen zetten, moeten ze eerst zien en beseffen dat hun huidige organisaties niet gebouwd zijn om te concurreren in deze nieuwe omgeving, waar het digitale en het fysieke naadloos met mekaar verweven zijn. Bovendien moeten ze de dynamiek van de digitale economie ten volle begrijpen en weten wat er allemaal speelt in de businesswereld.
Alle artikels