Vrijhandel in geneesmiddelen: een vaste prijs voor heel Europa?

Door prof. dr. Walter Van Dyck (Associate Professor Technology & Innovation Management aan Vlerick Business School / Vlerick Healthcare Management Centre en prof. dr. Leo Neels (Voorzitter van de adviesraad van het Vlerick Healthcare Management Center)

Geneesmiddelen zijn geen banaal product, daarover is iedereen het eens. Ze moeten worden goedgekeurd, krijgen een bijsluiter mee en zijn uitsluitend via de apotheker verkrijgbaar, waarvan de meeste zelfs enkel op voorschrift. Ze worden ook opgevolgd, zowel wat hun werkzaamheid betreft als hun veiligheid. Het gaat inderdaad om heel specifieke producten met een formele en erkende gezondheidsclaim in de evidence-based geneeskunde.

Op één punt worden ze als banaal product beschouwd: ze maken zoals houtschroeven, dakpannen of fietsbellen deel uit van het vrij verkeer in de Europese Unie, in de zgn. eengemaakte markt.  Lidstaten kunnen geneesmiddelen niet stoppen aan hun nationale grens. Men kan ze vrij in- en uitvoeren. Vrijhandel heeft als doel dat Europese consumenten toegang hebben tot alle producten die ergens in Europa verkrijgbaar zijn, en dat prijsverschillen verdwijnen als gevolg van in- en uitvoer. Dat is een zeer nobel doel.

Die beginselen werken natuurlijk niet in domeinen waarin de nationale staten nog een gereserveerde bevoegdheid hebben en autonoom handelen. Dat is het geval met de ziekteverzekering en sociale zaken. Die worden nationaal gefinancierd en georganiseerd. Er zijn wel (steeds meer) regeltjes die daar los doorheen snijden, omdat de Europese Unie zijn bevoegheden over vrij verkeer aan de ene kant en mededinging aan de andere kant ook gebruikt om de beleidsruimte voor lidstaten te verkleinen. Zo is er dus vrij verkeer van geneesmiddelen. Die vrijheid van “parallele”, vaak niet-reguliere, handel is in het mededingingsrecht de proef op de som van dat vrij verkeer.

Voor geneesmiddelen leidt dat tot een probleem. De 28 Europese lidstaten stellen autonoom de prijs vast van de geneesmiddelen in hun ziekteverzekering. En zoals dat ook het geval is voor de welvaart, verschillen die ziekteverzekeringen grondig van elkaar. Vaak zijn er 28 nationale, administratief verplichte prijzen voor één geneesmiddel. Dan heeft vrij verkeer van geneesmiddelen ook geen zin, vermits dat geen effect kàn hebben op de verplicht vastgestelde prijzen, toch? En daar gaat het mis: voor de vrijhandel worden geneesmiddelen beschouwd als banaal goed. Een exporteur kan ze dus opkopen in een land met lagere prijzen, en gaan verkopen in een land met hogere prijzen, en de winst op zak steken. Immers, in het land met hogere prijzen moet de plaatselijke ziekteverzekering die lokaal verplichte hogere prijs betalen. De parallelhandel telt zijn winst uit. In het land met lagere prijzen ontstaan onbeschikbaarheden, en vinden de patiënten hun geneesmiddel niet meer. De patiënten in die landen winnen er niets, de tariefprijs van hun geneesmiddel wijzigt niet.

Absurd? Dagelijkse realiteit, ook in België. De geneesmiddelentekorten nemen toe (zie De Standaard van 7 februari 2014: “Tekort aan honderden medicijnen”). Gelet op de eerder lage prijs voor innovatieve geneesmiddelen in België, verdwijnen ze uit de markt. Dat is een belangrijke zorg voor de farmaceutische sector, apothekers, artsen en ziekenhuizen. Farmaceutische bedrijven worden in hun bevoorradingslijnen geconfronteerd met enorme vraagstukken: verpakkingen en voorraadverplichtingen volgens lokale regels, en altijd het risico dat hun beschikbare voorraad in de parallele circuits verdwijnt. Gelet op het sacrosancte beginsel van het vrij verkeer van goederen, zijn ze machteloos om zulke toestanden te voorkomen. De patiënt staat dan in de kou. Hier krijgen goede beleidsbeginselen een manke toepassing, en de beginselvastheid gaat voor op gezondheidszorg.

De complexiteit is nog iets groter. Vooreerst: het gaat om dure producten, speciaal geconditioneerd en verpakt voor één lokale markt – verpakking en bijsluitertaal worden nationaal geregeld – mét vervaldata. Daarvan kan maar beperkte “extra” voorraad worden aangelegd, met alle gevolgen vandien. Vervolgens: de prijsverschillen lijken eigenaardig, maar het is de manier waarop de farmasector in Europese landen met zeer lage welvaart de toegang tot nieuwe therapieën probeert mogelijk te maken. Die differentiatie is het gevolg van de inkomensongelijkheid tussen lidstaten. De effectieve prijs is aangepast volgens die factor.

Hier is ruimte voor verbetering. Dit is typisch een multi-stakeholdervraagstuk.  Europese Commissie, farmaceutische bedrijven, economische  en gezondheidsautoriteiten moeten dit samen aanpakken. Het is een klassiek voorkomend geval waarbij de betrokkenen zich vooral blind staren op hetgeen hen scheidt, en nog niet zagen wat hen verenigt. 

Gerelateerd nieuws

  1. Nieuw

    Je geld of je leven: Een kritische noot

    Datum: 29-09-2016
    Categorie: Opiniestukken
    De verontwaardiging over de hoge prijzen van geneesmiddelen is wereldwijd in deze tijden van budgettaire krapte in de gezondheidszorg. Artsen zijn terecht bezorgd over het feit of al hun patiënten toegang zouden blijven hebben tot levensreddende geneesmiddelen aan betaalbare prijzen. Volgens professor Walter Van Dyck ligt de oplossing echter niet in de afschaffing van het patentensysteem, noch in de eis voor transparantie rond de kosten die de biofarmaceutische industrie maakt voor de nieuwe geneesmiddelen die ze op de markt willen brengen. De enige oplossing voor het vraagstuk ligt in een voorwaardelijke dialoog tussen de gemeenschap en de innovatieve biofarmaceutische industrie.
Alle artikels