Zijn we onze menselijke kant kwijt?

“Vorig jaar werkte ik aan een casestudy rond een bedrijf dat gebotteld water verkoopt. Een van mijn studenten vond het ethisch niet correct om geld te verdienen met gemeengoed. De meeste klasgenoten vonden die opmerking echter onterecht, omdat de casestudy ging om strategie.” Volgens Yuliya Shymko, assistant professor in strategie, is het een teken van deze tijd. “Het is een sprekend voorbeeld van hoe conformistisch we geworden zijn.”

Voor ze de stap naar de academische wereld zette, was Yuliya manager bij een multinational, waar ze met allerlei zaken te maken kreeg waar ze zich niet goed bij voelde. Hoe mensen behandeld werden, bijvoorbeeld, of de taal waarmee bepaalde praktijken en situaties gerechtvaardigd werden. Tijdens haar PhD raakte ze geïnspireerd door critical management studies. Sindsdien stelt ze vragen, gaat ze gepassioneerd op ontdekking en stimuleert ze andere manieren om de zaken te bekijken. Daarbij probeert ze ideeën aan te reiken waarover gedebatteerd kan worden.

Utilitarisme en bedrijfsethiek

Ze maakt zich in het bijzonder zorgen over wat ze de ontmenselijkende invloed van wetenschap noemt, en hoe die de manier beïnvloedt waarop we over menselijke ervaringen en organisaties praten. “Voor de Amerikaanse managementtheoreticus Peter Drucker (1909-2005) ging organisatiemanagement over mensen, hun waarden, hun groei en ontwikkeling, de sociale structuur, de samenleving en zelfs spiritualiteit. Deze holistische, humanistische benadering is omgeslagen in een rationele, utilitaristische aanpak waarin geen plaats is voor de emotionele en psychologische kant van de dingen.”

Dat heeft gevolgen voor bedrijfsethiek, nog een thema dat haar na aan het hart ligt. “Volgens de utilitaristische benadering is een overtuiging ethisch als ze voordelen creëert voor het merendeel van de stakeholders. Maar weegt het geluk van duizenden dan op tegen het lijden van een enkeling? Of je zou kunnen zeggen dat een deontologische aanpak mensen niet behandelt als een middel om een doel te bereiken, maar als een doel op zich. En in plaats van succes af te wegen tegen het geheel, ga je na welke impact een bepaalde beslissing heeft op individuen in een organisatie. De vraag is dus: creëren we organisaties die mensen als instrumenten gebruiken om doelen te bereiken waar alleen een specifieke groep van mensen met macht baat bij heeft, terwijl we de anderen wijsmaken dat ook zij er voordeel uit halen? Of creëren we organisaties waar iedereen het goed kan hebben? Daar mag het voor mij wat vaker over gaan.”

Waarom we ons bij macht ongemakkelijk moeten voelen

Wat Yuliya ook mist in het debat rond bedrijfsethiek en ethisch leiderschap is het concept macht. “Toen ik de leiding over een team kreeg, voelde ik me in eerste instantie ongemakkelijk”, herinnert ze zich. “Aan mensen die een leidinggevende functie toebedeeld krijgen, wordt dat vaak voorgesteld als een soort recht. Maar ik geloof dat we beter moeten proberen te begrijpen welke verantwoordelijkheid aan macht hangt. Misschien is het wel gezond om ongemak te voelen, omdat het betekent dat je begrijpt dat je er niet noodzakelijk aanspraak op maakt. Als je jezelf onterecht voorhoudt dat je er recht op hebt, loop je het risico over het hoofd te zien wat de gevolgen zijn van beslissingen die mensenlevens beïnvloeden. Ik betwijfel of dergelijke aspecten voldoende aan bod komen als het over ethisch leiderschap gaat.”

Businessscholen en universiteiten: steeds vaker maar één kant van het verhaal

Businessscholen en universiteiten stimuleren toch wel de opendebatcultuur waar Yuliya zo naar verlangt? “Ik ben bang dat ze veranderd zijn”, zegt ze. “Vroeger waren het bakens van intellectueel verzet. In de jaren vijftig werden aan Harvard regelmatig vertegenwoordigers van vakbonden uitgenodigd om in debatten ook andere standpunten te laten horen, wat nu bijna ondenkbaar is geworden. Er lijkt een consensus te zijn over hoe organisaties bestuurd worden en op welke waarden ze gebaseerd zijn.”

Ze pauzeert even en vervolgt dan: “Deze eenzijdige en doelbewust simpelere kijk brengt onze academische integriteit in gevaar. We zijn conformisten geworden die generische taal gebruiken en geen oog meer hebben voor zaken waarover wel gesproken moet worden. We gaan bepaalde praktijken als normaal beschouwen en bekrachtigen ze zelfs met ons onderzoek. Waarom bekijken we ze niet op een kritischere, ruimdenkendere manier, als sociale wetenschappers, als mensen die begrijpen dat bepaalde beslissingen wel degelijk gevolgen hebben die niet noodzakelijk gemakkelijk meetbaar zijn en die niet altijd in een bepaald verhaal passen?”

Gevangen in een vicieuze cirkel

“Onze leerinstellingen zijn overgenomen door het systeem. Een systeem dat er steeds vaker op gericht is je relevantie tegenover de privésector aan te tonen”, vindt Yuliya. “Let wel,” voegt ze er bedachtzaam aan toe, “het is prima om kennis te creëren die relevant is voor ondernemingen, maar de manieren waarop we onze relevantie proberen te bewijzen, zijn best wel conformistisch als je het mij vraagt.”

Eigenlijk is het probleem gecompliceerder dan dat, blijkt uit Yuliya’s vervolg: “Businessscholen, universiteiten en hun academici zitten gevangen in een vicieuze cirkel. Hun kostwinning hangt af van rankings en evaluaties. Studenten verwachten dat ze dingen leren die hen aan een baan zullen helpen. Ze verwachten dus niet dat je hen leert verder te kijken dan de cijfers, kritisch te reflecteren over bepaalde zaken, open in gesprek te gaan en filosofische debatten te voeren, behalve wanneer bedrijven dat willen.”

Alles wijst op een ruimer probleem: “Onze maatschappij creëert en voedt dat verlangen naar succes, succes als zakenman of -vrouw. We hebben geen politieke rolmodellen meer. Onze voorbeelden komen nu uit de bedrijfswereld. En ondanks alle retoriek over maatschappelijk verantwoord ondernemen spiegelen we ons toch vooral aan materialistische prestaties.”

“Ik zeg niet dat alles fout zit”, glimlacht ze verontschuldigend. ”Maar we hebben onszelf afhankelijk gemaakt. Laten we eerlijk zijn: de belangen van ondernemingen en die van de maatschappij vallen niet altijd samen.”

Hoe keren we het tij?

Yuliya vindt dat niet alles mag terechtkomen op de schouders van individuele academici die hun nek uitsteken. Wel zouden businessscholen en universiteiten een omgeving moeten creëren die meer open intellectueel debat aanmoedigt waarin ruimte is voor andere standpunten, zelfs als die controversieel zijn: “Het is onze intellectuele en pedagogische verantwoordelijkheid om ruimte te scheppen voor kritische reflectie en de ontwikkeling van een morele verbeelding* bij onze studenten, zodat ze gevoeliger worden voor ethische kwesties in zakelijke besluitvorming. En nee, het is niet de bedoeling het vak bedrijfsethiek in het leven te roepen. Dit kritische denken kan in alle hoofdvakken aan bod komen.”

Maar er is meer nodig om het tij te keren: “We hebben nood aan een andere institutionele cultuur. Je moet je een burger voelen in je organisatie, participeren en in debat gaan zonder bang te zijn om het woord te nemen. Het gaat erom psychologisch ownership op te nemen, niet gewoon een perfecte knecht of volger te zijn. We moeten het maatschappelijke bewustzijn verhogen.”

* Morele verbeelding is een term die bekend werd dankzij Russell Kirk. Hij verwijst naar de vaardigheid die alleen mensen hebben om medemensen te zien als morele wezens en personen, en niet alleen als objecten waarvan de waarde bepaald wordt door hun bruikbaarheid of nut.

Meer weten?

Yuliya werkte mee aan het boek ‘Developing Leadership: Questions Business Schools Don’t Ask’. In het hoofdstuk ‘The forgotten humanness of organisations’ biedt ze een aantal kritische reflecties op en alternatieven voor de manieren waarop kenniscreatie en -uitwisseling benaderd worden in de institutionele cultuur van vele businessscholen. Daarvoor gaat ze dieper in op hoe managementcursussen het concept organisationele verandering behandelen.

Gerelateerd nieuws

  1. Tijd om de clown terug te halen

    Datum: 08-06-2016
    Categorie: Opiniestukken
    Met de Panama Papers veroorzaakt modern management opnieuw een volgende morele ramp. Gek genoeg worden er amper lessen getrokken uit vorige schandalen. Volgens professor Ralf Wetzel zullen managementwetenschap en -praktijk geen soelaas brengen voor de crisis die de manager momenteel doormaakt. Er is nood aan een nieuw rolmodel dat de platgetreden paden van management verlaat.
  2. Geschiloplossing in de Belgische bedrijfswereld: tijd voor een wake-upcall

    Datum: 07-06-2016
    Categorie: Opiniestukken
    Uit een aantal enquêtes die de afgelopen vijf jaar zijn gehouden in Europa en de Verenigde Staten blijkt dat bedrijven steeds vaker in rechtszaken verwikkeld zijn. Wat wordt uitgegeven aan honoraria en andere proceskosten zijn opbrengsten die nooit zullen worden uitgekeerd aan aandeelhouders of geherinvesteerd in het bedrijf. Ook belangrijk is het negatieve effect dat procesvoering doorgaans heeft op zakenrelaties. Professor Barney Jordaan pleit voor bemiddeling als een betere manier om een bedrijfsgerelateerd geschil op te lossen.
Alle artikels