Besparen op wetenschappelijk onderzoek? Een slecht idee

“Innovatiebeleid legt niet altijd voldoende nadruk op wetenschappelijk onderzoek”, vertelt Professor Bart Leten. “Men gaat er vaak van uit dat opleiding het belangrijkste mechanisme is waardoor kennisinstellingen een impact hebben op de innovatieve slagkracht van nabijgelegen bedrijven.” Maar is dat wel zo? Samen met twee collega’s toonde hij aan dat wetenschappelijk onderzoek wel degelijk industriële innovatieactiviteiten ondersteunt.

Opleiding en wetenschappelijk onderzoek

Kennisinstellingen, zoals universiteiten, hogescholen en business schools, spelen op twee manieren een belangrijke rol in lokale innovatiesystemen: via opleiding en via wetenschappelijk onderzoek.

“Enerzijds leiden ze studenten op tot geschoolde arbeidskrachten. Met de kennis, vaardigheden en methodieken die studenten er opdoen kunnen ze als werknemers terecht in functies waarin ze een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan innovatie en economische groei”, legt Bart uit. “En omdat jongeren doorgaans graag ‘blijven hangen’ in de stad of regio waar ze gestudeerd hebben, profiteren vooral bedrijven in de nabije omgeving van het resultaat van die opleidingen. Zij kunnen als eerste uit de afgestudeerden rekruteren.”

“Anderzijds verrichten kennisinstellingen wetenschappelijk onderzoek waardoor ze bijdragen tot de verdere ontwikkeling van kennis – kennis waarop bedrijven kunnen bouwen”, gaat hij verder. “En dat kan op allerlei manieren. Zo kunnen bedrijven bijvoorbeeld aansluiten bij kennisnetwerken en kennisplatforms rond kennisinstellingen, samenwerkingsprogramma’s opzetten met professoren en onderzoekgroepen, of voor hun eigen R&D een beroep doen op doctoraatsstudenten. Ook hier geldt dat de impact eerder lokaal zal zijn: kennisoverdracht wordt bevorderd door geografische nabijheid.”

Impact onderzocht

“Studies tot dusver hielden enkel rekening met óf opleiding óf onderzoek”, zegt Bart. “Dan meet je misschien wel ‘een’ effect van kennisinstellingen, maar over het relatieve belang van beide factoren kan je niets besluiten, terwijl dat voor beleidsdoeleinden juist relevant kan zijn.”

“Dit onderzoek analyseerde dan ook de impact van de twee kernactiviteiten van kennisinstellingen – opleiding en onderzoek – op de innovatieve slagkracht van nabijgelegen bedrijven. Omdat de effecten van opleidingen en wetenschappelijk onderzoek niet noodzakelijk voor alle sectoren dezelfde zijn, onderzochten we bedrijven uit vier verschillende bedrijfstakken: chemie, elektrotechniek, farma en machinebouw, verspreid over ruim 100 regio’s in Italië.”

Intuïtie bevestigd

Wat bleek? Bart: “Bedrijven profiteren zowel van de opleidingen als van het wetenschappelijk onderzoek van de plaatselijke kennisinstellingen. De impact van wetenschappelijk onderzoek was het sterkst aanwezig in de meest R&D-intensieve sectoren waar de wetenschappelijke basis nog snel evolueert, namelijk elektrotechniek en farma. Denk maar aan alles wat met nano-elektronica en embedded systems te maken heeft en aan de ontwikkelingen in de biotechnologie, bijvoorbeeld op het gebied van nanobodies en gene silencing.”

Hoe verklaar je dat? “In die twee sectoren verandert nog zo veel, zo snel, en dan is het voor bedrijven des te belangrijker om op de eerste rij te zitten en goede contacten te onderhouden met onderzoeksgroepen en spin-offs van kennisinstellingen”, legt Bart uit. “Deze resultaten verbazen misschien niet, maar het is altijd goed om wat je intuïtief verwacht ook te kunnen staven met empirisch onderzoek”, glimlacht hij.

Welke conclusies en aanbevelingen volgen hieruit?

  • Bedrijven hebben idealiter een of meer vestigingen in de buurt van kennisinstellingen. In hun lokalisatiebeleid zouden ze rekening moeten houden met de aanwezigheid van zulke opleidings- en onderzoekscentra.
  • Kennisinstellingen doen er goed aan te (blijven) investeren in wetenschappelijk onderzoek. Kenniscreatie door onderzoek is immers een belangrijke troef.
  • Overheden subsidiëren wetenschappelijk onderzoek, via allerlei kanalen. “Toch is het een van de posten waarop tegenwoordig bespaard wordt, ook op Europees vlak”, zegt Bart. “Deze studie toont aan dat dat niet opportuun is. Het is belangrijk om in beleid ter ondersteuning van innovatiesystemen voldoende aandacht te blijven geven aan wetenschappelijk onderzoek.”
Italiaanse dataset

De in deze studie geanalyseerde gegevens hebben betrekking op bedrijven en kennisinstellingen in 101 provincies in Italië, voor de periode 1992-1998. Opleiding werd gemeten aan de hand van het aantal afgestudeerden, wetenschappelijk onderzoek werd benaderd door het aantal publicaties in peer-reviewed tijdschriften. Uit patentgegevens werd de innovatieve slagkracht van bedrijven afgeleid. Hoewel de studie gebaseerd is op uitsluitend Italiaanse gegevens, kunnen de resultaten worden veralgemeend omdat er vooral werd gekeken naar verschillen tussen regio’s.

Bron: De paper “Science or graduates: How do firms benefit from the proximity of universities?” is verschenen in Research Policy, 43 (2014), p. 1398-1412.

Over de auteurs
Bart Leten is Associate Professor in innovatiemanagement aan de Vlerick Business School en aan de KU Leuven en programmadirecteur van de master in general management aan de Vlerick Business School. Paolo Landoni is Assistent Professor in innovatie aan het Politechnisch Instituut van Milaan. Bart Van Looy is Full Professor in innovatiemanagement aan de KU Leuven en Flanders Business School.

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times