De energiemarkt: vele tinten grijs

Energie en elektriciteit worden doorgaans geassocieerd met de kleur groen. Niet zo voor professor Leonardo Meeus: “Vandaag is grijs de kleur bij uitstek. Geen saai, maar een spannend grijs.” Hij legt uit waarom.

Het nieuwe marktmodel

Het energielandschap is in de loop der tijd grondig veranderd. Twintig jaar geleden was bijna de volledige energiewaardeketen in handen van een enkele partij. Tegenwoordig zijn er verschillende spelers verantwoordelijk voor verschillende activiteiten: producenten, transmissie- en distributienetbeheerders (TNB’s en DNB’s) en retailers.

De markt staat niet stil. In de marge van het distributienet zijn er allerlei nieuwe activiteiten ontstaan die, in tegenstelling tot die van TNB’s en DNB’s, nog niet op EU-niveau of nationaal gereguleerd zijn. “Bijvoorbeeld marktfacilitatie, installatie en uitbating van laadinfrastructuur en lokale elektriciteitsopslag. Het is echter nog niet duidelijk bij wie dergelijke activiteiten thuishoren en elk land maakt zijn eigen keuzes,” zegt Leonardo. “Er zijn dus nog grijze zones, maar die maken het voor mij als onderzoeker net zo interessant en spannend.”

Wie faciliteert de markt?

Zolang grootschalige opslag van elektriciteit nog te duur is, moeten vraag en aanbod nauwgezet op elkaar afgestemd worden. Alle activiteiten die daarmee samenhangen vallen onder de noemer marktfacilitatie – gegevensuitwisseling via een data hub is er een van. “Tot dusver gebeurde die gegevensuitwisseling typisch door de TNB’s. Maar met de opkomst van decentrale elektriciteitsproductie is een deel van de marktactiviteiten verschoven naar het distributieniveau. Ook consumenten produceren vandaag elektriciteit, het zijn prosumers geworden. En dan rijst de vraag wie moet die markt faciliteren?”

De Scandinavische landen hebben ervoor gekozen om een en ander over te laten aan de TNB. Ook in Duitsland ligt er een voorstel in die zin op tafel. In België hebben de vijf grootste DNB’s zich gegroepeerd in de joint venture Atrias die de rol van data hub zal vervullen. Frankrijk en Oostenrijk denken in dezelfde richting. En in het VK en Italië is er een onafhankelijke derde partij opgestaan. “Dat zie je wel vaker gebeuren: als er sprake is van grijze zones zullen er naast de bestaande spelers, TNB’s en DNB’s, ook totaal nieuwe opduiken.”

Wie zorgt voor de laadinfrastructuur?

Over een laadpaal in je eigen garage bestaat weinig discussie. Die is van jou. Maar wat met laadpalen op straat? Die zou je kunnen beschouwen als deel van het distributienetwerk, en dan is er wat voor te zeggen om de installatie en uitbating ervan toe te vertrouwen aan DNB’s. Maar zo simpel is het volgens Leonardo niet. “Denk aan benzinestations, die worden uitgebaat door retailers die vaak ook voor de infrastructuur gezorgd hebben. En een constructeur van elektrische auto’s, zoals Tesla, kan ook goede argumenten hebben om een netwerk van oplaadpunten uit te rollen. Logisch dus dat ook hier verschillende landen verschillende keuzes hebben gemaakt.”

Nederland en Zweden laten het initiatief aan de markt. Ze wachten af. Ierland daarentegen zet vol in op elektrische auto’s om de Europese emissienormen te halen. Daarom heeft het een van de DNB’s gevraagd om alvast een pilotproject uit te rollen. “Time to market kan een goede reden zijn om DNB’s in te schakelen. In Nederland en Zweden kunnen individuele steden wel kiezen om sneller werk te maken van een laadinfrastructuur. Zo heeft Amsterdam een tender uitgeschreven.”

Wie heeft de batterijen?

Lokale elektriciteitsopslag in batterijen – technisch gezien is het niets nieuws. Wel nieuw is dat iemand als Elon Musk erin slaagt thuisbatterijen trendy te maken. “Zijn Powerwall zou niet misstaan in menig huiskamer,” glimlacht Leonardo. “Iedereen zijn eigen batterij! Willen we dat? Of zien we liever een grotere batterij per wijk? Die is misschien goedkoper dan 100 kleine. En als er sprake is van schaalvoordelen, willen we dan de verantwoordelijkheid voor de infrastructuur bij de TNB’s of bij de DNB’s leggen? Voor elke optie zijn er voorstanders te vinden.”

Wie in Duitsland fotovoltaïsche zonnepanelen plaatst, kreeg subsidies voor de aankoop van batterijen. In Italië mocht de TNB investeren in enkele installaties en kunnen de DNB’s ook pilotprojecten voorstellen, net zoals in het VK.

Consistent beleid

Volgens Leonardo zullen sommige landen sneller geneigd zijn dan andere om voor activiteiten in de grijze zones een rol toe te bedelen aan DNB’s. “Bijvoorbeeld België en Nederland. Daar heb je volledig onafhankelijke DNB’s en het aantal partijen is beperkt. In andere landen heb je soms nog honderden kleine spelers.”

“Maar welke keuze je ook maakt, consistentie is belangrijk,” vindt hij. “Dus als regulatoren een rol weggelegd zien voor DNB’s, dan moeten ze ervoor zorgen dat er voldoende incentives zijn om te innoveren. Die incentives kunnen ingebouwd worden in het wettelijk kader, denk aan innovation funding.”

Beleidskeuzes

In het kader van de DNB-leerstoel bestudeerde Vlerick, met de steun van zijn partners Alliander en Eandis, de situatie in verschillende landen. Die observaties werden gebundeld en aangevuld met een framework voor beleidsmakers en regulators. “We zeggen niet welke keuze de beste is, wel waarop ze moeten letten als ze een keuze maken en we geven voorbeelden van succesvolle implementaties. Voor regulatoren die nog moeten beslissen, bevat onze beleidsnota enkele nuttige richtlijnen. Wie al een keuze gemaakt heeft, wordt uitgenodigd om er even bij stil te staan.”

Toch een kanttekening: “Ik begrijp maar al te goed waarom verschillende landen een verschillende aanpak volgen. Het is immers niet zwart-wit. Maar vroeg of laat gaan we een afweging moeten maken tussen de voordelen van vrije keuze en de nadelen van niet-standaardisatie. En dat moet voor elk van die nieuwe activiteiten afzonderlijk gebeuren. Precies wat we met onze leerstoel nog van plan zijn.”

Meer weten?
De conclusies en aanbevelingen van de studie en het conceptuele raamwerk ontwikkeld als houvast voor beleidsmakers en regulatoren zijn beschreven in de beleidsnotaEmerging regulatory practice for new businesses related to distribution grids” door professor Leonardo Meeus (Vlerick Business School, Florence School of Regulation) en onderzoeker Samson Hadush (Vlerick Business School).

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times Economist Intelligence Unit