Vroege investeringsbeslissingen cruciaal voor succes van wetenschappelijke start-ups

Wetenschappelijke start-ups spelen een sleutelrol in onze moderne kenniseconomieën. Succesvolle Belgische academische spin-offs als Thrombogenics, Ablynx en Materialize tonen aan dat technologiebedrijven het potentieel hebben om jobs te creëren en hoogtechnologische innovaties voort te brengen.

Een grote uitdaging voor kapitaalintensieve start-ups is het aantrekken van voldoende investeringen om hun ideeën internationaal te ontwikkelen en te commercialiseren. Veel wetenschappelijke bedrijven hebben het moeilijk om de hevige internationale concurrentie, onzekere technologieën en snelle veranderingen het hoofd te bieden. 

Wil een nieuw bedrijf succes boeken, dan is het essentieel om de juiste financieringsvorm te vinden bij de juiste bron. Dit verslag van Vlerick tracht methodes te identificeren waarmee wetenschappelijke ondernemers zonder ervaring in het bedrijfsleven investeerders van durfkapitaal kunnen vinden en aansporen om hen te helpen bij de ontwikkeling van hun bedrijf.

Investeringen door verstrekkers van durfkapitaal kunnen zowel financiële middelen als diensten met toegevoegde waarde inhouden, zoals strategisch advies en toegang tot een netwerk van potentiële partners. Toch kan het moeilijk zijn om de juiste partners te kiezen voor vroege investeringen.

Het Vlerick-onderzoek nam negen start-ups in de Vlaamse biotechnologiesector onder de loep die tussen 1999 en 2003 werden opgericht. Zowel de vroege zoektocht naar investeerders als de daaropvolgende investeringsrondes werden geanalyseerd.

De biotechnologiesector is uniek wegens de tijdrovende onderzoeks- en testfase vooraleer een nieuw geneesmiddel daadwerkelijk op de markt kan worden gebracht. Klinische tests, patenten en het goedkeuringsproces kunnen tien tot vijftien jaar in beslag nemen. Vooraleer biotechnologiebedrijven financiële middelen kunnen verkrijgen van farmaceutische bedrijven of de publieke aandelenmarkt, moeten ze verschillende rondes durfkapitaal ophalen. Het benodigde kapitaal kan gemakkelijk 20 à 100 miljoen euro of meer bedragen.

Uit het Vlerick-onderzoek blijkt dat start-ups in de biotechnologiesector gewoonlijk worden geleid door wetenschappers pur sang die geen toegang hebben tot ervaren biotechnologiemanagers van de tweede generatie die hen kunnen helpen bij de bedrijfsvoering.

De resultaten van het onderzoek tonen aan dat ondernemers in de technologiesector gewoonlijk aankloppen bij investeerders in hun omgeving, zoals onderzoeksinstellingen of universiteiten, en hun zoektocht niet uitbreiden om de meest geschikte investeerders van durfkapitaal te vinden.

De casestudy’s suggereren dat de eerste gekozen investeerder een sterke invloed heeft op het gemak waarmee start-ups bijkomende financiering kunnen aantrekken van andere investeringspartners, vooral als de eerste investeerder een gerespecteerde speler is in de financiële gemeenschap en over de nodige expertise beschikt.

De resultaten tonen aan dat het vooral ervaren, internationale investeerders met een specifieke focus op de biotechnologiesector waren die de verdere ontwikkeling aanstuurden van de bedrijven in hun portfolio. Zij konden bijkomende investeerders aanbrengen en strategisch advies verlenen via de raad van bestuur.

Foute beslissingen bij de lancering van een nieuw bedrijf kunnen de groei ervan beperken. Slimme partnerschappen kunnen de succeskansen op lange termijn dan weer vergroten. De resultaten van het onderzoek wijzen vooral op de nood aan meer allesomvattende strategieën om investeerders te zoeken. Wetenschappers die een nieuw bedrijf willen opstarten, moeten dus al in het beginstadium (nog vooraleer ze hun bedrijf formeel oprichten) relevante netwerken opbouwen in het bedrijfsleven en de financiële gemeenschap. Zo krijgen ze toegang tot meer gespecialiseerde en potentieel internationale investeerders.

Het Vlerick-onderzoek biedt ook advies aan investeerders van durfkapitaal. Ten eerste mogen onervaren investeerders van durfkapitaal niet optreden als hoofdinvesteerders in syndicaten. Als er nood is aan grote bedragen kunnen ervaren investeerders soms onervaren investeerders uitnodigen om deel uit te maken van investeringssyndicaten.

Ten tweede moeten ervaren investeerders van durfkapitaal zich ervan bewust zijn dat ze niet altijd toegang hebben tot alle vroege investeringskansen. Actieve creatie van deals blijft belangrijk om meer kwaliteitsvolle voorstellen aan te trekken.

Ten slotte biedt het verslag belangrijk advies aan teams die actief zijn op het vlak van ‘corporate ventures’ en technologietransferdiensten van universiteiten. Instellingen die nieuwe bedrijven willen opstarten gebaseerd op hun technologie, moeten stevige banden opbouwen met ervaren investeerders. Als ze hun spin-offs lanceren zonder de hulp in te schakelen van ervaren mede-investeerders, moet hun ondernemersteam niet enkel wetenschappers omvatten, maar ook CEO’s (en potentieel ook CFO’s) met relevante ervaring in het beheer van wetenschappelijke start-ups.

Bron:Path-dependent evolution versus intentional management of investment ties: Evidence from young biotechnology ventures’ door professors Sophie Manigart en Miguel Meuleman (Vlerick Business School) in samenwerking met Tom Vanacker (professor aan de Universiteit Gent en research fellow aan Vlerick Business School). Magazine: ‘Entrepreneurship: Theory & Practice’.

Vroege investeringsbeslissingen cruciaal voor succes van wetenschappelijke start-ups

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times Economist Intelligence Unit