Familiebedrijven en privé-investeerders: een wederzijdse opportuniteit

High Net Worth Individuals als onbekende financieringsbron

Uit een studie van KPMG blijkt dat 58% van de familiebedrijven momenteel op zoek is naar externe financiering om hun investeringen te bekostigen.

Familiale ondernemingen zijn goed voor meer dan 70% van het wereldwijde BBP[1]. Desondanks vinden veel familiebedrijven dat hun financieringsopties beperkt zijn.

De ondervraagde ondernemingen wereldwijd geven aan dat bankfinanciering hun grootste bron van financiering is (30%), gevolgd door financiering door eigen middelen (28%). Bijna drie op vier bedrijven (74%) verklaart echter dat de mogelijkheden om projecten te financieren via bankleningen invloed ondervinden van de economische crisis. Daardoor staan ondernemers steeds meer open voor alternatieve financieringsvormen zoals bijvoorbeeld door privé-investeerders.

Een onderbenutte financieringsbron: High Net Worth Individuals

KPMG heeft een onderzoek gedaan naar een investeringsbron die tot dusver wellicht onvoldoende is benut. Het gaat om de participatie van zogenaamde ‘High Net Worth Individuals’ (HNWI’s) of vermogende particulieren. Zij beschikken niet alleen over een aanzienlijk investeringskapitaal maar hebben vaak ook ervaring met familiebedrijven. Wereldwijd zijn er naar schatting liefst 14 miljoen ‘High Net Worth[2] Individuals’ - zij zijn samen goed voor een vermogen van ongeveer 53 biljoen USD[3].

De resultaten van de enquête tonen aan dat de topprioriteiten van HNWI’s en familiale ondernemingen gelijklopend zijn. Zo geven HNWI’s aan dat kapitaalaangroei op lange termijn (37%) hun belangrijkste stimulus is om te investeren, terwijl een langetermijnvisie op rendement één van de belangrijkste elementen (23%) is in de investeringsstrategie van familiebedrijven.

Het onderzoek leert ons dat de beide groepen eerst een goed inzicht moeten krijgen in de potentiële voordelen van deze partnerships vooraleer met elkaar in zee te gaan. Maar dan kunnen ze samen een duurzame en productie band opbouwen. De investeerders – die soms genoegen nemen met een minderheidsaandeel – hebben naast hun financiële middelen ook expertise en ervaring te bieden,” aldus Christophe Bernard, KPMG’s Global Head of Family Business. “KPMG’s Family Business kan het pad effenen zodat klanten betere zakelijke partnerships kunnen aangaan en werkt wereldwijd aan een intensere samenwerking tussen beide groepen. Daar worden beide partijen alleen maar beter van.

44% van de privé-investeerders heeft al geïnvesteerd in een familiebedrijf

Enkele andere belangrijke bevindingen van de enquête:

  • 44% van de HNWI’s heeft reeds eerder geïnvesteerd in een familiale onderneming en de grote meerderheid (95%) vond dit een positieve ervaring in vergelijking met hun andere investeringen.
  • Meer dan drie vierde van de respondenten (76%) zegt dat de familie een meerderheidsbelang heeft in het bedrijf.
  • 60% van de HNWI’s is op zoek naar investeringen met redelijke risico’s en een redelijk rendement, en is geïnteresseerd in kapitaalaangroei op lange termijn. Investeren in familiebedrijven beantwoordt aan beide vereisten.

De studie ‘Family matters: Financing family business growth through individual investors’ maakt duidelijk dat zowel familiebedrijven als HNWI’s een grote investeringshonger hebben. Dat kan hen tot bijzonder compatibele partners maken.

[1] Bron: Family Firm Institute
[2] Bron: Wealthmanagement.com ‘Where in the World do the Rich Live?” (2014)
[3] Bron: Capgemini, World Wealth Report, 2014

Methodologie van het onderzoek

KPMG voerde tijdens het eerste kwartaal van 2014 een onderzoek uit in 29 landen (82,4% van het wereldwijde BBP – geen bedrijven uit België). Daarbij werd aan de CEO, CFO, COO of strategiedirecteur van 125 familiebedrijven (drie categorieën: omzet 20-50 miljoen USD – omzet 50-200 miljoen USD of meer dan 200 miljoen USD) gevraagd welke types investering ze nodig hebben, welke voorkeuren hun investeerders hebben en welke ervaringen ze hebben met op het vlak van investeringen door HNWI’s of andere familiebedrijven. Aanvullend werd bij 125 HNWI’s (privé-personen met een meer dan 10 miljoen USD aan liquide middelen) gepolst naar hun investeringsstrategieën en hoe deze kunnen aansluiten bij familiebedrijven.

Medewerking van Vlerick Business School

Ook de Vlerick Business School was betrokken bij het onderzoek, met name bij de samenstelling van de vragenlijsten en de interpretatie van de gegevens. Professor Sophie Manigart: “Veel vermogende Belgen die vaak al banden hebben met familiebedrijven, zoeken momenteel naar alternatieve investeringsopportuniteiten. Het is een spannende gedachte dat er een heilzame wisselwerking zou kunnen ontstaan tussen enerzijds vermogende families als investeerders en aandeelhouders, en anderzijds familiebedrijven die er dezelfde waarden op nahouden.

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times