Van klasproject tot eigen zaak

Hoe kan het secundair onderwijs ondernemerschap nog beter stimuleren?

Veel jongeren vertonen al vroeg ondernemend gedrag. Ze zijn creatief, gaan op zoek naar manieren om geld te verdienen, geven leiding of durven al eens afwijken van de heersende norm. Door dat ondernemend gedrag aan te boren, te versterken en aan te moedigen kan het secundair onderwijs ondernemerschap nog effectiever stimuleren.

Uit het onderzoek blijkt dat twee belangrijke factoren effectief ondernemerschapsonderwijs bemoeilijken.

De school kan het niet alleen

De zin in ondernemen doen toenemen is slechts één van de vele verzuchtingen waarvoor leerkrachten bevraagd worden. Een ondernemende geest kweken is ook niet de exclusieve verantwoordelijkheid van het onderwijs. Ook de omgeving, in de eerste plaats de ouders, speelt hierin een grote rol.

Wat betekent ondernemerschapsonderwijs concreet?

Er heerst onduidelijkheid over het concept. Het moet zowel de zin in ondernemen aanscherpen, als competenties daarvoor bijbrengen. Enkele van deze vaardigheden zijn al opgenomen in de vakoverschrijdende eindtermen. Toch is duidelijk dat ondernemerschapsonderwijs effectiever zou kunnen zijn, door te durven kiezen voor het stimuleren van ondernemend gedrag, en dan vooral creatief gedrag, leiding geven, waarde creëren en non-conformistisch gedrag binnen de schoolmuren.

De ondernemende leerkracht

Net als ouders, kunnen leerkrachten hierbij als rolmodel fungeren – zelfs zonder zelf ondernemer te zijn – en zo inspelen op het geloof in eigen kunnen bij hun leerlingen. Wie gelooft dat hij goed is in creatieve activiteiten, leiding geven, waarde creëren of non-conformistisch gedrag, zal sneller geneigd zijn om een onderneming te beginnen.

Intrinsieke motivatie speelt wanneer leerlingen spontaan activiteiten willen doen, vanuit een oprechte interesse, zonder beloning of bestraffing in het vooruitzicht, en op de manier die ze zelf wensen. Het langetermijneffect is hier veel sterker dan bij extrinsiek gedrag (gedreven door bijvoorbeeld geld, macht of aanzien). Daarom benadrukt men bij het stimuleren van ondernemend gedrag best intrinsieke doelen: door te ondernemen kan je je creativiteit botvieren, zelf beslissen wat je doet en hoe je je werk organiseert.

Blijven dromen

Tot slot moet niet alleen ondernemend gedrag gestimuleerd worden. Veel jongeren weten niet wat ondernemerschap inhoudt. Om hen warm te maken voor een leven als ondernemer is er nood aan een duidelijker beeld van ondernemerschap zelf.

Jongeren moeten ondernemerschap zien als een future possible self, een rol die ze later kunnen opnemen. Dit bevordert de motivatie en maakt duidelijk welke competenties de jongere nog dient te verwerven. Het geeft jongeren ook veel vrijheid in het definiëren en herdefiniëren van wie ze willen zijn. Jongeren hoeven niet te doen wat anderen van hen verwachten of te kiezen voor zekerheid, we kunnen ze ook laten dromen. 

Bron: "Stimuleren van ondernemerschap in het secundair onderwijs: een verdieping van EFFECTO" door het Flanders DC Kenniscentrum aan Vlerick Business School. Onderzoek door Jacob Vermeire, Wouter Van den Berghe, Jan Lepoutre en Miguel Meuleman.

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times