Hoe doeltreffend is een beleid dat belastinggeld gebruikt om kmo- en ondernemersactiviteit te stimuleren?

Regeringen in ontwikkelde landen lijken te geloven dat de aard of de omvang van de ondernemersactiviteit in hun land niet optimaal is. Bijgevolg gebruiken ze belastinggeld om die activiteit te stimuleren. Deze paper, gepubliceerd in het tijdschrift Entrepreneurship Theory and Practice, onderzoekt de doeltreffendheid van een dergelijk beleid in Zweden en extrapoleert dat Zweedse voorbeeld vervolgens naar verschillende andere landen en regio’s, waaronder Vlaanderen.

Een van de belangrijkste bijdragen van de paper is dat hij een methodologie aanreikt. Die werd door de auteurs gebruikt om te bepalen hoe de kosten voor het verbeteren van de prestaties van bestaande (kleine en middelgrote) bedrijven en het bevorderen van de creatie van nieuwe ondernemingen in Zweden verhaald worden op de belastingbetaler.

De auteurs – onder wie professor Miguel Meuleman van Vlerick Business School – vergelijken vervolgens de resulterende uitgavenpatronen met de beleidsfocus zoals die door experts geformuleerd wordt. Ze vinden daarbij belangrijke afwijkingen tussen de twee, wat wijst op een mogelijke discrepantie tussen de eigenlijke uitgaven en de impliciete of expliciete politieke prioriteiten.

De beleidsdoeltreffendheid bepalen

Deze studie vult een belangrijke leemte op in dit onderzoeksgebied, omdat ze een algemene beoordeling biedt van de doeltreffendheid van een dergelijk beleid bij het stimuleren van kmo- en ondernemersactiviteit. De auteurs stellen het zo: “We willen een vorm van kosten-batenanalyse (KBA) uitvoeren voor dit beleidsterrein, om de algemene doeltreffendheid ervan en de doeltreffendheid van de samenstellende elementen te bepalen.”

De 3 belangrijkste bijdragen van de paper zijn:

  • Aantonen dat het mogelijk is om tot een voldoende betrouwbare kostenraming van het kmo- en ondernemerschapsbeleid te komen, alhoewel dit nauwkeurig en met veel zorg moet gebeuren en ook een zekere schatting inhoudt.
  • Een antwoord bieden op de vraag of het budget voor het kmo- en ondernemerschapsbeleid gebruikt wordt in gebieden waar de doeltreffendheid maximaal is.
  • Pleiten voor het uitvoeren van een dergelijke analyse in andere landen en regio’s. De ervaring in Zweden leert ons dat dit heel wat belangstelling wekt vanuit de politiek. De voorlopige bevindingen voor Polen, Oostenrijk en Vlaanderen tonen aan dat het Zweedse voorbeeld ook in andere landen en regio’s kan worden gevolgd.

Belangrijkste bevindingen en aanbevelingen

De eerste conclusie van de auteurs met betrekking tot Zweden is dat belastingverlagingen, in de eerste plaats voor bestaande kmo’s, de belangrijkste uitgaven vormen. Dit betekent echter per definitie dat het leeuwendeel van de overheidsuitgaven naar gevestigde bedrijven gaat, ondanks alle gesprekken over het creëren van een gunstig klimaat voor het opstarten van nieuwe ondernemingen.

De auteurs vellen geen oordeel over de wensbaarheid daarvan, maar als ze de geldstromen van naderbij bekijken, verschilt hun visie op de prioriteiten in dit beleidsterrein van het beeld dat de experts schetsen.

Volgens de auteurs zijn regeringen het hun belastingbetalers (naast eigenaars en potentiële eigenaars van kleine ondernemingen) verschuldigd om de totale uitgaven en de prioriteiten voor die uitgaven transparant te maken. Hun studie toont aan dat dit mogelijk is en dat hiervoor een methodologie beschikbaar is. Ze sporen regeringen aan om het Zweedse model te volgen, en de totale uitgaven en de verdeling ervan over de verschillende werkgebieden jaarlijks te documenteren.

Bron: ‘Measuring the Costs and Coverage of SME and Entrepreneurship Policy: A Pioneering Study’ door Anders Lundström, Peter Vikström, Matthias Fink, Miguel Meuleman, Paweł Głodek, David Storey en Andreas Kroksgård. Gepubliceerd in Entrepreneurship Theory and Practice (maart 2013).

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times Economist Intelligence Unit