Hoe kan ondernemerschap armoede bestrijden?

Je leest het vaak: “Ondernemerschap is de sleutel in de strijd tegen de armoede.” Maar alle goede bedoelingen ten spijt, leveren initiatieven om ondernemerschap in armere gebieden te stimuleren niet steeds de verhoopte resultaten op. Waarvan moeten initiatiefnemers, zoals microkredietverstrekkers, ngo’s en multinationals, zich bewust zijn? In het kader van zijn doctoraatsonderzoek trok Jacob Vermeire voor 12 maanden naar Zuid-Afrika. Volgens hem ligt het antwoord in een bredere kijk op armoede en ondernemerschap.

Meer dan geld

“Armoede wordt nog al te vaak benaderd als een louter financiële kwestie en dat heeft zo zijn gevolgen voor de initiatieven die men neemt om armoede te bestrijden”, legt Jacob uit. “Als je maar het inkomen van mensen verhoogt, dan volgt de rest vanzelf, denkt men. Maar voor mensen die arm zijn, is armoede meer dan een financieel begrip: het is een gebrek aan levenskwaliteit in de meest ruime zin. De verhoging van hun inkomen is geen doel op zich. Geld is uiteraard niet onbelangrijk, maar het is een middel. Arme mensen willen een beter leven, en dat is een andere invalshoek.”

Ondernemer uit noodzaak

Opportuniteiten ontwikkelen, dat is waar ondernemerschap op focust – opportuniteiten die worden gecreëerd en/of ontdekt. En daar wringt volgens Jacob het schoentje. “Mensen in arme gebieden zijn vooral aangewezen op replicatie-opportuniteiten. Ga eens naar een markt in Afrika: iedereen heeft dezelfde standjes met dezelfde groenten. Dit type ondernemerschap genereert meestal maar weinig inkomsten.”

“We denken bovendien nogal gemakkelijk dat alle Afrikanen geboren ondernemers zijn”, gaat hij verder. “Ngo’s pakken, begrijpelijkerwijze, graag uit met de succesverhalen over from-zero-to-hero-ondernemers. Maar mensen die aangewezen zijn op de informele economie ondernemen vaak gewoon uit noodzaak – voor deze micro-ondernemers is het een kwestie van overleven. Dat is heel wat anders dan een CEO van een telecombedrijf die een traiteurzaak start als lifestylekeuze, of universiteitsstudenten die een goed idee in een onderneming gieten.”

Andere prioriteiten

In dat verband vindt Jacob het ook belangrijk dat we beseffen dat wij de luxe hebben om op de langere termijn te kunnen denken. Mensen in arme regio’s, die afhankelijk zijn van de informele economie, hebben die luxe niet. “Arme mensen willen uit de armoede raken, maar liefst vandaag, niet over een paar jaar. Wachten op die ene goede opportuniteit zit er voor arme Afrikanen meestal niet in. Ook het clichébeeld van de gefocuste ondernemer die alles opzij zet voor zijn zaak gaat in arme regio’s gewoonweg niet op. De omstandigheden waarin ondernemers in arme regio’s moeten werken zijn namelijk fundamenteel anders. Ze hebben onder meer te kampen met allerlei institutionele barrières, waardoor het moeilijk is om iets winstgevends uit te bouwen.

“Falende instellingen, bureaucratie, logistieke problemen, moeilijke toegang tot grondstoffen en financiële middelen enzovoort”, somt Jacob op. “Van een sociale zekerheid zoals wij die kennen, is er geen sprake. Er is ook amper een markt voor nieuwe producten. De angst voor onvoorziene gebeurtenissen is dan ook veel groter. Een overlijden in de familie, een diefstal of een schadegeval, en het is terug naar af. Bij ons kan je daarvoor verzekeren. Bovendien is er een gebrek aan kennis en managementvaardigheden. Daarom zijn er ook erg weinig rolmodellen. Ze staan wel op de websites van ngo’s, multinationals en microkredietverstrekkers, maar de ondernemers die zichzelf en hun familie echt uit de armoede hebben kunnen tillen zijn op de vingers van een hand te tellen.”

Arme mensen hebben ook andere prioriteiten: “Een begrafenisceremonie of bruiloftsfeest kunnen betalen is in Afrika vaak veel belangrijker dan investeren in een onderneming … En ja, religie speelt er een belangrijkere rol dan hier. ‘Als God het wil’ klinkt ondernemers bij ons wellicht tamelijk fatalistisch in de oren.”

De zaak of de kinderen?

“Niet-commerciële microkredietverstrekkers kunnen een positieve bijdrage leveren tot armoedebestrijding als ze niet alleen financiële ondersteuning bieden, maar ook een deel van het risico wegnemen door te investeren in onderwijs, training en de uitbouw van groepsdynamieken. Sommige doen dat ook”, zegt Jacob. “Maar in mijn onderzoek merk ik dat de meeste er toch nog vaak van uitgaan dat geld lenen volstaat opdat mensen een onderneming zouden uitbouwen. Alleen, arme mensen hebben geld nodig voor zo veel andere dingen. Het geld dat ze lenen voor de onderneming wordt dan ook vaak niet gebruikt voor hun zaak, maar om de kinderen naar school te laten gaan, voor een tv, een nieuw dak, kortom, om hun levenskwaliteit te verbeteren. Hoe mensen hun armoede beleven, bepaalt hoe ze tegen geld aankijken.”

Je zou haast denken dat die microkredieten niet of nauwelijks worden terugbetaald, maar dat valt mee: “Op de een of andere manier lukt het ze toch, omdat ze andere leningen aangaan, bij vrienden of familie, of bij lokale kredietverstrekkers, vaak tegen woekerrentes. Je kan je je dus terecht afvragen of je door microkredieten op een structurele manier aan armoedebestrijding doet, of je zo ondernemerschap stimuleert en wat de structurele impact is.”

De ene opportuniteit is de andere niet

Ook ngo’s en multinationals schatten de lokale situatie vaak verkeerd in. De winstgevende opportuniteiten die zij geïdentificeerd hebben, zijn voor de mensen ter plaatse niet altijd even interessant omdat de context om een rendabele onderneming uit te bouwen ontbreekt.

“Zonder blijvende financiële en operationele ondersteuning van die ngo’s of multinationals hebben zulke projecten geen kans van slagen. Slechts een enkeling die risico’s wil en kan nemen zal zich door dergelijke initiatieven aangesproken voelen. Zo was er een multinational die een nieuwe manier om avocado’s te kweken wilde uitrollen bij avocadotelers in Zuid-Afrika. De telers zouden andere avocadobomen moeten planten en anders moeten gaan werken. Dat vraagt investeringen, maar ook kennis. Bovendien waren de avocado’s bestemd voor de export, want voor de lokale markt waren ze te duur. Zo’n project houdt grote risico’s in. Als de export om de een of andere reden niet de verhoopte resultaten oplevert, hebben de telers geen plan B. Resultaat: er zijn weinig telers in het project gestapt.”

Het kan anders!

Hoe kunnen microkredietverstrekkers, ngo’s en multinationals een ondernemerschap stimuleren dat een structurele impact heeft, dat niet wordt afgedaan als gemorrel in de marge van de informele economie?

“Microkredietverstrekkers die ondernemerschap willen stimuleren, hebben betere controlemechanismen nodig om erover te waken dat het geld wordt gebruikt voor de onderneming, maar eigenlijk zouden ze er beter aan doen hun missie bij te stellen”, zegt Jacob. “Armoedebestrijding is niet hetzelfde als ondernemerschap stimuleren en ondernemerschap leidt niet noodzakelijk tot minder armoede. Ondernemerschap is niet voor iedereen weggelegd en dat is in Afrika niet anders dan bij ons. Als je werkelijk armoede wil bestrijden, moet je de zaken vanuit een breder perspectief bekijken: op welke manier kunnen we ervoor zorgen dat mensen een verbetering ervaren in hun situatie? Voor sommigen zal ondernemerschap de uitkomst bieden, anderen zullen meer baat hebben bij een lening voor, bijvoorbeeld, een huis.”

Bovenal moeten we volgens hem af van de goedbedoelde top-downinitiatieven en duurzame ondernemingen uitbouwen die ingebed zijn in de lokale context. En dat betekent samen opportuniteiten creëren in plaats van ze louter aan te dragen. “Dat is niet evident, want ngo’s en multinationals willen tijdens hun fondsenwervingscampagnes het liefst kunnen vertellen waaraan ze het geld gaan besteden en welke de verwachte resultaten zijn, en als je samen met de lokale bevolking opportuniteiten creëert, staat de uitkomst niet vooraf vast. Maar ik ben ervan overtuigd dat het samen creëren van opportuniteiten de sleutel is tot succes.”

Bronnen: (1) Jacob A.L. Vermeire, Garry D. Bruton en Li Cai “Global Value Chains in Africa and Development of Opportunities by Poor Landholders”, en (2) Jacob A.L. Vermeire en Garry D. Bruton “Entrepreneurial Opportunities and Poverty in Sub-Saharan Africa: A Review & Agenda for the Future”, Africa Journal of Management (2016)

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times