Investeringen in geneeskunde op maat kunnen kosten gezondheidszorg drastisch doen dalen

Of hoe innovatie en gezondheidszorg hand in hand gaan

Investeringen in betere ICT- en diagnosetechnologieën die een doorgedreven gepersonaliseerde gezondheidszorg mogelijk maken, zijn wel degelijk rendabel. Niet alleen de patiënten hebben er baat bij, maar ook de economie wordt er beter van. Vooral voor borstkanker en hart- en vaatziekten – twee van de meest voorkomende aandoeningen van deze tijd – kunnen de lange-termijnkosten drastisch verminderen via een betere screening van patiënten en eenvoudigere toegang tot behandeling en medicatie. Dit opent de deur voor nieuwe en innovatieve initiatieven vanuit de bedrijfswereld.

Dat blijkt uit recent onderzoek van professor Walter Van Dyck aan Vlerick Business School i.s.m. Science|Business, een Europese denktank die de brug slaat tussen industrie, beleid en onderzoek. De conclusies zijn voornamelijk gebaseerd op data uit het Verenigd Koninkrijk (VK), maar ze gelden evenzeer voor België en andere Europese landen. Volgens de onderzoekers zouden investeringen in gepersonaliseerde geneeskunde in het VK een potentiële besparing van meer dan 35% kunnen opleveren. Als gevolg van dit resultaat kwam er in het VK ondertussen een discussie op beleidsniveau op gang.

Dit is de eerste keer dat er een analyse gebeurt voor de volledige waardeketen van technologische investeringen in de gezondheidszorg: van gezond individu over eerste diagnose tot behandeling van de ziekte en uiteindelijk herstel of overlijden. Deze nieuwe technologieën vergen een fikse investering van bij de start. Maar uit het onderzoek blijkt ook dat de maatschappij op lange termijn een netto besparing mag verwachten door meer mensen gedurende een langere periode van hun leven gezond te houden. Dat is een zeer belangrijke les inzake de rendabiliteit van onze gezondheidszorg.

Walter Van Dyck, professor Innovatie aan Vlerick Business School

Dat geneeskunde op maat in het algemeen mogelijkheden biedt op vlak van kostenefficiëntie werd reeds via eerder onderzoek bewezen. Nieuw is dat er voor het eerst onderzocht wordt hoeveel je exact kan besparen en wat je daarvoor concreet moet doen. Het onderzoek gaat uit van concrete data over kleinschalige proefprojecten met nieuwe technologieën in het Verenigd Koninkrijk, België en Duitsland. Via een computergestuurd simulatiemodel worden deze gegevens geëxtrapoleerd naar de kosten en voordelen voor  de volledige bevolking. De focus van het onderzoek ligt vooral op twee specifieke aandoeningen, nl. borstkanker en hart- en vaatziekten, die – zo blijkt – een totaal verschillende aanpak vereisen.

Borstkanker: een kwestie van slimmer detecteren en sneller ageren

Momenteel is de factor leeftijd bepalend om vrouwen op te roepen tot een jaarlijkse mammografie, nl. alle vrouwen vanaf 50. De studie wijst echter uit dat een alternatieve aanpak op basis van hoog vs. laag risico de gemiddelde kost per patiënt over een periode van 25 jaar kan doen dalen met 37%. Heel wat vrouwen vanaf 50, maar met een laag risico, ondergaan nu immers onnodige onderzoeken.

Investeringen in centrale, elektronische patiëntenrapporten in combinatie met genetische testen laten toe om de vrouwen met een hoog risico te isoleren, intensiever op te volgen en kanker in een vroeger stadium te detecteren. Dat heeft niet alleen financiële, maar ook gezondheidsvoordelen. Het gebruik van dure medicijnen (bv. Herceptin) en behandelingen (operaties en chemotherapie) daalt, en het aantal vrouwen die gediagnostiseerd worden voor er uitzaaiingen zijn, stijgt.

Hart- en vaatziekten: een kwestie van preventie en levensstijl

Voorkomen is beter dan genezen. Nog teveel mensen belanden met een hartaanval meteen op de spoeddienst van een ziekenhuis, terwijl het niet zover hoefde te komen. Volgens de onderzoekers kunnen de gezondheidskosten voor hartfalen met maar liefst 46% naar beneden door risicovolle patiënten preventief beter te screenen in combinatie met de bestaande beproefde methode van meer beweging.

De onderzoekers zien twee mogelijke pistes voor een betere screening voorafgaand aan hartfalen. Ten eerste kan je huisartsen uitrusten met zogenaamde ‘point-of-care’-technologieën die hen toelaten om meer onderzoeken zelf op een snelle en goedkope manier uit te voeren. Een mooi voorbeeld daarvan is bloedanalyse, waarbij bloedstalen niet meer naar een labo of ziekenhuis moeten.

Een tweede piste is investeren in tele-monitoring voor wie op therapie moet (bv. via medicatie). Daarbij wordt de patiënt thuis uitgerust met een speciaal toestel waar hij/zij elke dag verplicht bepaalde waarden moet ingeven (bv. temperatuur, bloeddruk, enz.). Die gegevens worden doorgestuurd naar een centrale cel van verpleegkundigen die kunnen opvolgen en ook ingrijpen indien de patiënt dreigt af te haken of te hervallen. Onderzoek wijst uit dat normaal gezien slechts 30% zich strikt aan de voorgeschreven therapie houdt, terwijl dat met controle via tele-monitoring stijgt naar maar liefst 92%.

Beide technologieën – zowel die voor huisarts als patiënt – zijn reeds op de markt, maar worden momenteel niet op grote schaal toegepast.

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times