Ver weg of dichtbij: het doet ertoe

Had het hoofdkantoor van General Motors in België gelegen, dan was Opel Antwerpen niet gesloten. Of toch wel? Waarom zijn managers minder geneigd om bezuinigingen door te voeren in nabijgelegen vestigingen dan in filialen die verder weg liggen? Vlerick-professor Filip Abraham onderzocht samen met onderzoekers van de KU Leuven of de geografische afstand tussen een hoofdkantoor en zijn filialen een invloed heeft op de beslissing van een multinational om te bezuinigen. Hun resultaten werden gepubliceerd in de paper ‘Staying Home or Moving Away? Restructuring Efforts within Multinational Enterprises’.

Tot nog toe namen slechts een handvol studies het effect van deze afstand onder de loep. De literatuur, die voornamelijk gebaseerd is op onderzoek naar Amerikaanse multinationals, wijst op drie mogelijke redenen waarom afstand de herstructureringskeuzes van een management beïnvloedt:

  • Informatiestroom: Hoe dichter een filiaal zich bij de hoofdzetel bevindt, hoe vlotter en effectiever de informatiedoorstroming en communicatie tussen de twee verlopen. Het hoofdkantoor loopt het risico onvolledig geïnformeerd te zijn over verder gelegen vestigingen en zal ze daarom ook anders behandelen.
  • Sociale aspecten: Herstructureringsmaatregelen voor nabijgelegen afdelingen zijn vaak zichtbaarder dan die voor verder gelegen filialen. Omdat managers niet ongevoelig zijn voor sociale druk, publieke belangstelling en reputatieschade, zullen ze minder geneigd zijn om werknemers te ontslaan in dichtbijgelegen vestigingen.
  • Resultaten van het filiaal: Het lijkt erop dat filialen die dichter bij het hoofdkantoor liggen systematisch betere resultaten voorleggen of winstgevender zijn dan verder gelegen vestigingen.

Twee vragen

Filip en zijn collega’s bestudeerden de herstructureringsmaatregelen van 43 Belgische multinationals met 245 vestigingen verspreid over Europa. Een herstructurering kan zich op heel uiteenlopende manieren manifesteren en de studie beperkte zich in dit geval tot afslankingen, oftewel afvloeiingen bij het personeel.

Eerst analyseerde het team of de kans op bezuinigingen bij een filiaal mee wordt bepaald door de afstand ervan tot de hoofdzetel. Daarna bekeek het de impact of omvang van de afslanking – als die er was – door na te gaan hoeveel ontslagen er vielen en of dat aantal verschilde naargelang de afstand.

Drie conclusies

Uit de analyse van de resultaten kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

  • Waarschijnlijkheid: De kans op bezuinigingen is niet afhankelijk van de afstand, behalve wanneer grote herstructureringen worden overwogen, met gevolgen voor ten minste 10% van de werknemers. Die grote herstructureringen komen wél vaker voor in vestigingen die verder van het hoofdkantoor gelegen zijn.
  • Omvang: Het aantal ontslagen ligt hoger op verder gelegen locaties. Met andere woorden: de omvang van de afslanking is afhankelijk van de afstand tot de hoofdzetel.
  • Verklarende factoren: Hoewel prestaties zeker de kans op bezuinigingen lijken te beïnvloeden (hoe beter de resultaten, hoe kleiner de kans op ontslagen), speelt het effect van afstand ook wanneer winstgevendheid de doorslag geeft. Dat wijst erop dat informatiedoorstroming en sociale aspecten de belangrijkste verklarende factoren zijn.

“Toch kunnen we op basis van deze studie geen grootse uitspraken doen over het relatieve belang van informatiedoorstroming en sociale aspecten, omdat die factoren moeilijk objectief te meten zijn”, legt Filip uit. “Als we bijvoorbeeld kijken naar de sociale aspecten, dan kunnen we gerust stellen dat managers een groter risico lopen geconfronteerd te worden met de gevolgen van hun beslissingen in regio’s met weinig andere hoofdkantoren, in minder dichtbevolkte gebieden. In onze studie gebruikten we de bevolkingsdichtheid als een indicator voor zichtbaarheid. En we kunnen inderdaad bevestigen dat hoe zichtbaarder een manager in zijn omgeving is, hoe kleiner de kans blijkt dat hij gaat bezuinigen in nabijgelegen afdelingen.”

Eén advies: investeer in hoofdkantoren

Deze paper biedt concrete conclusies die enkele intuïtieve veronderstellingen staven. Bovendien is hij ook politiek en zakelijk relevant.

Ten eerste sluiten deze bevindingen aan bij een actueel debat: “Je zou kunnen stellen dat het belangrijk is om hoofdzetels in België aan te trekken en hier te houden, omdat hun aanwezigheid lokale afdelingen in zekere mate beschermt tegen grote afslankingen bij een herstructurering. Als het effect van afstand een universeel fenomeen is, dan moeten beleidsmakers zich zorgen maken over het systematische verlies van hoofdzetels. Belgische vestigingen worden zo namelijk verder gelegen filialen en zijn dan ook kwetsbaarder voor zware herstructureringen dan wanneer het hoofdkantoor zich in België zou bevinden. Let wel: deze studie zet alleen de kwestie in de kijker. Het is aan de beleidsmakers om coherente beleidslijnen uit te zetten en een omgeving te creëren die vlotter hoofdkantoren van Belgische en buitenlandse multinationals aantrekt en in het land houdt.”

Ten tweede onderstrepen deze bevindingen hoe belangrijk het is dat managers goede relaties uitbouwen en onderhouden met hun hoofdzetel, zodat de communicatie en de informatiedoorstroming optimaal verlopen: “Lokale vestigingen moeten hun managers aanmoedigen om wat tijd door te brengen in het hoofdkantoor, zodat ze een beter inzicht krijgen in de strategische visie en plannen. Onderschat ook niet hoe belangrijk het is om de persoon achter een naam te leren kennen. Zeker in grote organisaties is het cruciaal om contact te houden. Doe je dat niet, dan riskeer je jezelf - je vestiging dus - kwetsbaarder te maken.”

Bron: De paper ‘Staying Home or Moving Away? Restructuring Efforts within Multinational Enterprises’ werd gepubliceerd in The World Economy, jaargang 37, nummer 6, pagina’s 765–782, juni 2014.

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times Economist Intelligence Unit