Verzekeraars begeven zich op het terrein van banken

Kapitaalregels beïnvloeden beleggingen

Bron: Trends (2 oktober 2014); Auteur: Ilse De Witte

De grootste verzekeraar van ons land, AG Insurance, heeft in zijn beleggingsportefeuille voor 1,5 miljard euro hypotheekleningen zitten. “Woonkredieten passen beter op de balans van verzekeraars dan op de balans van banken”, zegt Mathias Wambeke, die bij Vlerick onderzoek voerde in opdracht van Ageas. “De knowhow en het netwerk zitten dan weer bij de banken.”

Hier zaten vroeger vier mensen en verder deden we nog een beroep op enkele externen. Vandaag houden 35 mensen permanent de risico’s van onze beleggingsportefeuille in de gaten”, zegt de woordvoerster van Ageas, wanneer we het risicodepartement passeren. We zijn op het hoofdkwartier van de verzekeringsholding in de schaduw van de Sint-Goedelekerk. Het uit de kluiten gewassen departement illustreert hoeveel complexer de regelgeving voor verzekeraars is geworden. De nieuwe kapitaalregels (Solvency II) worden vanaf 2016 van kracht.

“Er komt een pak meer administratie kijken bij de nieuwe Solvency II-kapitaalregels voor verzekeraars”, erkent Wim Vermeir. Hij is verantwoordelijk voor de beleggingsstrategie van de verzekeringsdochter AG Insurance en voor de coördinatie van de beleggingen van de hele groep. “In Solvency I werd helemaal niet gekeken naar de activa op de balans van de verzekeraars”, legt Mathias Wambeke, onderzoeker van Vlerick Business School, uit. “Wel naar de passiva of de verplichtingen van de verzekeraar.” Als voorbereiding op Solvency II hebben de meeste verzekeraars de voorbije jaren hun beleggingen in aandelen afgebouwd. Het percentage aandelen in de portefeuille van AG Insurance bijvoorbeeld ging van 9 procent in 2007 naar 2,5 procent eind 2013.

Wambeke onderzocht in opdracht van Ageas hoe de kapitaalregels voor banken (Bazel III) en verzekeraars (Solvency II) hun beleggingsbeleid beïnvloeden en hoe ze elkaar een helpende hand kunnen reiken.

Verzekeraars moeten kapitaalbuffers aanleggen om potentiële verliezen op hun beleggingen op te vangen. Hoe wordt bepaald welke buffer voor welke belegging nodig is?

MATHIAS WAMBEKE. “Er zijn verschillende soorten risico’s die een kapitaalbuffer voor de beleggingsportefeuille beïnvloeden: het marktrisico of spread is het belangrijkste, daarnaast zijn er nog het tegenpartij-, rente- en concentratierisico. De spread of de risicopremie is wat beleggers betalen boven op de risicovrije rente. Die premie kan schommelen naargelang van de marktomstandigheden. Hoe groter die schommelingen, hoe meer kapitaal de verzekeraar opzij moet houden. Voor alle staatspapier uitgegeven door landen in de eurozone en voor de meeste hypotheekleningen zegt Solvency II dat het marktrisico en het tegenpartijrisico 0 procent is. Daar hoeft een verzekeraar dus geen buffer voor aan te leggen. Voor bedrijfsobligaties liggen de kapitaalkosten al een pak hoger. Herverpakte kredieten zijn onbetaalbaar geworden.

“De kapitaalkosten voor overheidsobligaties en woonkredieten kunnen zelfs negatief worden. Wanneer beleggingen dezelfde looptijd hebben als de verplichtingen bijvoorbeeld, vermindert het renterisico en moet de verzekeraar minder kapitaal aanhouden. Hypotheekleningen hebben in ons land doorgaans een looptijd van 20 of 25 jaar. In het buitenland komen langere looptijden frequent voor. Dat kan een perfecte match opleveren met verzekeringsproducten zoals pensioensparen. Als de beleggingen bovendien voor een extra spreiding in de portefeuille zorgen, dan kunnen ze de totale kapitaalkosten nog meer doen dalen.”

Is het niet wereldvreemd dat de regelgevers Duitse en Griekse overheidsobligaties over dezelfde kam scheren?

WIM VERMEIR. “Het toont aan dat het kader van Solvency II niet helemaal aangepast is aan de realiteit. Verzekeraars moeten nog steeds hun eigen huiswerk maken. Ageas maakt wel degelijk een onderscheid tussen staatspapier uit de kernlanden van de eurozone en de periferie. Behalve in kapitaalregels voorziet Solvency II ook in regels rond deugdelijk bestuur, rapportering, de opvolging van beleggingen enzovoort.

“Spanje gaf onlangs overheidsobligaties uit met een looptijd van vijftig jaar. Als verzekeraars klakkeloos het standaardmodel in Solvency II zouden nastreven, dan zou dat een ideale belegging zijn. Wij hebben er bewust voor gekozen niet te beleggen in zo’n langlopend Spaans papier. Hoe langer de looptijd, hoe groter de kans dat de kredietwaardigheid van de emittent verandert tegen de vervaldag.”

De Europese Centrale Bank gaat binnenkort herverpakte kredieten opkopen, moet zij nu het gat vullen dat de verzekeraars hebben achtergelaten?

WAMBEKE.“Het is voor verzekeraars zo - goed als onmogelijk geworden herverpakte kredieten te kopen. Ze moeten er heel hoge kapitaalbuffers voor reserveren. Het is een reactie op de accidenten met sommige, ingewikkelde gestructureerde producten in het verleden.”

VERMEIR. “Ik ben daar niet rouwig om. Sommige van die producten waren veel te gesofistikeerd en gebaseerd op theoretische modellen die in de praktijk geen steek hielden. Wij beleggen er sowieso niet meer in. We beleggen enkel nog in producten waar we volledig doorheen kunnen kijken en waarvan we zelf kunnen nagaan of de tegenpartij kredietwaardig is. Wij vertrouwen niet meer louter en alleen op het oordeel van kredietratingagentschappen. In principe is er niets mis met het idee kredieten op te delen en in schijfjes te verkopen. Maar dan mogen de financiële instellingen die die producten verkopen, geen leningen verstrekken aan mensen die die leningen niet kunnen terugbetalen. En daar heb je als verzekeraar geen controle over. Tenzij de bank een deel van die herverpakte kredieten op haar eigen balans houdt, heeft die instelling ook geen reden om de kredietwaardigheid van de tegenpartij grondig te onderzoeken.”

Door Bazel III is het voor banken moeilijker om hypotheekleningen op de balans te houden. Toch is de hypotheekmarkt in België erg concurrentieel.

WAMBEKE.“De toestand bij de Belgische banken is anders dan bij buitenlandse banken. In Nederland bijvoorbeeld hebben banken zeer veel hypotheekleningen op de balans staan en eigenlijk te weinig spaardeposito’s om ze te financieren. Belgische banken daarentegen hebben een overschot aan spaardeposito’s. De Belgische banken hebben dan ook geen enkel probleem om hypotheekleningen te verstrekken.”

VERMEIR. “Dat is natuurlijk niet structureel. Er zit vandaag enorm veel cash in het financiële systeem. Dat is het gevolg van alle maatregelen van de ECB om de economie te stimuleren. De ECB zal die maatregelen op een bepaald moment weer terugschroeven.”

Ook de financiering van infrastructuur lijkt gefundenes Fressen voor langetermijnbeleggers. De Belgische pen sioenfondsen willen graag meer in infrastructuur investeren, maar ze klagen dat de instapdrempel te hoog is. Hebben verzekeraars hetzelfde probleem?

VERMEIR.“AG Insurance heeft een beleggingsportefeuille van 60 miljard euro. Alle Belgische pensioenfondsen samen hebben 20 miljard euro te spenderen. Het zal voor kleine verzekeraars en pensioenfondsen wellicht moeilijker zijn in infrastructuur te beleggen. Het klopt dat de financiering van die projecten vaak niet op maat van pensioenfondsen en verzekeraars georganiseerd is.

“Ageas heeft sinds twee jaar een deal met de Franse bank Natixis. De bank had wel de knowhow, maar niet meer voldoende ruimte op de balans. Wij investeren nu zij aan zij met Natixis. Het gaat om infrastructuurprojecten in energie, transport en sociale infrastructuur, zoals scholen en gevangenissen. De deal met Natixis kan tot 2 miljard euro aangroeien.

“Daarnaast hebben we met AG Real Estate de nodige kennis in huis om aan vastgoed gerelateerde infrastructuurwerken te financieren, zoals de Scholen van Morgen, het project voor scholenbouw. Zo hebben we bijvoorbeeld een vordering op de Europese Gemeenschap overgenomen van de Belgische staat voor het Berlaymont-gebouw en een gelijkaardige vordering op Deutsche Telekom. Dit zijn voor ons vastrentende alternatieven voor klassieke obligaties. Wij zoeken stabiele, defensieve beleggingen met regelmatige cashflows, een hele lange horizon én een illiquiditeitspremie.”

Onderzoek naar 'De impact van de wetgeving op de investeringen van banken en verzekeraars'

Door de nieuwe wetgeving die eraan komt en door de groeiende afhankelijkheid van macro-economische ontwikkelingen, opereert de financiële sector in een snel evoluerend klimaat. In deze context worden banken en verzekeraars zowel geconfronteerd met de Basel III-regels als met de Solvency II-richtlijn die binnenkort van kracht zullen worden. Om een beter inzicht te krijgen in de gevolgen en kansen die deze nieuwe regelgeving biedt voor haar investeringsgedrag, heeft Ageas aan Vlerick gevraagd om een gedetailleerd onderzoek uit te voeren inzake "Regulatory impact on banks' and insurers' investements".

Vlerick Business School en Ageas en haar Belgische operationele vennootschap AG Insurance, promotors van de Vlerick Leerstoel 'Centre for Financial Services', geloven sterk dat samenwerking tussen de zakenwereld en de academische wereld voordelig is voor beide partijen. Ze verhoogt immers het wederzijds begrip van de strategieën, uitdagingen, kansen en noden van de andere partij.

 

 

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times