‘Grenzen zitten groeiende bedrijven in de weg’

Gentse hoogleraar Sophie Manigart pleit voor internationale clusters

Bron: Het Financieele Dagblad (09/04/2015); Auteur: Henk Snyders

Waarom brengt Europa geen innovatieve succesnummers voort van het kaliber Amazon of Apple? Dat komt, zegt een bekende Vlaamse hoogleraar, omdat hier elk land inzet op zijn eigen versie van Silicon Valley. Het gevolg is, aldus Sophie Manigart van de Universiteit van Gent en de Vlerick Business School, dat overal in Europa ecosystemen ontstaan die lijden onder versnippering van zowel kennis en kunde, als van financiële middelen en relaties. Deze clusters van bedrijven, zoals bijvoorbeeld het Eindhovense Brainport, zijn vaak te klein om te kunnen concurreren met hun Amerikaanse evenknieën, stelt de hoogleraar Entrepreneurial Finance. ‘Een van de moeilijkheden is dat Europa niet kan kiezen.’

Nationaal beleid als sta-in-de-weg

Manigart komt net uit een seminar in Loosdrecht waar ze een vijftigtal bedrijfsleiders, managers, eigenaren van middelgrote bedrijven informeerde over de financieringsstrategie van ondernemingen. Ze concludeert dat het nationale beleid van EU-lidstaten vaak de vorming van sterke Europese bedrijven in de weg staat. 'In Europa kunnen we moeilijk zeggen: we gaan een hub, een Europese Silicon Valley, ondersteunen in Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, maar niet in Nederland en België. Dat krijg je nooit verkocht. Maar zo krijgen we niet de benodigde kritische massa die wel is ontstaan in de Verenigde Staten en nu ontstaat in Azië, zoals in Singapore.'

Tijd voor grensoverschrijdend denken

Manigart hamert op het belang van ‘grensoverschrijdend denken’, waarbij Europa ervoor moet zorgen dat over de grenzen heen veel makkelijker samengewerkt kan worden. ‘Als een Nederlands bedrijf geld wil ophalen in verschillende lidstaten, moet het verschillende prospectussen schrijven. Waar zijn we mee bezig!’ zegt ze verontwaardigd.

Maar het moet niet bij het slechten van dergelijke obstakels blijven. Een publieke organisatie als de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij moet ook mogen investeren in een hub in Duitsland of België. Dat vind Manigart de ultieme grensoverschrijdende samenwerking.

'Laten we bruggen leggen'

‘Er moet een Europese financiële ruimte komen. En inderdaad, dat kan dus betekenen dat een Italiaans bedrijf aanklopt bij de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij — nu is dat voor zo’n bedrijf vreselijk moeilijk. Maar het kan heel interessant zijn voor een Italiaans bedrijf dat naar Nederland wil exporteren, om een Nederlandse financier te hebben. Je boort daarmee een netwerk en kennis aan. Andersom kan het voor die ontwikkelingsmaatschappij interessant zijn in een Engels bedrijf te investeren, mits het relevante "linken" wil leggen met Nederland. Dus laten we die barrières weghalen, bruggen leggen, dan creëer je die hubs.’

Van oorsprong is Manigart elektronica-ingenieur. Ze promoveerde in de jaren tachtig op de financiering van technologische innovaties. Ze is een van de oprichters van het eerste netwerk van particuliere investeerders in België, Vlerick BAN. Door fusies met enkele andere, kleine spelers groeide dit netwerk van zogeheten 'business angels' uit tot Vlaanderen BAN. Deze club telt nu 300 vermogende leden die investeren in niet-beursgenoteerde bedrijven.

Sterk in beweging

De markt van risicokapitaal is sterk in beweging, constateert Manigart na afloop van het seminar dat Business Leaders, een groep van 400 ondernemers, organiseerde. Volgens de hoogleraar zijn business angels steeds professioneler gaan investeren. Voorheen ging het om ondernemers die, na verkoop van hun onderneming, als hobby in kleinere bedrijven belegden. Nu gaat het vaak om particulieren die samen een investeringsfonds hebben opgezet, dat wordt geleid door professionele managers. Deze moderne angels investeren gezamenlijk in soms wel vijftig verschillende ondernemingen. Manigart: 'Zo ontstaat een perfecte match tussen vermogende personen die investeringskansen zoeken, en groeigerichte ondernemers die niet bij de banken terecht kunnen.’

‘Ook zie je dat echt rijke families een eigen fonds opzetten, zoals in België de familie Colruyt: grote retailers die een fonds hebben dat heel sterk gericht is op duurzaamheid. Zij investeren niet voor de fun, willen er zeer duidelijk rendement uithalen, maar zijn wel bereid rendement op te offeren voor duurzame projecten.’

Zo kan het ook: de Body Shop

Manigart haalt nog een voorbeeld aan: een club van een achttal rijke industriëlen, ook in België, die zich met hun fonds richten op middelgrote ondernemingen. Zij zijn erg gericht op de lange termijn. 'Als een bedrijf acht, tien jaar nodig heeft om zich te ontwikkelen, dan kan dat', zegt de Vlaamse expert. 'Met dergelijke initiatieven wordt de markt van risicokapitaal gedifferentieerder, zodat ondernemingen een mix van financiering kunnen nastreven en minder afhankelijk zijn van banken.’

Manigart past ervoor om het zoveelste horrorverhaal te vertellen over het aantrekken van risicokapitaal. ‘Er zijn juist veel succesverhalen, zoals The Body Shop dat met hulp van een financier tot keten is uitgebouwd en waar de ondernemer en de business angel tot aan de beursgang samen zijn gebleven.’

De valkuilen

Gevraagd naar de valkuilen bij bedrijfsfinanciering, wijst ze op gevallen dat de business angel met ‘een activiteit aan de haal gaat of enkel erop uit is een concurrerend product van de markt te weren’. 'Dus mijn belangrijkste raad is altijd: de financier doet due diligence op de ondernemer, maar de ondernemer moet dat ook doen op de financier.’

Gerelateerd nieuws

  1. Hoe innovatie stimuleren in een KMO

    Datum: 26-10-2016
    Categorie: Opiniestukken
    Waarom zou je als onderneming wakker moeten liggen van innovatie, wanneer de zaken toch goed lopen? Zodra een bedrijf succes kent, is het een natuurlijke reactie om op veilig te gaan spelen en weinig risico’s te nemen. “Innovatie is niet alleen noodzakelijk om een concurrentievoordeel te verkrijgen, maar ook om te kunnen overleven. Het is een proces dat bestaat uit vier belangrijke stappen: ideeën genereren, selecteren, promoten en implementeren. Gedurende heel het proces moet je de nodige acties nemen”, zegt professor Katleen De Stobbeleir
  2. Bedrijfsovername: grote kloof tussen droom en daad

    Datum: 19-05-2016
    Categorie: Opiniestukken
    Wie droomt van het ondernemerschap hoeft daarom niet zelf een eigen bedrijf uit de grond te stampen. Jaarlijks worden immers zo’n 10.000 bedrijven overgelaten. “Een rondvraag leert dat veel mensen het proces dat voorafgaat aan zo’n management buy-in onderschatten,” zegt Miguel Meuleman, professor Ondernemerschap aan Vlerick Business School. “Mensen zijn aanvankelijk zeer optimistisch en hebben hoge verwachtingen, maar de zoektocht naar een geschikt bedrijf duurt gemakkelijk één tot twee jaar.”
Alle artikels