Burgerbudgetten in slimme steden – een goed idee?

Opiniestuk door Joachim Van den Bergh, Senior Research Associate aan Vlerick Business School

Enkele weken geleden lanceerde de stad Gent haar eigen versie van het burgerbudget, een initiatief om meer betrokkenheid te creëren. Gent reserveert een budget van 1,5 miljoen euro om een aantal geselecteerde projecten uit te voeren die het openbaar nut dienen. In een eerste fase kunnen burgers en verenigingen hun ideeën (en bijhorend budget) indienen, feedback geven op voorstellen of gewoon aangeven dat ze een bepaald idee leuk vinden. Op het eerste gezicht is dit een veelbelovende poging om burgers op een actieve manier te laten deelnemen in de werking van de stad. Laten we dit even meer in detail bekijken.

Burgerparticipatie is essentieel wanneer je de ontwikkeling van een slimme stad nastreeft. Slimme steden moeten immers vindingrijk omgaan met de schaarse middelen die beschikbaar zijn, waaronder ook ‘ideeën’. In die zin is een burgerbudget een geweldig initiatief. Door geld vrij te maken en tegelijk ideeën voor projecten publiek te maken, kan de stad van onder uit ideeën laten opborrelen die de visie van de stad kunnen helpen verwezenlijken. Deze ideeën zijn typisch erg lokaal ingebed en spelen in op echte noden van burgers. Ze zijn bovendien ook complementair met veel beleidsprojecten om de stad slimmer te maken, die vaak vertrekken vanuit infrastructuur of technologie.

Tegelijkertijd draagt het initiatief bij tot een hoger niveau van burgerparticipatie gezien de stad niet louter luistert naar de noden van de burgers, maar ook belooft om bepaalde ideeën uit te voeren. Een comité zal beslissen over de winnende projecten waarbij tot op zekere hoogte ook het publiek zal kunnen stemmen. De opmerkingen van burgers kunnen ook leiden tot het verder verfijnen van de projecten. Alle voorstellen en opmerkingen vormen voor  het stadsbestuur een rijke bron van inzichten, zelfs wanneer bepaalde projecten sneuvelen.

Gent is niet de eerste stad die een burgerbudget lanceert. Gelijkaardige initiatieven lopen in Reykjavik (Ijsland) en Krakau (Polen), om er maar twee te noemen. De case ‘Better Reykjavik’ was duidelijk een inspiratiebron voor Gent. Dit succesverhaal – dat ook op vandaag nog bestaat - leverde meer dan 100 aanvaarde en uitgevoerde ideeën op. Ook Krakau heeft sinds een paar jaar een burgerbudget en de stad werkt momenteel aan de uitvoering van een aantal projecten.

Dus het burgerbudet is een goed idee? Toch enkele bedenkingen of op zijn minst aandachtspunten voor steden die hun burgers via deze manier meer willen betrekken:

  • Wil je geen vertekend beeld krijgen dan moet de groep van mensen die hun stem uitbrengen representatief zijn voor de hele bevolking. Anders loop je het risico dat een burgerbudget niet meer is dan nog een ander kanaal om in dialoog te treden met dezelfde burgers die al heel erg betrokken zijn bij wat leeft in de stad.
  • Pas op voor onethische strategieën en mensen of groeperingen die het systeem naar hun hand proberen zetten om bepaalde initiatieven door te duwen omwille van individuele, commerciële of politieke redenen. (Zo werd in Krakau beïnvloeding van de stemmen vastgesteld.)
  • Controverse loert om de hoek wanneer je bepaalde idee financiert via belastinggeld, zoals uit sommige commentaren op het platform blijkt.
  • Het is misschien niet nodig om een specifiek budget hiervoor uit te trekken. Zelfs ideeën die niet via het reguliere traject geselecteerd worden of die niet in het budget passen, zijn het misschien wel waard om uitgevoerd te worden.

Het wordt dus interessant om te zien hoe dit initiatief zich in Gent – een stad met een sterke traditie in burgerparticipatie - zal ontwikkelen. De geëngageerde burger zal in elk geval een nieuwe manier rijker zijn om in dialoog te treden met het stadsbestuur en medeburgers, en de stad bouwt ervaring op om verder te ontwikkelen tot een slimme stad waar de burger centraal staat.

Gerelateerd nieuws

  1. Afleren is even belangrijk als bijleren

    Datum: 08-03-2019
    Categorie: Opiniestukken
    De meeste principes over management die we vandaag hanteren, zijn in feite 100 jaar geleden uitgevonden. We zijn grotendeels blijven hangen in de basisideeën van toen. Volgens decaan Marion Debruyne kunnen we organisaties die klaar moeten zijn voor de 21ste eeuw, niet leiden en managen met principes van de vorige eeuw. Samen met de technologische verandering zijn een managementverandering en een ander soort leiderschap nodig. Daarom is het afleren van oude mentale modellen even belangrijk als het bijleren van nieuwe dingen.
  2. Wat na de iPhone?

    Datum: 13-02-2019
    Categorie: Opiniestukken
    Begin 2019 kwam Apple met een winstwaarschuwing als gevolg van de afkoelende verkoop van de iPhone. De Chinese markt blijkt een struikelblok te zijn, maar ook het feit dat bijna 12 jaar na de lancering van de eerste iPhone ons enthousiasme om het model waar we vandaag mee rondlopen te vervangen door het allernieuwste niet meer zo groot is. Maar het is niet enkel een probleem van Apple, zegt decaan Marion Debruyne. Want de achterliggende vraag is of de innovatiegolf van de voorbije 10 jaar die gedreven werd door het smartphone platform voorbij is. En of er spoedig een nieuw platform aankomt dat weer voor zo’n innovatiegolf kan zorgen. Alle ogen zijn gericht op de slimme luidsprekers.
Alle artikels