Houden banken voldoende rekening met risico’s?

Het is intussen alweer ruim tien jaar geleden, maar de financiële crisis van 2008 ligt nog vers in het geheugen. Onverantwoord kredietverleningsgedrag van banken werd als voornaamste oorzaak met de vinger gewezen. Waardoor wordt dat gedrag bepaald? In zijn doctoraat onderzocht Thomas Matthys aan de hand van data-analyse en statistische modellen het kredietverleningsgedrag van banken in drie verschillende contexten. Een gesprek over lenen op de interbancaire markt, de impact van activistische hefboomfondsen en expansief monetair beleid.

Private informatie is een competitief voordeel

Banken lenen niet alleen aan particulieren en bedrijven. Op de internationale interbancaire markt lenen banken die een overschot aan liquiditeiten hebben geld aan banken met een tekort, doorgaans op korte termijn – een dag tot drie maanden. Het is een weinig gereglementeerde markt die werkt op basis van vertrouwen, en daar wringt de schoen: “Die interbancaire markt is een belangrijke katalysator geweest voor de financiële crisis.  Met de val van Lehman Brothers raakte het vertrouwen zoek”, vertelt Thomas. “Wat is de kwaliteit van de activa op de balans van de tegenpartij? Hoe zit het met risicoconcentratie? Er is sprake van informatie-asymmetrie en lenen op de interbancaire markt is moeilijker geworden. Toch zijn de interbancaire leningen niet opgedroogd. Ondanks de nervositeit op de markt blijven bepaalde banken onderling lenen. Waarom zij wel? Blijkbaar hebben ze toegang tot private informatie, onder andere door deel te nemen aan gesyndiceerde leningen – leningen aan bedrijven, uitgegeven door een consortium van banken. In het informatiememorandum geeft de kredietnemer, het bedrijf in kwestie, namelijk vertrouwelijke informatie vrij, informatie die niet publiek beschikbaar is.”

Thomas bestudeerde een uitgebreide dataset van interbancaire verrichtingen in de eurozone. “We stelden vast dat banken bij collega-banken met wie ze een kredietconsortium vormen betere voorwaarden krijgen voor hun interbancaire kredieten. Uit de analyse bleek ook dat die voorwaarden wel degelijk te maken hebben met de toegang tot die private informatie en niet gewoon toe te schrijven zijn aan de zakelijke relatie. Dus: hoe meer gesyndiceerde leningen een bepaalde bank deelt met een collega, hoe lager de interbancaire rentevoet die haar zal worden aangerekend door die collega en hoe groter het bedrag dat kan worden ontleend. Die stelling geldt weliswaar maar tot op zekere hoogte: de kwaliteit van die gesyndiceerde leningen speelt wel degelijk een rol voor de uiteindelijke voorwaarden.”

Deze eerste studie biedt banken handvatten voor een beter liquiditeitsmanagement. Door in kredietconsortia te stappen kunnen ze de informatie-asymmetrie verminderen en hun toegang tot de interbancaire markt verbeteren.

Hoe kijken banken naar activistische hefboomfondsen?

Activistische hefboomfondsen zijn beleggingsfondsen die enkel toegankelijk zijn voor institutionele investeerders. Ze nemen typisch een minderheidsparticipatie, maar gebruiken die om een aanzienlijke invloed uit te oefenen op het beleid van het bedrijf in kwestie. Hun doel: de aandeelhouderswaarde maximaliseren. De middelen: ervoor zorgen dat de CEO wordt vervangen, de cash wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders, een deel van het bedrijf wordt verkocht enz.

“Zodra een activistisch hefboomfonds zijn participatie bekendmaakt, zie je dat de prijs van het aandeel, gemiddeld genomen, significant stijgt”, zegt Thomas. “Waarom? Sommigen zijn van mening dat investeerders anticiperen op de veranderingen die het fonds wil bewerkstelligen – veranderingen waarvan ze verwachten dat ze de performantie en dus de waarde van het bedrijf ten goede zullen komen. Anderen beschouwen de koerswijziging echter als een vorm van expropriatie of onteigening van andere stakeholders, onder andere van de kredietverstrekkers. Er wordt dus geen waarde gecreëerd, maar getransfereerd. Welke visie hangen banken aan? Als ze de eerste genegen zijn, verwacht je dat ze de rentevoet op leningen aan het geviseerde bedrijf zullen laten zakken. In het andere geval zullen ze de rentevoet verhogen als compensatie voor de onteigening.”

In een tweede studie onderzocht Thomas de impact van de toetreding van een activistisch hefboomfonds op de kredietvoorwaarden van Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven over de periode 1996-2013. Hij vond dat die voorwaarden gemiddeld verstrengen. De grootste impact was te merken op de rentevoet en het vereiste onderpand: de rentevoet stijgt en er worden  grotere zekerheden of waarborgen gevraagd. Dat bevestigt dat banken de koerswijziging interpreteren als een onteigening. Nader onderzoek leerde echter dat de rentevoetstijging zich niet bij alle bedrijven voordeed. “Beschouwen we de periode van 20 dagen rond de aankondiging van de participatie van een activistisch hefboomfonds en kijken we naar de koersreactie of de cumulatieve abnormale return (CAR), dan kunnen we de onderzochte bedrijven verdelen in twee groepen: met een CAR van minder dan 10% en met een CAR van meer dan 10%. Alleen bij die laatste groep steeg de kredietrentevoet significant in vergelijking met die van leningen aangegaan voor de toetreding van het hefboomfonds.”

Wat kunnen beursgenoteerde bedrijven hieruit leren? “Gezien de negatieve impact op hun kredietvoorwaarden doen ze er goed aan zich te wapenen tegen inmenging van een activistisch hefboomfonds. Zulke fondsen vallen typisch bedrijven aan met veel cash op de balans, organisaties die het al een tijdje wat minder goed doen of die log zijn geworden, waardoor ze kandidaten zijn voor opsplitsing. Het is dus zaak je onderneming minder aantrekkelijk te maken voor ze.”

Zet expansief monetair beleid aan tot risicogedrag?

Sinds 2008-2009 hebben de centrale banken hun toevlucht genomen tot een soepeler monetair beleid en onconventionele beleidsmaatregelen. Doorgaans beperken ze zich tot rentevoetaanpassingen en openmarktoperaties, maar onder druk van de financiële crisis gingen ze ook over tot het opkopen van staatspapier en bedrijfsobligaties en liquiditeitsinjecties (“quantitative easing”). De gevolgen van dit expansieve monetaire beleid merk je zelf ook aan de rentevoeten op je spaarboekje of je hypothecaire lening: geld is goedkoop geworden.

“Nu bestaat er discussie over het effect van een expansief monetair beleid op de houding van banken tegenover risico’s. Op zoek naar extra inkomsten zouden ze meer risico nemen door goedkopere leningen te verstrekken aan minder kredietwaardige bedrijven. Maar is dat wel zo?”, schetst Thomas het probleem.

En hij gaat verder: “Vroegere studies keken naar het verloop van monetaire beleidstarieven om de impact na te gaan op financiële markten en het risico genomen door banken, maar aangezien die  tarieven al een poosje flirten met de nulgrens is hun verandering niet langer een bruikbare maatstaf voor de koers van het monetaire beleid. Op basis van een econometrisch model dat rekening houdt met tal van andere variabelen hebben we dan ook een nieuwe maatstaf geconstrueerd. Dat is meteen de eerste, technische, bijdrage van deze derde studie.”

Vervolgens ging Thomas na wat er gebeurde met de kredietvoorwaarden van gesyndiceerde leningen die Amerikaanse banken verstrekten in de periode 2008-2015, gegeven dit onconventionele, expansieve monetaire beleid. Hij vond, enigszins logisch, dat de kredietrentevoeten in die periode daalden. “Maar dat is geen bewijs dat banken meer risico’s nemen’, zegt hij stellig. Verder onderzoek toonde immers aan dat er wel degelijk rekening werd gehouden met het profiel van de ontlener: hoe hoger het risico, hoe hoger de rentevoet. Bovendien waren er ook verschillen naargelang de kenmerken van de banken. “Vooral de kleinere banken, banken met lagere kapitaalbuffers en een hogere graad van diversificatie prijzen het sterkst af, maar dat doen ze alleen voor veilige bedrijven. We hebben met andere woorden geen bewijs gevonden voor de stelling dat een expansief monetair beleid risicogedrag in de hand werkt, althans niet voor de markt van de gesyndiceerde leningen”, besluit hij.

Bron: ‘Topics in Financial Economics’ door Thomas Matthys. Doctoraat in de Toegepaste Economische Wetenschappen aan de UGent in 2018. Promotor: professor Rudi Vander Vennet (UGent).

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times