Jonge Belgische scale-ups beschouwen de wereld als hun speelveld

Jonge, Belgische bedrijven met groeiambitie leggen de lat voor groei steeds hoger. Deze scale-ups schuwen daarbij de stap naar het buitenland niet, waar ze bijna 30% van hun totale sales realiseren. Ze groeien slim en doen dat vooral via minder risicovolle, hybride manieren van groei zoals licenties en strategische allianties. Ten slotte blijft het gemiddelde salaris dat oprichters zichzelf uitkeren constant in de afgelopen drie jaar.

Dat zijn de belangrijkste conclusies van de derde editie van de Rising Star Monitor. Dit jaarlijkse onderzoek van Vlerick Business School en Deloitte Belgium geeft inzicht in de trends en uitdagingen bij jonge Belgische bedrijven met groeipotentieel. Dit jaar heeft de Rising Star Monitor specifieke aandacht voor de manier waarop deze bedrijven hun groei willen realiseren.

Sam Sluismans, Partner Innovation Services bij Deloitte België: “De derde editie van de Rising Star Monitor heeft tot doelstelling om oprichters van jonge, ambitieuze bedrijven wegwijs te maken bij belangrijke vragen die zich voordoen tijdens de opstart van hun bedrijf. De studie geeft dus inzichten in het gedrag van technologie starters met hoog groeipotentieel. Ook de Rising Star contest van Deloitte’s Technology Fast 50 – waar jonge bedrijven hun verhaal pitchen -  geeft elk jaar waardevolle inzichten om ondernemingen beter te kunnen ondersteunen.”

Belgische scale-ups leggen de lat steeds hoger

Zo’n 40% van de bevraagde bedrijven met potentieel om te groeien geeft aan dat ze ook daadwerkelijk grote ambitie hebben om te groeien. Deze zogenaamde ‘high-growth ventures’ of scale-ups leggen de lat daarbij steeds hoger. “Het is hun ambitie om over vijf jaar 55 extra werknemers in dienst te hebben. Daarnaast streven ze naar een verhoging van hun totale sales met 11 miljoen euro. Dat is toch een flinke stap vooruit in vergelijking met een vooropgestelde groei van 33 werknemers en 9 miljoen euro in sales vorig jaar,” licht Veroniek Collewaert toe, professor Ondernemerschap aan Vlerick Business School.

The world is yours

Ambitie hebben is één ding, maar die groei ook echt realiseren is een ander paar mouwen. De Rising Star Monitor 2018 heeft daarom specifieke aandacht voor de manier waarop de bevraagde bedrijven hun groeiambitie waarmaken.

Door de toenemende globalisering en technologische vooruitgang is internationalisering ook voor kleine startende bedrijven een haalbare kaart. Bijna de helft van de Belgische bedrijven met groeipotentieel geeft aan dat ze – ondanks hun gemiddelde leeftijd van 2,5 jaar – sales buiten België hebben. In vergelijking met de ‘low-growth ventures’ zijn de scale-ups internationaal opmerkelijk actiever; ze realiseren bijna 1/3 van hun totale sales in het buitenland (tegenover 15% voor de ‘low-growth ventures’). Alle jonge scale-ups samen die bevraagd werden exporteerden voor 23 miljoen euro in sales.

Bovendien zien we dat dat die stap naar het buitenland ook opmerkelijk snel, of eigenlijk zo goed als direct, gezet wordt,” gaat Veroniek Collewaert verder. “Pakweg 40% van alle Belgische jonge bedrijven die internationale sales opzetten, doen dat binnen hun eerste jaar na oprichting. Ze zijn dus echte ‘born globals’ die van bij de start hun bedrijf leiden met een internationale kijk op de markt. Ze willen direct de wereld veroveren en stappen daarbij af van de voorzichtige stap-voor-stap-aanpak, waarbij ze eerst wachten tot de Belgische markt gesatureerd is.”

De jonge bedrijven doen dat echter wel op een slimme manier en beperken de risico’s. In plaats van directe investeringen in het buitenland via de oprichting van dochterondernemingen of joint ventures verloopt de internationale expansie van deze jonge bedrijven eerder via de samenwerking met lokale distributeurs of via licenties.

63% van de jonge bedrijven met groeipotentieel is actief in meer dan 1 land; gemiddeld zijn ze actief in 11 verschillende landen. Het verbaast niet dat de dichte buurlanden daarbij het populairste zijn, met Nederland op 1, Frankrijk op 2 en Duitsland op 3. Dat neemt echter niet weg dat er ook geëxporteerd wordt naar de VS en UK. De beslissing om naar een bepaald land te internationaliseren is grotendeels gestoeld op de organische vraag vanuit dat land in kwestie.

Niet-organische groei vooral via partnerships

Slechts vijf van de bevraagde bedrijven heeft een overname gedaan, wat ook logisch is voor starters die vaak nog over onvoldoende middelen beschikken. Andere meer hybride manieren van groeien zoals licenties en strategische allianties zijn wel populair. 1 op 3 van de jonge spelers maakt gebruik van licenties en 1 op 4 heeft al een alliantie opgezet. Veroniek Collewaert: “Het initiatief daarvoor gaat vooral uit van de oprichters van deze bedrijven. Hun doelstelling is daarbij niet zozeer het aanboren van nieuwe geografische markten, maar wel om toegang te krijgen tot nieuwe kennis, klanten en leveranciers of om via zo’n samenwerking met nieuwe producten nieuwe markten te kunnen betreden. De bevraagde oprichters geven ook aan dat ze in de komende vijf jaar substantieel meer licenties en allianties willen gaan afsluiten.”

Verloning van de oprichters blijft stabiel

In het jaar van oprichting betaalt bijna 50% van de oprichters van de scale-ups zichzelf geen loon. Dat beeld verandert sterk 2,5 jaar later, hoewel nog steeds 30% zichzelf geen loon uitkeert. Het gemiddelde salaris dat oprichters zichzelf uitkeren blijft constant in de afgelopen drie jaar. Op het moment van de oprichting is dat 38.000 euro; 2,5 jaar later ligt het gemiddelde op 55.000 euro.

Naast cash verloning – wat de eerste jaren vaak onmogelijk is – is er ook de verloning in aandelen. 93% van de oprichters van ‘low-growth ventures’ hebben van bij de start het volledige eigendom in handen. Bij de scale-ups is dat 83%, wat aanzienlijk hoger is dat de 67% van vorig jaar. Net zoals vorig jaar beslist ongeveer de helft van de oprichtende teams om de aandelen gelijk onder alle oprichters te verdelen.

Ten slotte blijkt ook uit deze derde Rising Star Monitor dat vele oprichters geen dynamische aandelenovereenkomsten afsluiten. Nochtans bieden die meer garanties wanneer medeoprichters wegvallen of uit het bedrijf stappen.

Sam Sluismans besluit: ‘De evolutie van de afgelopen jaren laat zien dat het ecosysteem aan maturiteit wint; bovendien focussen start-ups meer en meer op strategische allianties, licenties en overnames. Verder hebben de jonge bedrijven een stijgende groeiambitie, maar blijven bescheiden in de middelen die ze uitkeren naar zichzelf, en focussen vanaf dag één op internationalisering.

Over de Rising Star Monitor

De Rising Star Monitor 2018 is gebaseerd op een bevraging bij 253 oprichters van in totaal 162 jonge Belgische bedrijven met groeipotentieel. De bedrijven in kwestie zijn gemiddeld 2,5 jaar oud en actief in diverse sectoren. Het onderzoek maakt waar nodig een onderscheid tussen de ‘low-growth ventures’ en ‘high-growth ventures’ of scale-ups. Die laatsten investeren substantieel meer in O&O en zijn ook innovatiever op vlak van promotie, verkoop, productie, dienstverlening, en marktbenadering.

Het onderzoek maakt deel uit van Entrepreneurship 2.0. Met dit initiatief willen Vlerick Business School en Deloitte Belgium belangrijke kennis opdoen over de voornaamste moeilijkheden waar jonge bedrijven met groeipotentieel in ons land mee kampen. Entrepreneurship 2.0. wil ook een community voor kennisuitwisseling zijn voor ondernemers die voor belangrijke groeiuitdagingen staan. 

 

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times