Open innovatie vraagt aanpak op maat

Lost open innovatie werkelijk de verwachtingen in? Leiden open innovatieprojecten tot betere financiële performantie? “Kort en bondig: ja”, antwoordt Professor Bart Leten. “Op voorwaarde dat ze op de juiste manier gemanaged worden.” Samen met twee collega’s publiceerde hij een van de eerste grootschalige onderzoeken naar de financiële rendabiliteit van open innovatieprojecten. Er werd een onderscheid gemaakt tussen projecten in samenwerking met academische partners (science-based partnerships) en die in samenwerking met klanten en leveranciers (market-based partnerships).

Betere resultaten

Onderzoek naar de relatie tussen open innovatie en financiële performantie liet tot dusver gemengde resultaten zien. Sommige studies vonden een positief verband, terwijl er volgens andere geen of zelfs een negatief verband was. “Dat is wellicht te verklaren doordat eerder onderzoek de performantie van bedrijven die in meer of mindere mate aan open innovatie doen met elkaar vergelijkt, terwijl het onze als een van de eerste op projectniveau gaat kijken”, legt Bart uit. “Open innovatie gebeurt namelijk via projecten en het ene project is het andere niet. Onze studie levert overtuigend empirisch bewijs dat open innovatieprojecten – projecten waarbij je samenwerkt met een externe partner – gemiddeld betere financiële resultaten opleveren dan projecten waarbij enkel interne teams betrokken zijn. Uiteraard waren niet alle open innovatieprojecten die we onderzocht hebben een succes, maar gemiddeld scoren ze beter.”

Zelfde aanpak? Ander resultaat

De mate waarin een open innovatieproject tot betere resultaten leidt is volgens Bart afhankelijk van de manier waarop je het managet. “Bij een sterk geformaliseerde projectmanagementmethode wordt vooraf een vrij gedetailleerd plan van aanpak opgesteld, worden welomlijnde rollen en verantwoordelijkheden gedefinieerd en wordt in de loop van de samenwerking nauwgezet gemonitord of het oorspronkelijke plan wordt gevolgd. Dat noemen we ook wel de stagegatemethode. Daartegenover staat een informelere projectmanagementaanpak waarbij je weliswaar milestones vastlegt, maar niet vooraf bepaalt hoe je die wilt bereiken. Je gaat timeboxen en op geregelde tijdstippen evalueren of een en ander nog goed verloopt.”

Wat leerde het onderzoek? “Open innovatieprojecten in samenwerking met klanten en leveranciers presteren financieel beter als ze op een sterk geformaliseerde manier worden gemanaged. Voor open innovatieprojecten in samenwerking met academische partners is zo’n aanpak echter ronduit nefast.”

Nood aan structuur

Hoe vallen de resultaten te verklaren? “Rigoureus projectmanagement brengt structuur en zorgt ervoor dat een project op tijd en binnen het vooropgestelde budget wordt opgeleverd”, zegt Bart. “Blijkbaar werkt die aanpak goed als er wordt samengewerkt met klanten en/of leveranciers. Dat hadden we ook verwacht. Leveranciers zijn, als commercieel bedrijf, meestal vertrouwd met zo’n formele manier van werken. Bovendien biedt ze bescherming tegen weliswaar creatieve maar soms onrealistische suggesties van klanten.”

Ruimte voor serendipiteit

Dat geformaliseerd projectmanagement nefast is voor samenwerkingen met academische partners hoeft volgens Bart ook niet te verbazen: “Eerst en vooral zijn academici zo’n aanpak niet gewend. Ze zijn gehecht aan hun vrijheid om naar eigen goeddunken te kunnen experimenteren. Maar een belangrijkere reden is dat een van de voordelen om in zee te gaan met universiteiten en andere onderzoekscentra net is dat ze out of the box kunnen denken, en onbevangen kunnen experimenteren met nieuwe theorieën. Maar daar moet je dus wel voldoende ruimte voor laten, je moet serendipiteit een kans geven.”

De norm?

Tot slot maakt hij nog deze kanttekening: “De formalistische stagegatemethode werd lange tijd, en wordt eigenlijk nog steeds, beschouwd als de norm. Die opvatting gaat echter voorbij aan het feit dat projecten zowel qua scope als qua betrokken partijen kunnen verschillen. Dat verschillende projecten gebaat zouden zijn bij een verschillende aanpak lijkt evident, en ons onderzoek levert empirisch bewijs, maar de praktijk wijst uit dat projectmanagers zich daar nog onvoldoende bewust van zijn.”

Samengevat:

  • Kies voor een geformaliseerde aanpak als je leveranciers en klanten bij je project betrekt.
  • Werk je samen met een academische partner? Neem dan je toevlucht tot timeboxen.

Uitgebreide dataset

Het verband tussen open innovatie en financiële performantie werd geanalyseerd op basis van zeer gedetailleerde gegevens van R&D-projecten van een Europese multinational die actief is in verschillende sectoren en beschikt over een jaarlijks R&D-budget van meer dan een miljard euro. De gegevens hadden betrekking op 489 projecten die werden opgestart in de periode 2003-2009 en waren afgerond ten laatste medio 2013. De projecten situeerden zich in verschillende domeinen waardoor de bevindingen van het onderzoek tot op zekere hoogte kunnen worden veralgemeend.

Bron: De paper ‘Managing open innovation projects with science-based and market-based partners’ is verschenen in Research Policy, 43(2014), p. 828-840.

Over de auteurs

Bart Leten is Associate Professor in Innovatiemanagement aan Vlerick Business School en aan de KU Leuven. Wim Vanhaverbeke is Professor Strategie en Innovatie aan de Universiteit van Hasselt en Visiting professor aan ESADE Business School in Barcelona en aan de Nationale Universiteit van Singapore. Jingshu Du was postdoctoraal onderzoekster aan Vlerick Business School en aan de Universiteit van Hasselt.

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times