COVID-19-vaccins: Wat als er niet genoeg zijn?

Sinds de uitbraak van de varkensgriep (H1N1) in 2009 hangt de dreiging van een grote wereldwijde pandemie boven ons hoofd. Al die jaren lang konden de beleidsmakers in de gezondheidszorg ons op het onvermijdelijke voorbereiden, en wel door de twee principes van een veerkrachtige toeleveringsketen toe te passen: 1) Redundantie, door een strategische voorraad persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s), medische verbruiksartikelen en apparaten voor eenmalig gebruik aan te leggen; en 2) Flexibiliteit, door productielijnen in de chemische sector en de autonijverheid snel aan te passen voor de fabricage van handgel en beademingsapparaten, medische professionals met een gediversifieerde opleiding in de eenheden voor intensieve zorgen in te zetten, en het aantal ziekenhuisbedden te verhogen door in sporthallen en congrescentra tijdelijke veldhospitalen in te richten.

Toen die wenselijke voorbereiding bleek te ontbreken en de grote agressiviteit van COVID-19 de situatie nog verergerde, gaven de lockdowns de overmande zorgsystemen een adempauze. Het aanbod van en de vraag naar hospitalisatie werd in evenwicht gebracht door ze behoedzaam te laten convergeren: het aanbod van medische uitrusting en personeel werd verhoogd door de niet-essentiële zorg op te schorten, terwijl het beleid van “zelfisolatie” de groei van de zorgvraag beperkte.

Ondanks het succes van de campagnes om “de curve af te vlakken”, is de strijd tegen het COVID-19-monster nog lang niet gestreden. Nu de lockdown stapsgewijs wordt versoepeld, verwacht de samenleving dat de overheden, de farmaceutische bedrijven en de internationale agentschappen strategieën klaar hebben om snel voldoende testkits voor COVID-19, doeltreffende vaccins en antivirale geneesmiddelen te produceren en distribueren. Vooral vaccins (als ze al gevonden worden) vereisen meestal complexe fabricageprocessen en een lange aanlooptijd voor hun productie. In de eerste periode na de ontwikkeling van een vaccin zullen we waarschijnlijk met acute tekorten worden geconfronteerd. We zullen dan goede strategieën nodig hebben voor een gerichte aanwending en rantsoenering van de beschikbare hoeveelheid.

De gezondheidsfunctionarissen moeten protocollen ontwikkelen voor een rantsoenering van de beschikbare COVID-19-vaccins, op basis van verscheidene concurrerende doelstellingen. Bepaalde segmenten van de bevolking zouden met voorrang gevaccineerd kunnen worden. Het ligt voor de hand dat het medische personeel dat een kritieke rol speelt in de zorg van ziekenhuispatiënten voorrang verdient om het vaccin te verkrijgen. Dat zal het risico op een overdracht van zorgverstrekkers naar andere patiënten beperken en absenteïsme van essentieel medisch personeel voorkomen. Het kan belangrijk zijn dat bepaalde delen van de bevolking – bijvoorbeeld werknemers van bedrijven die vaccins produceren – met voorrang worden gevaccineerd omdat hun werk nuttig is om de pandemie te controleren. Mensen met de grootste medische behoeften (met reeds bestaande longaandoeningen of cardiovasculaire aandoeningen en/of diabetes), die het hoogste risico lopen om aan de ziekte te overlijden, dienen eveneens een hoge prioriteit te krijgen. In dezelfde zin kan – om de ontwikkeling van de uitbraak verder af te remmen – voorrang gegeven worden aan mensen met het hoogste risico om de ziekte over te dragen, zoals bejaarden in woonzorgcentra.

Anderzijds zullen de voorstanders van een rechtvaardige en egalitaire gezondheidszorg stellen dat ook de algemene bevolking voldoende toegang tot het vaccin moet krijgen, en dat het niet eerlijk is om het vaccin te reserveren voor segmenten met hoge prioriteit. Ten minste een deel van de vaccins moet voor de algemene bevolking beschikbaar zijn, zelfs als dat gebeurt op een strikte basis van first come first served (wie het eerst komt, het eerst maalt). De gezondheidsplanners staan dus voor het netelige probleem van de toewijzing van schaarse hoeveelheden COVID-19-vaccins aan een populatie met segmenten met hoge en lage prioriteit. Hun cruciale vraag is hoe zij de rantsoenerings- of serviceniveaus voor elk van deze segmenten zullen bepalen. Deze niveaus worden bepaald op basis van een subjectieve beoordeling, waarmee de besluitvormers het algemene welzijn van de samenleving willen beïnvloeden. Een te hoog serviceniveau (en dus een te grote hoeveelheid gereserveerde vaccins) voor de segmenten met hoge prioriteit zal ertoe leiden dat de algemene bevolking niet kan worden gevaccineerd. Omgekeerd impliceert een te laag niveau dat een groter deel van de segmenten met hoge prioriteit geen vaccin zal krijgen.

De traditionele voorraadbeheersystemen, die rekening houden met de kosten van te hoge of te lage voorraden, zijn meestal ongepast in een context van mensenlevens. Er kan immers geen kostenplaatje geplakt worden op menselijk lijden of het verlies van levens. Bijgevolg kunnen de gezondheidsplanners naast het first come first served-systeem naar andere mechanismen voor voorraadtoewijzing kijken, zoals partitioned allocation, standard nesting en theft nesting, die in sectoren zoals de luchtvaart courant worden gebruikt. Bij elk van deze andere mechanismen wordt een deel van de voorraad vaccins exclusief gereserveerd voor de segmenten met hoge prioriteit, terwijl de segmenten met lage prioriteit alleen met het niet gereserveerde deel van de vaccinvoorraad worden bediend.

1) First come first served: Deze benadering is het geschiktst wanneer voor alle segmenten met hoge en met lage prioriteit voldoende vaccindoses beschikbaar zijn. In een mooi maar extreem geval van een overvloed aan vaccins, worden de beleidsmakers niet geconfronteerd met het dilemma van welk segment voorrang hoort te krijgen.

2) Partitioned allocation: Bij dit mechanisme ontvangen de segmenten met hoge prioriteit alleen de vaccins die specifiek voor hen worden gereserveerd, terwijl de rest uitsluitend door de segmenten met lage prioriteit wordt gebruikt. De segmenten met hoge prioriteit kunnen niet lenen (nesten) uit de niet gereserveerde vaccins. In een ander extreem geval waarin de beschikbare vaccins zo schaars zijn dat ze amper voor de segmenten met hoge prioriteit volstaan, zullen ze allemaal worden gereserveerd. Dit werkt het best wanneer strenge quota of serviceniveaus voor de segmenten met hoge prioriteit worden bepaald. Als de gereserveerde hoeveelheden te groot zijn, is het mogelijk dat bepaalde doses vaccins niet worden gebruikt en vervallen, terwijl de segmenten met lage prioriteit het zonder moeten stellen.

3) Standard nesting: Bij dit mechanisme krijgen de segmenten met hoge prioriteit de gereserveerde vaccins, terwijl de segmenten met lage prioriteit het restant ontvangen. Wanneer (en indien) de gereserveerde hoeveelheid uitgeput is en een deel van de niet gereserveerde voorraad nog niet door de segmenten met lage prioriteit gebruikt is, concurreren de segmenten met hoge en met lage prioriteit ervoor op een first come first served-basis. Dit mechanisme wordt in de luchtvaartsector courant gebruikt om de opbrengst van een vlucht te maximaliseren zonder met lege stoelen te vliegen: de hogere tariefcodes worden beschermd (met de mogelijkheid om dit niveau te overschrijden), terwijl de vroege boekingen tegen lagere tariefcodes door middel van een boekingslimiet worden beperkt. Op dezelfde manier, en op voorwaarde dat de hoeveelheid gereserveerde COVID-19-vaccins correct wordt bepaald, kunnen zowel de segmenten met hoge als met lage prioriteit gedeeltelijk bediend worden, terwijl geen vaccin ongebruikt blijft.

4) Theft nesting: De volgorde van de toewijzing met standard nesting wordt hier omgekeerd: de segmenten met hoge en met lage prioriteit beginnen de vaccinatiecampagne door op een first come first served-basis om de niet gereserveerde vaccinvoorraad te concurreren. Wanneer (en als) de niet gereserveerde voorraad opgebruikt is, worden de segmenten met hoge prioriteit uit de gereserveerde voorraad gevaccineerd, terwijl de segmenten met lage prioriteit worden geweerd. Dit heet terecht het “geheugenloze mechanisme”, aangezien de gereserveerde hoeveelheid vaccins in de eerste first come first served-fase niet wordt aangeroerd, ongeacht het aantal vaccinaties dat al naar de segmenten met hoge prioriteit is gegaan. Dit is het geschiktst wanneer risicomijdende gezondheidsplanners een veiligheidsreserve voor de segmenten met hoge prioriteit willen bewaren, ondanks de mogelijkheid dat sommige doses uiteindelijk niet worden gebruikt en zullen vervallen.

Wanneer ze de allerbelangrijkste taak – het verkrijgen van de zo gewilde COVID-19-vaccins – hebben volbracht, mogen de gezondheidsplanners niet op hun lauweren rusten. Ze moeten impactvolle maar goed geïnformeerde beslissingen nemen over de juiste keuze van het mechanisme voor de toewijzing van de vaccinvoorraad én de gewenste hoeveelheid gereserveerde vaccins.

Dit artikel is een aanpassing door Behzad Samii van de volgende publicatie:
Samii, B., R. Pibernik, P. Yadav, A. Vereecke. (2012). Reservation and allocation policies for influenza vaccines; European Journal of Operations Research, 222 (3) 495-507.

Interesse in meer inzichten over hoe omgaan met deze turbulente tijden?

Ontdek de leerlessen en expertise van onze profesoren over hoe je je kan aanpassen aan deze nieuwe realiteit.

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times