Snelgroeiende bedrijven als een baken voor werkgelegenheid tijdens de Coronastorm

Resultaten van de Belgian High Growth Monitor 2020

OnderzoekGroeimanagement, PersberichtOndernemerschap
Hans Crijns

Door Hans Crijns

Professor of Entrepreneurship

Yannick Dillen

Yannick Dillen

Lecturer of Entrepreneurship

08 december 2020

Snelgroeiende ondernemingen staan bekend als de motor van jobcreatie. Dat is in België niet anders. In de laatste beschikbare onderzoeksperiode (2015-2018) waren 920 snelgroeiende bedrijven verantwoordelijk voor 52.779 nieuwe banen. Dat is 3,8% van de Belgische bedrijven met minstens 10 werknemers. België doet het daarmee minder goed dan het Europees gemiddelde, maar deze groep van gezonde Belgische ‘gazelles’ geeft wel blijk van stabiliteit. Door de jaren heen creëren ze tijdens elke groeiperiode steeds om en bij de 50.000 banen, bijvoorbeeld ook in de periode 2009-2012 die werd geteisterd door de financiële crisis. Een hoopgevend signaal, zeker nu heel wat bedrijven moeite hebben om het hoofd boven water te houden.

iStock-1160035888.jpg

Dat blijkt uit de jaarlijkse Belgian High-Growth Monitor, een onderzoek van het Impulscentrum Groeimanagement voor Middelgrote Ondernemingen (iGMO) aan Vlerick Business School, in samenwerking met partners EY en KBC. Professor Hans Crijns en docent Yannick Dillen analyseerden daarbij beschikbare cijfers over Belgische snelgroeiende bedrijven* uit de periode 2015-2018, in combinatie met een bevraging bij Belgische eigenaars/managers van groeibedrijven. Die bevraging dateert van vlak voor de eerste coronagolf, maar werd aangevuld met een opvolgbevraging in de zomer.

Yannick Dillen, docent aan Vlerick Business School: “Momenteel maakt de economie turbulente tijden door. Het risico op banenverlies is enorm. Om de economische motor aan de praat te houden, zullen deze snelgroeiende bedrijven een baken in de storm zijn. De overheid mag in haar beleidskeuzes deze groep van snelle groeiers dus zeker niet uit het oog verliezen. Deze ondernemingen dragen disproportioneel bij aan de welvaart door aan hoog tempo banen en toegevoegde waarde te scheppen. Wanneer men uitgaat van het principe dat de overheid haar middelen op de meest efficiënte wijze moet inzetten, is het steunen van snelgroeiende ondernemingen in plaats van ondernemingen in moeilijkheden mogelijks geen verkeerde strategie.”

Want hoewel de samenstelling van de groep gazelles elk jaar verandert, is hun capaciteit om banen te creëren groot en stabiel. Het zijn bedrijven met een zeer sterke ‘product-market fit’ die daarenboven ook zeer winstgevend zijn. Een crisisperiode zoals we die vandaag doormaken, zal ook de snelle groeiers treffen. Maar deze bedrijven zijn meestal zo gezond dat ze als eersten weer opstaan en extra banen creëren.

Een bijkomend interessant aspect is dat deze snelgroeiende bedrijven verspreid zijn over bijna alle sectoren. Het zijn niet alleen de technologische scale-ups waarvoor ze vaak worden gehouden, maar ook transport- of bouwbedrijven. Werknemers die hun baan in traditionele sectoren verliezen, zullen dan mogelijk ook vacatures bij deze groeibedrijven kunnen invullen.

Tevens kunnen we lessen trekken uit de manier waarop snelle groeiers de corona-crisis aanpakken. Yannick Dillen“In eerste instantie focussen hun acties op de gezondheid en motivatie van hun medewerkers. Tegelijkertijd schakelen ze snel over op een strikt cash management. Ze implementeren innovatie nog sneller dan voorheen, waardoor ze onverhoopte ‘quick wins’ kunnen maken. Ze ontdekken nieuwe manieren om klanten te bereiken en om nieuwe markten te betreden. En vooral: de ondernemers pakken deze crisis aan met een ongeziene positieve energie. Dat is waarschijnlijk hun grootste troef.”

Tot slot nog enkele ‘facts & figures’ over de 920 Belgische snelle groeiers:

  • Het aantal Belgische snelle groeiers piekte in de periode 2015-2018. Sinds de start van de analyse (de periode 2009-2012) was het maximum aantal immers 853. 
  • Snelle groeiers zijn oververtegenwoordigd in kennisintensieve dienstensectoren, zoals IT en communicatie. 
  • De provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen en het Brussels Gewest laten een oververtegenwoordiging van snelle groeiers optekenen. In West-Vlaanderen, Luik en Henegouwen is er een duidelijke ondervertegenwoordiging van snelle groeiers. 
  • 90% van de snelgroeiende ondernemingen heeft een positieve EBITDA aan het eind van hun snelle groeiperiode. Het gaat dus vooral om gezonde en winstgevende bedrijven. 
  • Gemiddeld telt een snelgroeiend bedrijf 41 werknemers aan het begin van de groeiperiode en 96 aan het einde. Tijdens de snelle groeiperiode creëren ze dus gemiddeld elk 55 jobs.

* Dit onderzoek hanteert volgende definitie van snelle groeiers: bedrijven met minstens tien werknemers die gedurende een periode van drie jaar hun werknemersaantal met minstens 20% per jaar zagen toenemen.

Neem contact op!

Yannick Dillen

Yannick Dillen

Lecturer and Senior Researcher