Energiesector maakt zich op voor digitale transformatie

Distributienetbeheerders staan voor een radicale, digitale transformatie van hun zakenmodel. Naast pure beheerder van fysieke infrastructuur, zouden ze straks ook een rol kunnen krijgen als datahub of neutrale verspreider van energiedata.

Komt er een ‘Uberisering’ van de energiesector aan? Stijn Viaene, professor aan Vlerick Business School, denkt alvast van wel. “Voor de komst van Uber hadden de taxi’s de controle over het zakenmodel. Zij waren immers de eigenaars van de auto’s, en beslisten hoe en wat. Nu verschuift de controle steeds meer van de eigenaar van de auto, naar de eigenaar van de data, naar Uber dus. Met de energiesector staat straks iets vergelijkbaars te gebeuren: wie de data heeft over de distributie van energie, kan de volledige sector controleren.”

Slimme infrastructuur

Maar voorlopig zit de controle op de energiesector nog bij de beheerders van de infrastructuur, in ons land bij hoogspanningsnetbeheerders zoals Elia, en distributienetbeheerders zoals Eandis en Infrax. Zij brengen elektriciteit en aardgas tot bij de consument. In tegenstelling tot de taxisector hebben verschillende Europese distributienetbeheerders de voorbije tien jaar wel al flink geïnvesteerd in slimme infrastructuur, in een ‘smart grid’. Die investeringen in slimme meters en sensoren zijn mee in gang gezet door een nieuw, complexer distributiemodel, stelt Jorn De Neve, partner bij KPMG.

Decentrale energieproductie

“Je hebt enerzijds een decentralisatie van de energieproductie. Hernieuwbare energie vormt een steeds aanzienlijker deel van de energiemix; met biomassa, windturbines en zonnepanelen voorop. Daardoor krijg je veel meer, maar kleinere ‘energiecentrales’, met een sterk schommelende productie. Het vroegere distributiemodel ging daarentegen uit van enkele grote centrales met een stabiele productie. Lokaal produceren van hernieuwbare energie leidt bovendien tot zogenaamde ‘prosumenten’, particulieren of bedrijven die zowel energie produceren als verbruiken.”

Massale energieopslag

Daarnaast is er een belangrijke evolutie op vlak van batterijen die het mogelijk maken  om elektriciteit lokaal op te slaan en waarvan verwacht wordt dat ze op termijn rendabel zouden kunnen zijn. “Het voordeel is dat batterijen de schommelingen in energieproductie, bijvoorbeeld met zonnepanelen, zouden kunnen uitvlakken. Maar het risico bestaat dat bedrijven of particulieren zich van het brede netwerk afschakelen, en een eigen lokaal netwerk uitbouwen, waarschuwt Jorn De Neve.

Technologische versnelling

Volgens professor Stijn Viaene zijn deze twee evoluties de laatste drie, vier jaar alleen maar versneld.  De Europese distributienetbeheerders zitten dan ook niet stil, en zetten nog meer in op slimme meters en sensors, zodat er preciezere data vrijkomen over wie welke hoeveelheden elektriciteit produceert en verbruikt, en wanneer. “Die dataverzameling maakt een digitale transformatie van de energiesector mogelijk. Distributienetbeheerders zouden er zo een rol kunnen bijkrijgen: niet alleen het beheer van de infrastructuur, maar ook het beheer van de distributiedata”, stelt Stijn Viaene.

Zakenmodel op de schop

Een essentiële rol, want net als in andere sectoren opent die data de deur voor nieuwe toepassingen, bijvoorbeeld om het energiebeleid efficiënter te maken. De productie kan bijvoorbeeld nauwer afgestemd worden op het verbruik. ‘Smart cities’ zien duidelijk waar qua energiezuinigheid de grootste winsten geboekt kunnen worden. Volgens Jorn De Neve zou het zakenmodel van distributienetbeheerders grondig door elkaar kunnen worden geschud. “Distributienetwerkbeheerder zouden dan niet alleen verantwoordelijk zijn voor het distributienet, maar ook voor de veiligheid en het openstellen van de data, met respect uiteraard voor de privacy. De toezichthouder zal hiervoor nieuwe regulering moeten opstellen.”

Neutraal databeheer

Waarom zit het beheer van die data best bij de distributienetbeheerders? Professor Stijn Viaene: “'Het hoeft niet noodzakelijk de distributienetbeheerder te zijn, al is die wel niet slecht geplaatst als onafhankelijke partij om de data-gedreven revolutie van de energiemarkt te faciliteren. Een objectieve partij, gecontroleerd door de overheid, heeft een neutrale rol. Deze neutrale partij moet ervoor zorgen dat alle spelers op dezelfde manier aan dezelfde data kunnen. Een commercieel monopolie op de data zou nefast zijn voor de consument.”

Bijkomend zal de digitale transformatie ook tot een culturele omslag leiden bij de distributienetbeheerders zelf, en tot een nieuwe manier van werken. Jorn De Neve: “De focus ligt straks niet meer op de technologie, maar op de klant, en op de processen om die klant steeds beter te bedienen.”

Hoe kan je jezelf als distributienetbeheerder digitaal heruitvinden?

Het onderzoeksrapportWhat every DSO should know about digital’ reikt distributienetbeheerders inzichten aan over hoe ze kunnen transformeren tot snelle en digitale spelers in de toekomstige energiemarkt. Het rapport kwam tot stand binnen de KPMG leerstoel ‘Rising to the Power Grid Challenge’ aan Vlerick Business School. Onderzoekers van het Vlerick Energy Centre vroegen aan 108 executives bij distributienetbeheerders in 24 Europese landen wat voor hen de belangrijkste veranderingen zullen zijn tegen 2020. Daarnaast vonden ook workshops plaats en diepte-interviews met 6 toonaangevende distributienetbeheerders.

Stijn Viaene: “De distributienetbeheerders zijn hun nieuwe business als dataprovider nog aan het leren. Wat betekent het bijvoorbeeld om je data beschikbaar te stellen voor de ontwikkeling van applicaties? Kan je alles vrijgeven? Dat leerproces zal nog enkele jaren duren. Ons onderzoek helpt enkele aanbevelingen voor distributienetbeheerders op te stellen.”

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times