Private Equity, HRM en werkgelegenheid - het debat in evenwicht

Bij discussies over private-equitypraktijken raken de gemoederen vaak snel verhit: voorstanders voeren aan dat private-equitytransacties waarde creëren, en tegenstanders schilderen private-equitybedrijven af als 'haaien' die uit zijn op gemakkelijke winst ten koste van de werknemers.

Mike Wright (Imperial College Business School en Universiteit Gent), Nick Bacon (Cass Business School), Rod Ball (Imperial College Business School en Universiteit Gent) en Miguel Meuleman (Vlerick Business School en CMBOR) bieden een meer evenwichtig en systematisch beeld van de arbeidsrelaties binnen een private-equitycontext.

Aan de hand van empirische onderzoeksresultaten uit verschillende landen en institutionele contexten, hebben deze auteurs de wereldwijde impact geanalyseerd van met private equity gefinancierde leveraged buy-outs (LBO's) op de werkgelegenheid en de lonen, de HRM-praktijken en de industriële relaties.

Zij vestigen hun aandacht op deze aspecten omdat de impact van private equity LBOs op het beheer van de arbeidsrelaties en de belangen van werknemers nog steeds gespreksstof vormt voor debatten over het gepaste reglementaire kader waarin de private-equitysector actief is. De auteurs voeren aan dat, tenzij een kosten-batenanalyse dit regelgevende kader de juiste informatie verschaft, slecht ontworpen wetgeving wel eens minder efficiënte organisatievormen zou kunnen bevoordelen, die de belangen van werknemers uiteindelijk niet meer beschermen en die het economische herstel en de economische groei belemmeren.

Rekening houden met de context

Mike Wright: “Op basis van de systematische bewijzen blijken de effecten van private equity genuanceerder dan de critici beweren. Wat de gevolgen voor de werkgelegenheid betreft, is het belangrijk dat de omstandigheden worden erkend waaronder bepaalde types met private equity gefinancierde buy-outs plaatsvinden. Bedrijven die niet langer leefbaar zijn of die aanzienlijk ondermaats presteren, moeten bijvoorbeeld worden gereorganiseerd omdat ze zonder die reorganisatie helemaal zouden falen. En dus worden de activiteiten in beperkte mate voortgezet, maar blijft het bedrijf wel leefbaar.”

Miguel Meuleman: “Er lijkt een verband te bestaan tussen de achtergrond en expertise van het private-equitybedrijf en de mate waarin het zich in de transactie concentreert op langetermijngroei of op efficiëntie op louter korte termijn. Doorgaans proberen de spelers die in de sector actief zijn, ervoor te zorgen dat de vaardigheden van het private-equitybedrijf aansluiten op de manier waarop de betreffende onderneming onvoldoende presteert.”

Mike Wright: “Een ander type buy-out kan zelfs groeipotentieel tot stand brengen. Neem bijvoorbeeld een bedrijf dat deel uitmaakt van een grotere groep maar dat verwaarloosd wordt (vaak ‘corporate orphans’ genoemd). Zo’n bedrijf heeft wel degelijk groeipotentieel, maar heeft binnen de structuur van de groep niet de kans gehad om te groeien. In dergelijke gevallen vertoont het bedrijf na de buy-out een aanzienlijke groei.”

Verschillende types van met private equity gefinancierde LBO's

Volgens de auteurs hangt het af van het type buy-out waar het om gaat - bijvoorbeeld gericht op groei of met het oog op een reorganisatie – en de tijdsduur voor de transactie (op korte of lange termijn).

De auteurs hebben een kader van vier verschillende types met private equity gefinancierde LBO's ontwikkeld (zie figuur 1) om de verschillende aspecten op het vlak van het beheer van de arbeidsrelaties te analyseren en te beoordelen. In dat kader wijzen ze op de impact van het waardecreatieproces in het kader van eigendom op korte termijn dan wel op lange termijn, en van strategieën die de nadruk leggen op een hogere efficiëntie of groei.

Wanneer critici beweren dat private equity LBOs een negatieve invloed hebben op de belangen van werknemers, concentreren ze zich meestal op de buy-outs met eigendom op korte termijn die gericht zijn op het verbeteren van de efficiëntie (Kwadrant 1 in Figuur 1). Uit de analyse die de auteurs hebben gemaakt van de gevolgen voor de werkgelegenheid, de lonen, het HRM en de industriële relaties, blijkt dat de meeste private equity LBOs niet tot deze categorie behoren, maar in een van de andere kwadranten van figuur 1 moeten worden ondergebracht. Gemiddeld lijken de types private equity LBOs die het meest waarschijnlijk aan Kwadrant 1 kunnen worden toegewezen, management buy-ins en investor-led buy-outs te zijn van beursgenoteerde ondernemingen (gewoonlijk als gevolg van prestatieproblemen). Toch kunnen sommige transacties van dit type ook in de andere kwadranten vallen.

De auteurs rapporteren dat de banengroei op lange termijn bij private equity LBOs weinig verschillen vertoont met andere bedrijven uit de privésector. ‘Creatieve destructie' bij private equity LBOs omvat de snelle afstoting van niet-kernactiviteiten en de overname en ontwikkeling van nieuwe activiteiten. Er zijn weinig aanwijzingen dat het aantal faillissementen onder private equity LBOs hoger ligt dan bij andere, vergelijkbare bedrijven, vooral tijdens de recente recessie. Private equity LBOs lijken een doeltreffend mechanisme te zijn om instellingen en werknemers efficiënter in te zetten.

Ook hebben ze geen globale aanwijzingen gevonden dat private equity LBOs negatieve gevolgen zouden hebben voor de lonen. Wel benadrukken ze dat het belangrijk is om het heterogene karakter van LBO-types te erkennen, waarbij de gevolgen voor de werkgelegenheid en de lonen doorgaans positiever zijn bij management buy-outs dan bij management buy-ins.

Uit studies die zijn uitgevoerd in Europa, de VS en Azië blijkt doorgaans dat private equity LBOs positieve effecten hebben op de werkgelegenheid en de lonen, en dat private equity LBOs beter worden bestuurd dan bedrijven onder een alternatieve eigendomsvorm. Het land en de institutionele context lijken echter een rol te spelen, en de gevolgen voor de werkgelegenheid en de lonen lijken positiever te zijn buiten de VS en het VK.

Meer reglementering is niet noodzakelijk beter

Vergelijkingen met controlegroepen van bedrijven onder een andere eigendomsvorm verschaffen inzicht in de mogelijke gevolgen van reglementering bedoeld om het private-equitybedrijfsmodel te ontmoedigen. Door de verschillende types van met private equity gefinancierde LBO's beter te begrijpen, kan er ook meer inzicht worden verkregen in de impact die nieuwe organisatievormen en de financiële markten hebben op het beheer van de arbeidsaspecten.

Op basis van deze bevindingen besluiten de auteurs dat de effecten kunnen verschillen volgens het type buy-out, en dat het ongepast is om de meeste private equity LBOs te beschouwen als een nuloperatie waarbij de waarde ten koste van de werknemers wordt overgedragen aan de aandeelhouders. De vergelijking van private equity LBOs met andere alternatieve vormen van eigendom, suggereert niet dat een verdere reglementering van private-equity-eigendomsstructuren de belangen van werknemers per se ten goede komt.

Bron: “Private equity, HRM and employment” door Miguel Meuleman (Vlerick Business School) samen met Nick Bacon (Cass Business School), Mike Wright (Imperial College Business School, Universiteit Gent) and Rod Ball (Imperial College Business School, Universiteit Gent). Verschenen in Academy of Management Perspectives.

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times