Belg ziet pensioen op 65 niet zitten

Slechts één Belg op de vijf wil tussen zijn 60 en 65 jaar 80% of meer werken. Het systeem van landingsbanen voor oudere werknemers, maar ook het vooruitzicht op salarisverhogingen naarmate men ouder wordt, kunnen de bereidheid om langer aan de slag te blijven positief beïnvloeden. En qua uitkering maakt de Belg een goede inschatting rond wat er verwacht kan worden van het wettelijk, maar ook aanvullend pensioen.

Dat blijkt uit onderzoek van professor Xavier Baeten en onderzoeker Bart Verwaeren van het Centre for Excellence in Strategic Rewards aan Vlerick Business School naar de visie van de Belgische werknemer tussen 45 en 65 op het einde van de loopbaan. Het onderzoek liep in samenwerking met mediapartners De Standaard en La Libre Belgique. Uniek aan het onderzoek is dat er voor het eerst aandacht is voor alle pensioenpijlers (wettelijk, aanvullend en privé) en dat er aan de werknemer werd gevraagd hoe we hem langer aan het werk zouden kunnen houden.

Volgens Xavier Baeten moeten er drie zaken dringend aangepakt worden om werknemers langer aan de slag te kunnen houden: een fundamentele wijziging van het ‘beloningsgebouw’, een gewijzigd carrièremodel, en een ondersteunend reglementair kader.

Uiterlijk op 62 met pensioen

België is bij de slechtste leerlingen van de klas als het gaat over actieve tewerkstelling van  mensen tussen 55 en 64.  Naast België doen alleen Frankrijk en Spanje het slechter dan het Europese gemiddelde. Finland en Noorwegen behoren tot de top.

De gemiddelde Belg wil uiterlijk op 62 jaar met pensioen gaan, dus maar liefst 3 jaar voor de wettelijke pensioenleeftijd. Het goede nieuws is wel dat de gewenste pensioenleeftijd hoger ligt naarmate men ouder wordt. Ter vergelijking: de gemiddelde Nederlander wil op 64 met pensioen.

Kennis rond de financiële aspecten

Mensen denken (te) laat aan de financiële aspecten van hun pensioen. Slechts 35% van de werknemers tussen 45 en 54 is bezig met de financiering van zijn/haar pensioen. In de categorie 55 tot 60 stijgt dat, maar het ligt niet veel hoger dan de helft van de werknemers (57%).

Ondanks het feit dat de Belgische werknemer onvoldoende proactief bezig is met de financiële planning van zijn/haar pensioen, maken ze wel een realistische inschatting van de hoogte van dat wettelijk pensioen (eerste pijler). Dat is zelfs ook zo voor de uitkering van hun aanvullend pensioen (tweede pijler). Dat aanvullend pensioen krijgen de meesten liefst in één keer uitbetaald. 74% van de werknemers is bezig om naast wettelijk en aanvullend pensioen ook een privé pensioen op te bouwen via pensioensparen of beleggen, de zogenaamde derde pijler.

Gemiddeld denken mensen ongeveer 75% van hun huidig loon nodig te hebben om rond te komen wanneer ze met pensioen zijn. Ook dit is een realistische inschatting.

Barrières en oplossingen om langer te werken

Hoe kunnen we de Belg langer aan het werk houden? Door tijd en geld.

Mensen zijn gewonnen voor het idee van landingsbanen, nl. het geleidelijk aan afbouwen van de werkuren naarmate de carrière vordert. Dat kan door bv. over te schakelen op 80, 60 of 50% werken en zelfs minder naarmate men ouder wordt. Flexibiliteit is dus belangrijk, alsook het rekening houden met de afzonderlijke wensen en situatie van elke werknemer.

Een tweede motivator is het perspectief op salarisverhogingen naargelang de pensioenleeftijd dichterbij komt.

Ten slotte is het ook belangrijk dat oudere werknemers nog voldoende uitdaging vinden in hun job om het interessant te houden. Ze willen nog vooruitgang kunnen boeken. Daar is een belangrijke rol weggelegd voor de lijnmanagers, maar ook voor HR.

Gerelateerd nieuws

  1. EASI en Accent zijn de Best Workplaces 2021 van België

    Datum: 16-03-2021
    Categorie: Persberichten
    Het Great Place to Work® Institute Belgium maakte op 16 maart opnieuw de Best Workplaces™ van België bekend. Bij de kleine en middelgrote organisaties staat EASI op nummer 1; bij de grote organisaties kaapt Accent de eerste plaats weg. De Covid-19 crisis heeft zeker een impact gehad op de resultaten. Enerzijds slaagden heel wat organisaties erin om het vertrouwen te versterken. Ondanks de moeilijke tijden konden ze aan hun werknemers tonen dat ze er als werkgever voor hen waren. Anderzijds bleek het voor sommige organisaties dan weer erg moeilijk om met iedereen de connectie te behouden
  2. 45 Belgische bedrijven mogen zichzelf een ‘Great Place to Work®’ noemen

    Datum: 17-03-2020
    Categorie: Persberichten
    Het Great Place to Work® Institute Belgium maakte opnieuw de 20 Best Workplaces™ van België bekend. Naast deze ranglijst ontvingen ook 25 organisaties een ‘Great Place to Work®’-certificaat als erkenning voor hun goed werkgeverschap. De resultaten zijn grotendeels gebaseerd op de mening van de werknemers bij de betrokken bedrijven. Het onderzoek wordt jaarlijks uitgevoerd door het Great Place to Work® Institute Belgium in samenwerking met Vlerick Business School en mediapartner Jobat.
Alle artikels