Hoe België de farmaceutische ‘tragedie van de meent’ kan aanpakken om mee te timmeren aan de toekomst van de Europese gezondheidszorg
Door Walter Van Dyck
Professor of Innovation Management
Door Paola Argiolas
Researcher, Operations & Supply Chain Management
Europa staat voor een moeilijke evenwichtsoefening ... De gezondheidszorg moet geneesmiddelen vandaag betaalbaar houden, maar het is ook belangrijk dat farmaceutische bedrijven blijven investeren in de behandelingen van morgen.
België staat centraal in dit debat. Als toonaangevende hub voor farmaceutische innovatie in Europa kunnen we deze uitdagingen in eigen land aanpakken. Dat betekent ook dat België mee kan bepalen hoe zorgstelsels in heel Europa daarop reageren.
Beschouwd door de onderzoeklens van het Healthcare Management Centrevan Vlerick, lijkt de huidige balans misschien wat te sterk door te slaan naar kostenbeheersing op korte termijn. En dat leidt tot wat de oprichter en directeur van dit centrum, professor Walter Van Dyck, ‘de tragedie van de meent’ (Engels: tragedy of the commons) noemt.
In een recente beleidspaper – Beyond the tragedy of the commons: A strategic framework for Belgian pharmaceutical policy reform – trekken professor Van Dyck en zijn collega Paola Argiolas aan de alarmbel. De manier waarop geneesmiddelen in heel Europa worden geprijsd en terugbetaald, kan onbedoeld de incentives voor innovatie verzwakken, de toegang van patiënten tot nieuwe behandelingen vertragen en de Europese concurrentiekracht in de biowetenschappen op lange termijn bedreigen.
Een uitdaging voor heel Europa
In heel Europa ontwikkelden lokale regeringen geavanceerde mechanismen om de kosten van geneesmiddelen onder controle te houden. Er wordt onderhandeld over prijzen, de waarde van nieuwe behandelingen wordt beoordeeld en de prijzen worden vaak tussen landen onderling vergeleken.
Die aanpak helpt de gezondheidszorg betaalbaarder te maken, maar zorgt evengoed voor een uitdaging. Wanneer meerdere landen de laagst mogelijke prijzen nastreven, kan het cumulatieve effect daarvan leiden tot een daling van de inkomsten die farmaceutische bedrijven gebruiken om hun onderzoek en ontwikkeling te financieren.
Dat is waar ‘de tragedie van de meent’ om de hoek komt kijken. Individuele landen profiteren dan misschien wel van die lage prijzen, maar als alle landen dezelfde tactiek gebruiken, zijn farmaceutische bedrijven mogelijk niet meer gemotiveerd om te investeren in de volgende generatie geneesmiddelen. En daar komen dan nog eens de recente ontwikkelingen van het prijsbeleid in de industrie en de farmaceutische sector in de Verenigde Staten én de toenemende druk vanuit China op onderzoek en ontwikkeling bij. Het debat over prijsstelling en innovatie is bijgevolg nog nooit zo urgent geweest.
“Het lukt Europa intussen uitstekend om de farmaceutische uitgaven onder controle te houden”, aldus professor Van Dyck. “Het komt er nu op aan te voorkomen dat besparingen op korte termijn de toekomstige innovatie in de weg staan. Dat is de kern van de ‘de tragedie van de meent’ in de gezondheidszorg.”
Het belang van België in dit verhaal
Hoewel heel Europa voor deze uitdaging staat, is vooral België een interessant voorbeeld van hoe deze dynamiek er concreet uitziet.
Ons land wordt gezien als een Europese koploper voor onderzoek en ontwikkeling in farmaceutica, met een bloeiend ecosysteem voor biowetenschappen en een indrukwekkend palmares in klinisch onderzoek. Niettemin kan de toegang van Belgische patiënten tot innovatieve geneesmiddelen vertraging oplopen. In vergelijking met veel Europese buurlanden maakt België bovendien relatief weinig gebruik van generieke geneesmiddelen.
Volgens de beleidspaper betekent dit dat België zo misschien wel kansen laat liggen om besparingen te doen – geld dat opnieuw zou kunnen worden geïnvesteerd in innovatieve behandelingen.
De auteurs argumenteren dat België de kans heeft om de financiering, prijsstelling en toegankelijkheid van geneesmiddelen gedurende hun hele levenscyclus te hervormen. Ons land zou zo een model kunnen creëren dat zowel innovatie als betaalbaarheid kan versterken.
Vier aanbevelingen voor België
Voortbouwend op hun eerdere onderzoek naar internationale prijsstelling en beste praktijken in heel Europa, formuleert de beleidspaper vier aanbevelingen voor de hervorming van de Belgische aanpak van het geneesmiddelenbeleid – hervormingen die waardevolle lessen kunnen opleveren voor zorgstelsels in heel Europa.
1. Hervorm het terugvorderingssysteem
De eerste aanbeveling is een herziening van het huidige terugvorderingssysteem, waarbij farmaceutische bedrijven uitgaven die de overeengekomen budgetten overschrijden weer terugbetalen. De auteurs pleiten voor een evenwichtigere, meerjarige aanpak waarbij de risico’s eerlijker worden verdeeld en meer rekening wordt gehouden met de factoren die de uitgaven de hoogte in drijven.
2. Maak beter gebruik van goedkopere geneesmiddelen
De tweede aanbeveling gaat over generieke geneesmiddelen en biosimilars. Een van de belangrijkste boodschappen van de paper luidt dat België na het verstrijken van octrooien slimmer gebruik zou moeten maken van goedkopere alternatieven. Volgens de auteurs zou dit de concurrentie op mature markten boosten en besparingen opleveren die opnieuw in innovatieve geneesmiddelen kunnen worden geïnvesteerd, waardoor die goedkoper én toegankelijker worden.
3. Versnel de toegang tot innovatieve behandelingen
Het derde voorstel is geïnspireerd op het Duitse ‘day-one access’-model, dat patiënten toegang geeft tot nieuwe geneesmiddelen zodra die zijn goedgekeurd. In dit model lopen de onderhandelingen over prijzen en waardebepaling na marktintroductie gewoon door. Volgens de auteurs zou een Belgische variant van deze aanpak patiënten kunnen helpen om met nieuwe behandelingen te starten, terwijl de doeltreffendheid en waarde ervan nog steeds worden gemonitord.
4. Profileer België als Europese pionier
Het vierde en meest ambitieuze voorstel kijkt verder dan de Belgische landsgrenzen. Het document stelt voor om na te denken over een Europees fonds dat geavanceerde behandelingen moet helpen te financieren, zoals cel- en gentherapieën, waarvan de initiële kosten vaak hoog oplopen. Door de financiële risico’s over verschillende landen te spreiden, kan dit fonds misschien wel de toegang voor patiënten verbeteren en verdere investeringen in innovatie ondersteunen.
Maar dit is geen uitdaging die aan één land moet worden voorgeschoteld. Zorgstelsels in heel Europa worstelen met stijgende kosten, een vergrijzende bevolking en een steeds luider klinkende vraag naar innovatieve behandelingen. Tegelijkertijd krijgt ons continent af te rekenen met toenemende concurrentie van de Verenigde Staten en Azië in de wedloop naar medische doorbraken van de volgende generatie.
Voor professor Van Dyck is lukraak meer geld uitgeven niet de oplossing, en zullen we vooral bestaande middelen strategischer moeten inzetten.
België geeft het goede voorbeeld
“We kunnen veel vooruitgang boeken als we de farmaceutische budgetten slimmer benutten”, zegt hij. “België heeft de kans om het goede voorbeeld te geven, door de efficiëntie in eigen land te verbeteren en meteen ook mee te werken aan een bredere Europese aanpak die zowel de toegang voor patiënten als innovatie ondersteunt.”
De boodschap van de beleidspaper draait uiteindelijk om evenwicht. Als Europa een voortrekkersrol wil blijven spelen als innovator in de gezondheidszorg, moet het manieren vinden om baanbrekend onderzoek te belonen en er ondertussen voor zorgen dat patiënten tijdig met hun behandeling kunnen starten.
De vier hervormingen in het beleidsdocument zijn bedoeld voor België. Maar de vragen die ze oproepen, zijn grensoverschrijdend.
Dit onderzoek naar het gezondheidsbeleid werd gefinancierd met een beurs van Novartis nv. Wetenschappelijke en technische data, fouten of weglatingen, geuite standpunten en beleidsaanbevelingen vallen uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de auteurs.
Neem contact op!
Walter Van Dyck
Professor Technology & Innovation Management and Faculty Dean
