Belgische bedrijven steeds vaker overgenomen door buitenlandse spelers

In tegenstelling tot een dalende trend op de internationale overnamemarkt in 2016, kent de Belgische M&A markt een verdere groei, vooral inzake middelgrote en kleinere deals. De vraag is groter dan het aanbod. De prijzen stijgen dus, maar blijven vrij aanvaardbaar. Wie op vandaag een kwalitatief bedrijf wil verkopen, vindt makkelijk een koper. Dat komt doordat de bankfinanciering vlotter loopt, maar ook door een toegenomen interesse van buitenlandse spelers in Belgische bedrijven.

Dat blijkt uit een bevraging bij 120 Belgische fusie- en overname-experten en -adviseurs zoals corporate finance adviseurs, bankiers, advocaten en private equity investeerders. Zij zijn vooral actief bij middelgrote overnamedeals tussen de 5 en 50 miljoen euro. Het onderzoek peilt enerzijds naar hun ervaringen op de M&A-markt en de deals waar ze bij betrokken waren in 2016, en anderzijds naar hun verwachtingen voor dit jaar. Deze jaarlijkse M&A Monitor kwam tot stand onder leiding van professor Mathieu Luypaert van het Vlerick Centre for Mergers, Acquisitions & Buyouts in samenwerking met Bank J.Van Breda & Co, BDO en Gimv.

Transacties over de grenzen heen

Uit de bevraging blijkt duidelijk dat Belgische bedrijven in toenemende mate overgenomen worden door buitenlandse spelers. 73% van de bevraagden stelt een groei vast. Deze trend is minder uitgesproken voor overnames door Belgische bedrijven buiten de landsgrenzen (slechts 63% ziet hier een toename).

  • Slechts 1/3 van alle deals waar de respondenten aan gewerkt hebben in 2016 zijn buitenlands. Belgische bedrijven nemen vooral in eigen land over.
  • Belgische bedrijven die een buitenlandse overname doen, doen dat vooral in Europa (64%); de VS komen op de tweede plaats (17%).
  • Bij slechts 53% van de buitenlandse deals werd de transactie geïnitieerd door het verkopende bedrijf. Bij een buitenlandse overname heeft de koper immers vaak een specifieke geografische markt, technologie of target voor ogen. Bij overnames in eigen land gaat het initiatief voor 63% uit van de verkoper. Belgische overnemers moeten dus iets vaker actief op zoek naar een buitenlands bedrijf.
  • Buitenlandse transacties zijn wat duurder: gemiddeld wordt 7 keer de EBITDA-waarde (d.i. de operationele kasstroom) betaald tegenover 6,4 keer in België.
  • Een buitenlandse deal sluiten duurt langer en is complexer: een binnenlandse transactie duurt gemiddeld 6 maanden, terwijl een buitenlandse deal gemiddeld na 8 maanden rond is. Dat heeft te maken met diverse barrières in taal, wetgeving, cultuur,…

Professor Mathieu Luypaert licht toe: “Ten eerste is België geografisch een interessante toegangspoort tot Europa, zeker voor de Aziatische markt. Denk maar aan de interesse van State Grid in Eandis of tweedeklasser OHL die in Thaise handen kwam. Daarnaast zorgen de aanvaardbare overnameprijzen in ons land er voor dat buitenlandse investeringsfonden steeds meer onze richting uit kijken. De concurrentie tussen private equity spelers die geïnteresseerd zijn in Belgische targets is sterk toegenomen. Ten slotte verwijzen de respondenten naar onzekerheid op politiek vlak. Traditioneel zijn Belgische overnemers vooral geïnteresseerd in bedrijven in Frankrijk, Nederland, de VS, Duitsland en het VK en laat dat nu net landen zijn waar grote onzekerheid heerst rond handelsakkoorden en verkiezingen. Deze factor zet zeker een rem op overnames door Belgische bedrijven in het buitenland.”

Opvallend is verder ook dat de respondenten vrij kritisch zijn tegenover deze groeiende buitenlandse interesse. “Uit de bevraging blijkt dat Belgische M&A adviseurs vinden dat Belgische bedrijven – en meer bepaald jonge groeibedrijven met veel potentieel – typisch te vaak en te vroeg verkocht worden. Daardoor verdwijnen beslissingscentra uit België. Dat kan deels te maken hebben met moed en cultuur. Belgische ondernemers kiezen soms eerder voor financiële zekerheid. Anderzijds kan je door in zee te gaan met een buitenlandse speler de groei van je bedrijf soms op heel korte termijn versterken en kan je heel snel internationaliseren. Voor de betrokken bedrijven is zo’n overname dus zeker niet negatief, maar voor België kan het wel nadelig zijn op vlak van tewerkstelling, ondernemerschapsklimaat, imago of extra lokale groeiopportuniteiten die we verliezen”.

Belgische overnamemarkt zit in de lift

In tegenstelling tot een dalende trend op de internationale overnamemarkt in 2016, kent de Belgische M&A markt een verdere groei.

  • 67% van de bevraagden ervaarde in 2016 een toename van het aantal transacties in België. Bijna de helft van hen (42%) geeft zelfs een stijging van meer dan 10% aan.
  • De oorzaak ligt enerzijds bij de grootte van de transacties. De Belgische overnamemarkt wordt vooral gekenmerkt door kleine en middelgrote deals, en het zijn net die transacties die wereldwijd in trek zijn. Anderzijds blijven de prijzen voor Belgische bedrijven redelijk fair in vergelijking met andere landen.
  • De piek van deze groei is nog niet bereikt. 57% van de bevraagden verwacht dat de overnamemarkt in 2017 nog verder zal groeien, hoewel 2015 en 2016 al recordjaren waren inzake aantal transacties.

Professor Mathieu Luypaert: “Wanneer we kijken naar het totale bedrag gespendeerd aan overnames wereldwijd, zien we een piek in 2015, gevolgd door een sterke daling in 2016. Het totaal aantal deals op de internationale M&A markt in 2016 echter daalt niet; er is zelfs een lichte stijging. Dat toont aan dat er vooral kleinere transacties plaatsvinden. De markt wordt niet langer gedomineerd door megadeals en miljardentransacties zoals in 2015. Er is nog altijd sprake van een heel actieve markt, maar dan vooral in het middelgrote en kleinere segment.”

KARAKTERISTIEKEN VAN DE GEMAAKTE DEALS

Wat zijn ondernemingen waard?

  • Gemiddeld werd in 2016 6,4 keer de EBITDA-waarde (d.i. de operationele kasstroom) betaald en dat over alle industrietakken en bedrijfsgroottes heen. In 2015 was dat 6,1 keer – in 2013 was dat gemiddelde maar 5.  Wie zijn bedrijf dus op vandaag verkoopt krijgt maar liefst 1,4 keer meer voor hetzelfde bedrijf.
  • In het segment van kleinere bedrijven (minder dan 5 miljoen euro ondernemingswaarde) zijn de prijzen nagenoeg stabiel gebleven; men betaalt gemiddeld 4,7 maal EBITDA
  • Bij grote transacties (> 100 miljoen euro) spelen de marktomstandigheden wel een duidelijke rol en loopt dat op tot gemiddeld 8,2 keer EBITDA.

Mathieu Luypaert: “Kleinere bedrijven zijn typisch meer risicovol. Ze hangen vaak sterk af van de oprichter. Bij grotere, meer gevestigde bedrijven is de kans op faillissement klein, er is een meer professioneel kader en er is meer mogelijkheid tot synergieën. Je betaalt dus ook meer voor een groot bedrijf.”

Concurrentie stijgt

Dat de prijzen voor ondernemingen in stijgende lijn gaan, komt vooral omdat de vraag groter is dan het aanbod. Gemiddeld brachten in 2016 vijf bedrijven een bod uit op een Belgische onderneming die te koop staat. In 2015 waren dat er nog vier. Dat heeft niet alleen te maken met de toegenomen buitenlandse interesse in Belgische bedrijven, maar er is vooral ook veel geld beschikbaar. Banken staan op vandaag makkelijker financiering toe voor overnames. Er zijn dus veel meer spelers actief op de markt, waar door de prijzen stijgen.

Ondanks de hogere prijzen, is de Belgische markt is wel nog altijd rationeel geprijsd,” nuanceert Mathieu. “Zeker in vergelijking met onze buurlanden. Daarnaast is de Belgische private equity markt nog niet zo sterk ontwikkeld als in de buurlanden. Ten slotte stellen veel ondernemers van de babyboomgeneratie een verkoop nog wat uit gezien de lage rente op spaartegoeden bij de bank. Voor wie dus op vandaag een kwalitatief bedrijf heeft, is het niet moeilijk om kopers te vinden.”

Financiering verloopt makkelijker

  • Gemiddeld kan men 3,2 keer de eigen EBITDA (versus 2,9 in 2015) gaan lenen bij de bank voor de financiering van een overnametransactie.* Die stijging van de maximale schuldfinanciering geldt voor alle dealgroottes, maar vooral voor het segment van kleine bedrijven.
    Typische groeisectoren zijn vaak sterk technologisch gedreven, maar die bedrijven zijn ook meer risicovol. Banken zijn duidelijk op zoek naar alternatieven door een actievere rol te gaan spelen op de overnamemarkt. Ze zijn bereid om iets verder te gaan, zelfs in het kleinere segment.
  • Het gebruik van ‘vendor loans’ – waarbij de koper een deel van de overnameprijs uitgesteld betaalt via een lening van de verkoper – daalt van 42% naar 36%.
  • Ook bij een uitgestelde betaling die afhankelijk is van bepaalde parameters (bv. hoe de EBITDA evolueert na de verkoop) – de zogenaamde ‘earnout’ – is er een daling van 31% naar 26%.

Download het volledige rapport '2017 M&A Monitor - shedding light on M&A in Belgium'.

* Om te berekenen hoever je kan gaan om een transactie te financieren, kijkt men traditioneel naar de verhouding netto financiële schuld t.o.v. het EBITDA. Dat wil zeggen: de totale financiële schuld van een overnemer (na aftrek van beschikbare liquide middelen) in verhouding tot de operationele kasstroom.

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times