Farma en data als evangelie

Bron: Het Financieele Dagblad (11/03/2017); Auteur: Arnoud Groot

Gebaseerd op de casestudy ‘UCB – Data is the new drug’ geschreven door Stijn Viaene, professor Digitale Transformatie aan Vlerick Business School. Deze case is beschikbaar bij The Case Centre met referentienr. 317-0059-1.

Het ontwikkelen van geneesmiddelen is tijdrovend. Om dit proces te versnellen maakte de Belgische biofarmaproducent UCB de stap naar een datagestuurde organisatie. Daarvoor moest het hele bedrijf wel worden ‘bekeerd’, vertelt cio Herman De Prins.

Herman De Prins - UCBIn februari 2011 was Watson even wereldnieuws: de Supercomputer had voor het eerst de menselijke deelnemers aan de Amerikaanse kennisquiz Jeopardy verslagen.

Het was een bijzonder moment voor eigenaar IBM, maar ook voor Herman De Prins. De kracht van de zelflerende computer Watson was voor de cio van biofarmaproducent UCB aanleiding om een kritische blik te werpen op het gebruik van data én de IT-afdeling bij UCB, een multinational die in veertig landen actief is.

‘UCB ontwikkelt hoofdzakelijk medicijnen voor neurologische en immunologische afwijkingen, zoals epilepsie en de ziekten van Crohn en Parkinson’, vertelt De Prins (55). ‘In totaal investeren we ruim een kwart van onze krap €4 mrd omzet in R&D. Zo genereren we een enorme hoeveelheid data voor interne doeleinden, zowel tijdens het onderzoek naar nieuwe medicijnen als bij het testen. Bijvoorbeeld over de laatste inzichten in de ontwikkeling van de ziekten die we bestrijden, en de speurtocht naar chemische stoffen met impact op het ziekteverloop. Mede dankzij Watson besefte ik dat we veel meer met al die data kunnen doen.’

Cognitieve computersystemen als Watson beschikken over een rekenkracht van tientallen petaflops. Eén petaflop staat voor een quadriljoen calculaties per seconde, oftewel één miljoen calculaties tot de vierde macht. Dankzij deze brute rekenkracht kunnen zeer grote databases in fracties van seconden worden doorzocht op relevante gegevens of patronen. Enkele maanden na de Jeopardy-stunt ontmoette De Prins tijdens een congres John Kelly, die bij IBM de scepter zwaait over Watson. Ze voerden een geanimeerd gesprek over de mogelijkheden van data analytics in de farmaceutische industrie en de gezondheidszorg, en begonnen daarna aan een gezamenlijk project.

‘Het doel hiervan was het ontwikkelen van een “clinical decision support system”’, vertelt De Prins. ‘Artsen die een diagnose stellen, kunnen in principe een beroep doen op hun opleiding, beroepservaring, collega’s en de vakliteratuur die ze tussendoor meepikken’, legt hij uit. ‘Maar bijna dagelijks verschijnen er nieuwe onderzoeken, best practices, rapporten en patiëntcases op dit gebied. Menselijkerwijs is dat voor een arts niet bij te houden, maar in onze databases wordt die informatie wél vastgelegd. En dankzij supercomputers als Watson is het nu mogelijk die data binnen seconden te onderzoeken op de relevantste informatie.’

Lookalikes

Het gezamenlijke project met IBM moet het straks onder meer mogelijk maken vroegere patiënten te vinden bij wie de symptomen sterk lijken op die van een te behandelen patiënt.

Daarbij kan bijvoorbeeld worden gelet op ziekte- en medicatiegeschiedenis, frequentie en hevigheid van epilepsieaanvallen en andere onderscheidende kenmerken. Uit die geanonimiseerde medische data kunnen behandelende artsen dan achterhalen hoe die ‘lookalikes’ reageerden op behandeling met specifieke medicijnen. ‘Dankzij die kennis kunnen de artsen niet alleen veel sneller, maar ook veel accuratere diagnoses en behandelplannen formuleren’, aldus De Prins.

Om te kunnen bepalen welke informatie het best aansluit op de situatie van een specifieke patiënt moet diens elektronisch patiëntdossier aan het ‘clinical decision support’-systeem gekoppeld worden. UCB werkt onder meer nauw samen met de gerenommeerde Georgia Tech-universiteit, die zorgt voor de benodigde datastandaarden en de bescherming van de privacy van patiënten.

De grote hoeveelheid geanonimiseerde ‘realworld’-patiëntdata die zo binnenkomt, is extreem waardevol voor UCB. Zo kunnen deze data na analyse een zeer gedetailleerd inzicht geven in het ziekteverloop van duizenden patiënten en de impact van toegediende medicijnen hierop. In de toekomst kunnen algoritmen zelfs praktische en strategische suggesties gaan doen voor het gebruik van nieuwe medicijnen of kansrijke focusgebieden voor nieuw onderzoek. Om daar effectief gebruik van te kunnen maken werkte De Prins afgelopen jaren keihard aan het tot stand brengen van een nieuwe, op ‘data analytics’ gerichte bedrijfscultuur.

‘UCB is visionair en conservatief’

Digitale veranderprocessen

‘Ik word vaak uitgenodigd om bij bedrijven lopende processen te analyseren’, zegt Stijn Viaene, professor van Vlerick Business School. ‘Vaak gaat het hier om het digitaliseren van de bedrijfsvoering en wordt dit ad hoc opgestart vanwege een concrete noodzaak of vraag uit de markt. De digitale transformatie blijft dan vaak beperkt tot één of enkele afdelingen. UCB wilde het hele bedrijf mee krijgen in de transformatie en had een heldere visie op de inzet van analytics. Met workshops en showcases bracht De Prins de ratio achter zijn visie stukje bij beetje over.’

Maar ook bij de UCB-aanpak is digitale transformatie een kwestie van zeer lange adem, waarschuwt Viaene. ‘De Prins heeft de operationele activiteiten van zijn afdeling sterk ingekrompen’, aldus Viaene. ‘Via clouddiensten en outsourcing gaf hij zijn medewerkers meer ruimte om hun aandacht te verleggen naar innovatie. Tegelijk is UCB nog steeds conservatief met strategisch samenwerken, bijvoorbeeld met tech start-ups. Maar dat geldt voor veel grote bedrijven.’

‘Zes jaar geleden namen medewerkers vrijwel uitsluitend beslissingen op basis van de vaak relatief beperkte hoeveelheid informatie die ze zelf konden verzamelen en verwerken’, legt De Prins uit. ‘Vanaf daar was het een grote stap naar het huidige datagedreven beslissingsproces, waarbij belangrijke keuzes worden gemaakt door vaak tamelijk ongrijpbare algoritmen. Zeker in de farmaceutische sector, waar mensen graag eerst bewijzen zien voor ze ergens instappen.’

Daarbij moest de eigen IT-afdeling ook de overstap maken van een vooral ondersteunende functie naar een veel meer strategische rol. Om deze drempels te tackelen begon De Prins eind 2011 zijn Future of IT-programma. Tijdens intensieve workshops rond thema’s als cloudtechnologie, social, kunstmatige intelligentie en analytics kregen de 240 vaste IT-medewerkers van UCB te horen dat ‘digitaal’ steeds bepalender wordt binnen elk onderdeel van het bedrijf. En dat van hen wordt verwacht dat zij hier proactief op in kunnen springen met ideeën en projecten waarin niet projectmatige IT centraal staat, maar het verbeteren van de dienstverlening aan de patiënt: de ‘patient value’. Zo kwam een van De Prins’ medewerkers op het idee voor een op het lichaam van epilepsiepatiënten aan te brengen sensor die aanvallen kan voorspellen. In december 2016 startte een door UCB geïnitieerd consortium aan de productie van deze sensor.

Om de grote mogelijkheden van data analytics ook te laten landen bij het gehele, 8000 medewerkers tellende farmabedrijf stelt De Prins eind 2012 de van IBM afkomstige Arnaud Lieutenant aan als Director of IT Advanced Analytics. Een van diens eerste missies is het opstarten van een serie ‘showcases’: projecten die met behulp van analytics een snel en zichtbaar resultaat kunnen boeken. De Prins: ‘Daarvoor definieerden we een duidelijk omschreven doel, dat we in korte sprints van maximaal vijftig dagen moesten kunnen bereiken. Elke keer dat je er in slaagt via die “agile” werkwijze een snel resultaat te boeken, ervaren je medewerkers, afdelingen en het bedrijf uit eerste hand de waarde van analytics.’

Onder de tientallen showcases is bijvoorbeeld een project waarmee UCB een beter overzicht op lopende en toegekende patentaanvragen verkrijgt. ‘In onze sector worden jaarlijks vele duizenden patenten aangevraagd’, aldus De Prins. ‘Door daar “text mining”-analyse op te doen verbeter je je inzicht in de ontwikkelingen en trends, en kun je bijvoorbeeld ook in beeld krijgen welke talentvolle onderzoekers bezig zijn met bovengemiddeld interessante research. Die onderzoekers benaderen we soms voor een samenwerking en bieden we soms ook gewoon een baan aan.’

Evangelisten

Om maximale zichtbaarheid te garanderen worden resultaten, nieuwe inzichten en best practices via een nieuwe portal met de gehele organisatie gedeeld. ‘En met behulp van A/B tests, waarbij we de resultaten van de nieuwe en de oude werkwijze naast elkaar legden, onderstreepten we tegelijk het verschil met de traditionele werkwijze’, aldus De Prins. ‘Zo konden we onze medewerkers stukje bij beetje overtuigen van de meerwaarde, en bouwden we tegelijk een netwerk van interne “evangelisten” op, die de nieuwe werkwijze actief gingen promoten. Zo werd analytics niet het domein van alleen onze IT-experts, maar een belangrijk aandachtpunt van de organisatie als geheel.’

De Prins, in november uitgeroepen tot ‘CIO of the Year’ in België, vindt het lastig concrete, scherp omlijnde resultaten te noemen van de werkwijze die hij zes jaar geleden in gang zette. ‘Ik kan onmogelijk vertellen dat we daarmee een bepaalde hoeveelheid tijd hebben afgehaald van het ontwikkelingstraject van een bepaald medicijn’, stelt hij. ‘We hebben daar simpelweg geen nulmeting voor. Zo’n traject is ook telkens weer een volstrekt unieke combinatie van kennis, analyse van interne en externe data en soms wel honderdduizenden verschillende tests. Doordat we die steeds efficiënter kunnen uitvoeren, boeken we met elke afzonderlijke test en analyse echter wel forse tijdwinst. En bovendien kunnen we per analyse ook steeds meer mogelijkheden onderzoeken, die vervolgens weer tot meer nieuwe inzichten en betere medicijnen kunnen leiden.’

Als voorbeeld hiervan verwijst De Prins naar de razendsnelle ontwikkelingen rond het in kaart brengen van het menselijk DNA, een gebied waar ook UCB steeds meer onderzoek doet. De eerste, 1,5 terabyte (1500 gigabyte) tellende dataset, werd in 2003 opgeleverd door enkele honderden wetenschappers, die daar 13 jaar en $3 mrd aan spendeerden. Inmiddels kan een menselijk DNA binnen een dag, en voor nog geen duizend dollar worden ‘gesequenced’.

‘Dankzij nieuwe technologie en methoden boeken we bij UCB nu soortgelijke spectaculaire resultaten’, aldus De Prins. ‘Zo hebben we de snelheid waarmee bepaalde sets ‘real world’ patiëntdata kunnen worden geanalyseerd binnen ons bedrijf onlangs met een factor 3600 verbeterd.’ In de toekomst zou dat kunnen leiden tot een geheel nieuw “Analytics as a service” verdienmodel, waarbij UCB zijn kennis van data en technologie via apps en API’s direct kan gaan delen met organisaties en de consument. ‘De mogelijkheden ontstaan daar momenteel voor’, aldus De Prins, ‘maar voorlopig is dat nog echt toekomstmuziek’.

 

FD en Vlerick
In juni 2017 publiceren Het Financieele Dagblad en Vlerick Business School de Transformers 200, een ranglijst van de succesvolste Nederlandse bedrijven in de digitale transitie.
Digitaliseren gaat met vallen en opstaan. Wie de transformatie niet onder de knie krijgt, zal het afleggen tegen jonge concurrenten. Het FD en Vlerick kijken samen in de machinekamer van 200 grote Nederlandse bedrijven.
Centraal staat hierbij het Exconomy-model. Dit draait om diverse nieuwe ‘realiteiten’ van de moderne economie: (1) de digitale ervaring is deel van de waarde van een product; (2) klanten zijn bewegende doelen; (3) waarde wordt gecreëerd via digitale platforms.
Transformers 200 bestaat uit een magazine met deelranglijsten van sectoren, competenties en casestudies en een interactieve ranglijst. Tot juni publiceert FD Morgen een serie artikelen rond dit thema.


Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times