Standaardisatie is niet altijd goedkoper

De concurrentie is intens. Consumenten worden steeds veeleisender en bedrijven willen optimaal inspelen op de vraag. Het resultaat: de productverscheidenheid neemt toe en de logistieke keten wordt complexer, en daardoor duurder. Is een platformbenadering de oplossing? Samen met professors Robert Boute en Behzad Samii ontwikkelde Vlerick onderzoekster Maud Van den Broeke een model waarmee bedrijven kunnen bepalen hoeveel verschillende en welke platformen ze het best ontwikkelen voor welke (eind)producten. Het model werd gevalideerd in samenwerking met Barco’s Healthcaredivisie.

Platformen? Platformen!

Het platformconcept is bij het grote publiek wellicht beter bekend van de automobielsector. “Het idee erachter is simpel”, vertelt Maud. “Hoewel elk model zijn eigen look heeft, gebruiken auto’s van eenzelfde merkengroep gemeenschappelijke onderdelen, zoals chassis, aandrijflijnen, elektronica. Hoe meer je kan standaardiseren, hoe minder complex de supply chain wordt. En vanuit die gestandaardiseerde platformen ga je dan de nodige varianten ontwikkelen.”

Ook Barco Healthcare past de platformbenadering toe. De divisie ontwerpt en produceert medische beeldschermen – monitors die gebruikt worden voor onder meer radiologie, mammografie, operaties en tandheelkunde. “Net zoals er van een bepaald automerk verschillende modellen en varianten zijn – grote en kleine, trage en snelle – hebben wij grote en kleine schermen, met hoge en met lagere resolutie, kleuren- en grijstintmonitors enzovoorts”, legt Kristof Deneire, Supply Chain Manager bij Barco Healthcare, uit. “Bij de ontwikkeling van die verschillende schermen proberen we zoveel mogelijk van de elektronica te hergebruiken. De printed circuit board assemblies – printplaten met elektronicacomponenten – zijn onze belangrijkste platformen. Je zou ze kunnen vergelijken met de motoren van auto’s. Eenzelfde motor kan worden ingebouwd in verschillende modellen, binnen bepaalde grenzen weliswaar. Een motor die geschikt is voor een kleine stadsauto, krijgt een luxeterreinwagen amper vooruit. Maar de motor voor die SUV gebruiken in dat stadsautootje is onnodig duur. Bij ons stelt zich de vraag hoeveel soorten printed circuit board assemblies of elektrische schema’s we moeten ontwikkelen om de vruchten te kunnen plukken van hergebruik.”

Totale logistieke kosten

Hoever moet die standaardisatie nu precies gaan? Het team ontwikkelde een model dat verschillende productplatformscenario’s evalueert, gaande van volledige standaardisatie – alle eindproducten afgeleid van eenzelfde platform – tot geen standaardisatie – een afzonderlijk platform voor elk eindproduct – en alle mogelijkheden daartussenin. Voor elk productplatformscenario worden de totale logistieke kosten berekend:

1. ontwikkelingskosten – kosten verbonden aan het ontwerpen van de verschillende platformen en de afgeleide eindproducten;

2. aankoop- en bestelkosten – kosten voor de aankoop en het bestellen van platformen en extra componenten;

3. voorraadkosten – kosten verbonden aan de werk- en buffervoorraden, inclusief kosten veroorzaakt door voorraadtekorten, zowel voor platformen als voor extra componenten en

4. transformatiekosten – kosten om de eindproducten daadwerkelijk af te leiden van de platformen.

Deze kosten kunnen ook gegroepeerd worden in kosten die gerelateerd zijn aan de platformen zelf (1, 2 en 3) enerzijds en kosten die nodig zijn om de platformen aan te passen naar de eindproducten (1, 2, 3 en 4) anderzijds.

Maud vat hun aanpak samen als volgt: “We hebben een inventaris gemaakt van alle keuzes die moeten worden gemaakt in zo’n platformscenario en gekeken wat de impact is op elk aspect van de logistieke keten. Die impact wordt gekwantificeerd waardoor je verschillende scenario’s objectief kunt vergelijken.”

Zorgvuldige afweging

Het optimale scenario is datgene waarvoor de contante waarde van de totale logistieke kosten, berekend over de verwachte levensduur van de platformen in kwestie, het laagst is. En dat is niet noodzakelijk het scenario waarbij alle producten worden afgeleid van eenzelfde platform. “Het platformconcept wordt weleens beschouwd als het summum van logistieke efficiëntie – als zou standaardisatie per definitie goedkoper zijn. Dat is natuurlijk niet zo”, zegt Robert. “Hoe meer gestandaardiseerd het platform, hoe meer aanpassingen, en dus extra kosten, als je dezelfde productverscheidenheid wil kunnen aanbieden.”

“Ons model laat goed zien dat je platformkosten moet afwegen tegenover de aanpassingskosten”, legt Maud uit. “Hogere platformkosten hangen doorgaans samen met lagere aanpassingskosten en vice versa.”

Een en ander wordt beïnvloed door (1) het aantal platformen dat wordt gebruikt en (2) de mate waarin die platformen onder- of overgedimensioneerd zijn, wat weer wordt bepaald door de beslissing welke platformen er worden ontwikkeld en welke producten van welke platformen worden afgeleid. “Bij gebruik van ondergedimensioneerde platformen of bij weinig platformen voor veel eindproducten, zullen de platformkosten lager zijn, maar de aanpassingskosten hoger omdat de eindproducten meer aanpassingen en extra componenten zullen vergen. Omgekeerd betekenen een groter aantal platformen en overgedimensioneerde platformen hogere platformkosten, maar tegelijkertijd lagere aanpassingskosten”, besluit ze.

Bruikbaarheid bewezen!

Het model werd toegepast op concrete platformscenario’s van Barco Healthcare. Heeft het zijn aanpak bijgestuurd op basis van de resultaten? “De simulaties bevestigden in eerste instantie dat onze aanpak de juiste is en dat we qua aantal platformen min of meer goed zitten”, vertelt Kristof. “De analyse toonde ondubbelzinnig aan dat je door wat meer tijd te investeren in de ontwikkeling van een platform tijd kan winnen bij de fabricage van het eindproduct.”

In de marge van de simulatie werd ook onderzocht wat de drijfveren zijn om nieuwe producten op de markt te brengen. “In onze branche blijkt dat vooral technologische verandering te zijn. Aangezien technologie tegenwoordig zo snel evolueert, kan je maar beter ook je nieuwe producten zo snel mogelijk in de markt zetten. Daar kan dit model ook bij helpen. En toen we overwogen om een nieuwe productlijn te baseren op een combinatie van twee platformen heeft het model ons daarvan doen afzien. Uit de simulaties bleek immers dat dat financieel niet zinvol zou zijn.”

De grote verdienste van dit onderzoek? Voor Kristof bestaat er geen twijfel over: “Het is erin geslaagd om een discussie, die anders misschien filosofisch en subjectief zou blijven, te vertalen in euro’s, waardoor we beter onderbouwde, objectieve beslissingen kunnen nemen.”

Over Varies

Het onderzoek en de ontwikkeling van het model kaderden in een Europees onderzoeksproject, Varies (variability in safety critical embedded systems), dat deel uitmaakte van het door het IWT ondersteunde onderzoeksprogramma Artemis. Aan het Varies project namen 23 partners uit 7 landen deel, onder meer Barco en Vlerick Business School.

Bron: De paper ‘Evaluation of product-platform decisions based on total supply chain costs’ is verschenen in International Journal of Production Research, 53:18, 5545-5563. Het bevat een uitgebreide bespreking van het wiskundige model en zijn toepassing op de concrete case van Barco Healthcare, inclusief gevoeligheidsanalyse.

Over de auteurs
Maud Van den Broeke is doctoraal onderzoeker aan de Vlerick Business School. Robert Boute, promotor van Mauds doctoraat, is Associate Professor in Operations Management en Behzad Samii is Associate Professor in Operations and Supply Chain Management. Beiden zijn verbonden aan de Vlerick Business School.

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times