Belgische CEO verdient 35% minder dan Duitse CEO

Europees onderzoek naar de verloning van topmanagers in 844 beursgenoteerde bedrijven

Belgische topmanagers verdienen niet minder dan hun collega’s in Nederland, Frankrijk, Zweden en Zwitserland. Er is wel een aanzienlijk verschil van om en bij de 40% met de salarissen van CEO’s van bedrijven in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Verder zetten de huidige remuneratiepraktijken de ondernemingstop onvoldoende aan om aandacht te besteden aan milieu-aspecten en de creatie van aandeelhouderswaarde over de lange termijn.

Dat zijn de belangrijkste conclusies van het jaarlijkse onderzoek naar topsalarissen door professor Xavier Baeten en researchers Said Loyens en Bettina De Ruyck van het Executive Remuneration Research Centre aan Vlerick Business School. Het staal van 2017 bestaat uit 844 beursgenoteerde ondernemingen in België, Frankrijk, Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en voor het eerst ook Zwitserland.

Remuneratieniveaus: lichte daling in Bel 20 en Small, stijging in Bel Mid

De mediaan van de totale remuneratie (vast salaris, bonus en aandelengerelateerde remuneratie) van CEO’s bedroeg in 2017 in de Bel 20 bedrijven 1.975.000 euro (2016: 2.080.000 euro), in de  Bel Mid 865.000 euro (2016: 690.000) en in de Bel Small 525.000 euro (2016: 560.000 euro). De mediaanremuneratie is dus licht gedaald in de grootste en kleinste beursgenoteerde bedrijven, maar is sterk gestegen in de Bel Mid.

Xavier Baeten: “Dit betekent niet dat alle CEO’s in de middelgrote beursgenoteerde bedrijven een significante stijging hebben ontvangen. Van de 29 Bel Mid bedrijven voor wie we ook voor 2016 gegevens hebben, zijn er 12 wiens remuneratie is gedaald of stabiel gebleven. Maar er zijn er wel 14 voor wie de remuneratie met meer dan 10% is gestegen. Het gaat dan dikwijls om bedrijven die in 2016 geen aandelengerelateerde beloning (long-term incentives) toekenden, maar dat wel deden in 2017.”

Internationale vergelijking: Duitsland en het Verenigd Koninkrijk blijven de kroon spannen

Als we de focus leggen op de grote beursindexen, behoren België en Zweden tot de hekkensluiters, met een respectievelijke mediaanremuneratie van 1.975.000 en 1.740.000 euro. De CEO’s van de grote beursgenoteerde bedrijven in onze buurlanden verdienen meer (Nederland (AEX): 3.590.000 euro, Duitsland (DAX): 6.205.000, Frankrijk (CAC 40): 4.440.000 euro, UK (FTSE 100): 3.830.000 euro, en Zwitserland (SMI Expanded): 3.245.000 euro.

Het zou echter een misvatting zijn om zomaar te concluderen dat de Belgische CEO’s tot de slechtst betaalden behoren. Als we rekening houden met de grootte van het bedrijf, stellen we door middel van statistische technieken vast dat het enkel de CEO’s zijn van Duitse bedrijven en van bedrijven die op de beurs genoteerd zijn in het Verenigd Koninkrijk, die duidelijk meer verdienen dan de CEO’s van Belgische beursgenoteerde bedrijven. Het gaat om een verschil van respectievelijk 35% en 29%.

De onderzoekers hebben ook nagegaan welke andere factoren dan het land een impact hebben op de remuneratie van de CEO. Met stip op 1 vinden we ook dit jaar weer de grootte van het bedrijf. Tegenover elke stijging van 1% in beurskapitalisatie staat een stijging van 0,43% in de remuneratie van de CEO. Een andere opmerkelijke bevinding is dat buitenlandse CEO’s meer betaald worden, ook al beweert men dat dit een internationale markt is. Verder is het ook zo dat bedrijven met een meer versnipperd aandeelhouderschap hun CEO’s meer betalen. Dit zou kunnen te maken hebben met het feit dat hier minder sprake is van een ‘controlerende’ aandeelhouder, die ook nauwlettend toeziet op de salarissen van het topmanagement.

Verslaggeving over topsalarissen: België zeker niet in koppeloton

De Europese ‘Shareholder Rights Directive’, die bepaalde eisen stelt op het vlak van de openbaarmaking van de topsalarissen, zal in de eerstkomende jaren in werking treden, ook in België. Zo moet detailinformatie verstrekt worden over de bonussystematiek. Het Vlerick-onderzoek stelt vast dat op vandaag slechts 23% van de Belgische beursgenoteerde bedrijven informatie verschaft over de hoogte van de target bonus; dit is de bonus die wordt uitgekeerd als de doelstellingen bereikt zijn. Bovendien geeft slechts 51% informatie over de maximum bonus. België is hier zeker niet de beste leerling van de klas: 65% van de Nederlandse beursgenoteerde bedrijven verschaft informatie over de target bonus, en 68% van de Duitse bedrijven. Als we onze aandacht richten op de onderliggende criteria die de bonus bepalen, stellen we vast dat 80% van de Belgische bedrijven deze informatie verschaft tegenover 89% van de Nederlandse bedrijven, en zelfs 100% van de bedrijven gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. Ook Zwitserland doet het goed met 94%

Remuneratiesystemen zetten onvoldoende aan tot langetermijngedrag

De Shareholder Rights Directive wil de bedrijven verder ook stimuleren om de focus te leggen op de langetermijnwaardecreatie, en wil ook zogenaamde duurzaamheidscriteria (bvb. milieu-impact) een rol zien spelen in de incentivesystemen.

Xavier Baeten: “Het is opmerkelijk dat de incentives van het topmanagement nog altijd sterk worden gedreven door het resultaat op de korte termijn. 87% van de bedrijven hanteert winstgevendheidsmaatstaven om de bonus te bepalen, terwijl amper 3% van de bedrijven concrete doelstellingen vooropstelt op het vlak van emissies en andere milieugerelateerde aspecten. Bovendien krijgen de financiële maatstaven voor de bonus een gemiddeld gewicht toegekend van 75%. Ook hier weer zijn er duidelijke verschillen tussen de landen: daar waar 32% van de Belgische bedrijven in de bonus indicatoren opneemt die te maken hebben met werknemers, milieu, klanten of algemene duurzaamheidscriteria, bedraagt dit in Nederland 41% en in het Verenigd Koninkrijk zelfs 61%. Duitsland doet het opvallend slecht met slechts 12%.”

Een andere methode die meer en meer aan sympathie wint om het ‘lot’ van de CEO te linken aan dat van het bedrijf, bestaat erin om de CEO aandelen van het bedrijf in bezit te laten hebben over een lange termijn. In het onderzoek valt op dat die termijn meestal slechts 3 jaar bedraagt. Het onderzoek toont verder aan dat slechts 25% van de bedrijven aandelen geeft aan de CEO die pas na meer dan 3 jaar ter beschikking komen of ten gelde gemaakt kunnen worden. België doet het op dit vlak een stuk slechter dan het gemiddelde, met slechts 12% van de bedrijven die aan de eisen voldoen. Ook hier laten de Belgische bedrijven de Nederlandse voorafgaan met 26%. De UK spant opnieuw de kroon met 42% van de bedrijven die remuneratiemechanismen hanteren die de langetermijnaandeelhouderswaarde benadrukken.

OVER HET UNIEKE ASPECT VAN DIT ONDERZOEK
Het onderzoeksteam van Vlerick Business School analyseert jaarlijks de remuneratierapporten van beursgenoteerde bedrijven in België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en, sinds dit jaar ook Zwitserland. Hierbij worden zowat alle remuneratiekenmerken in kaart gebracht zoals de remuneratieniveaus, de remuneratie-instrumenten, de onderliggende criteria, het stemgedrag van de aandeelhouders, en de openbaarmakingspraktijken van de bedrijven. De resultaten die gerapporteerd worden, hebben betrekking op 2017. 

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times