Imitatie in de auditpraktijk loont. Of niet?

Ondanks hun gedegen vooropleiding missen junior accountants toch vaak de kennis en ervaring om de wet en de auditstandaarden in de praktijk correct toe te passen. Tijdens een auditopdracht worden ze dan ook begeleid door een ervaren senior, die hen coacht. Welke rol speelt imitatiegedrag in de relatie tussen junior en senior? Aan het woord: professor Kristof Stouthuysen en professor Olof Bik, managing director en wetenschappelijk bestuurslid van de FAR, de Foundation for Auditing Research.

Wetenschap en praktijk

De FAR is een Nederlandse samenwerking tussen de wetenschap en de praktijk van het accountantsberoep. De tien grootste accountantskantoren van Nederland financieren samen de activiteiten van de stichting die dit jaar haar vijfde verjaardag viert. De belangrijkste doelstelling van de FAR? Het beroep van de accountant wetenschappelijk onderbouwd, evidencebased, te maken. “Dat doet ze door onafhankelijk academisch onderzoek te ondersteunen naar de factoren die bepalend zijn voor de auditkwaliteit, en door vervolgens de ontwikkelde kennis en inzichten te delen om het publiek debat en de publieke beleidsvoering te informeren. Inmiddels lopen er 25 projecten”, vertelt Olof. “Het onderzoek wordt uitbesteed bij de beste wetenschappers, waar ook ter wereld. De aangesloten accountants geven de researchteams toegang tot data uit hun dossiers en informatiesystemen en werken mee aan surveys, experimenten en interviews.”

“De FAR is een uniek initiatief”, zegt Kristof enthousiast. “Als wetenschapper kun je er alleen maar van dromen om onderzoek te doen op echte praktijkdata, met professionele auditors. Wij zijn dan ook bijzonder vereerd dat de FAR ons project wilde financieren.

Onderzoek in drie delen

De wetenschappelijke raad van de FAR stelt jaarlijks een onderzoeksagenda op en organiseert een internationale projectoproep. Een van de projecten toegekend in 2018 was dat van professor Eddy Cardinaels, Evelien Reusen en Kristof dat nagaat hoe de interne en externe interacties van accountants hun oordeel en besluitvorming beïnvloeden en welke factoren van belang zijn voor de auditkwaliteit. Het project loopt vier jaar en bestaat uit drie delen. Het eerste onderzoekt wanneer juniors geneigd zijn om hun senior te imiteren en welke impact het promotiesysteem heeft op dat imitatiegedrag en op de kwaliteit van de accountantscontrole. Evelien en Kristof hadden al onderzoek verricht naar de rol van imitatie bij de keuze van managementcontrolesystemen en supplychainpartners en zo het concept van imitatie geïntroduceerd in accounting. De resultaten van het eerste deel van het project werden in juni gepresenteerd tijdens een online masterclass georganiseerd door de FAR en samengevat in een working paper.

Vier scenario’s

Centraal in het onderzoek staat het experiment, een scenario-gebaseerde businesscase, waaraan 138 juniors werkzaam bij de Big 4 accountantskantoren deelnamen. Ze kregen de werkdocumenten van een senior accountant voor de waardebepaling van een businessunit. Aan de juniors werd gevraagd om een andere businessunit van hetzelfde bedrijf te waarderen. De werkdocumenten weerspiegelden de werkstijl van de senior. Een groep deelnemers kreeg documenten van een senior met een professioneel-kritische werkstijl (high diligent), een andere groep die van een senior met een minder professioneel-kritische werkstijl, een commercieel gedreven accountant (low diligent). Bij de werkdocumenten zat telkens ook een karakterschets van de senior accountant en informatie over de invloed van zijn oordeel op hun toekomstige promotie. Bij de ene groep was die doorslaggevend, bij de andere niet1. Er werd nagegaan in welke mate de deelnemers de aanpak, werkstijl en opinie van de senior volgden. De oplossing voor de waardebepaling werd gebruikt als maat voor de auditkwaliteit. Het onderzoeksteam verzamelde ook informatie over de achtergrond van de deelnemers en hun persoonlijkheidskenmerken.

Gezonde dosis scepsis

Zoals verwacht, wordt het imitatiegedrag van juniors beïnvloed door de werkstijl van de senior én door het promotiesysteem:

  • Juniors zijn meer geneigd om een senior te imiteren als die laatste een professioneel-kritische werkstijl heeft, en zeker als hij een doorslaggevende invloed heeft op hun promotie. Juniors zijn minder geneigd om een senior met een minder professioneel-kritische werkstijl te imiteren.
  • Het promotiesysteem stimuleert imitatiegedrag enkel bij een senior met een professioneel-kritische werkstijl, het speelt nauwelijks bij een senior met een werkstijl die te wensen overlaat. “Dat is bemoedigend”, vindt Kristof. “Het toont aan dat juniors niet blindelings imiteren en dat ze over een gezonde dosis professionele scepsis beschikken.” 
  • In de zeldzame gevallen dat een junior toch een senior met een minder professioneel-kritische werkstijl imiteerde, heeft dat, zoals verwacht, een negatieve impact op de auditkwaliteit. 
  • Verrassend genoeg echter heeft imitatie van een senior met een professioneel-kritische werkstijl ook geen positieve impact op de auditkwaliteit, integendeel. “We gaan nader onderzoeken hoe we dit effect kunnen verklaren”, zegt Kristof. “Ligt het aan de context? Is er sprake van tunnelvisie? Hebben ze het voorbeeld van die eerste businessunit te klakkeloos gevolgd? Ik wil niet vooruitlopen op de resultaten, maar misschien spelen hier de persoonlijkheidskenmerken van de junior een rol.”

Het goede voorbeeld

“De accountantspraktijk is omgeven door standaarden en regels, maar wat me vooral aanspreekt in dit onderzoek is dat het duidelijk laat zien dat de kwaliteit van de accountantscontrole ook wordt bepaald door heel menselijke factoren, zoals sociale interactie”, zegt Olof. “Senior accountants en managing partners moeten zich ervan bewust zijn dat ze een voorbeeldrol hebben in de opleiding van juniors. Als een partner geen kritische vragen durft te stellen aan een client, dan hoef je niet te verwachten dat een junior dat gaat doen.”

“Inderdaad,” knikt Kristof. “En juniors moeten worden aangespoord om een professioneel-kritische houding aan de dag te leggen. Goede voorbeelden volgen is prima, maar geen enkele opdracht is ooit helemaal dezelfde als die uit het voorbeeld. Het is wellicht een goed idee om werkdocumenten van verschillende seniors die een professioneel-kritische werkstijl hanteren te verzamelen en deze best practices ter beschikking te stellen van juniors, zodat ze niet enkel aangewezen zijn op het voorbeeld van hun coach, en kunnen zien dat vergelijkbare problemen toch op verschillende manieren kunnen en moeten worden benaderd.”

Wordt vervolgd

Tot slot blikt Olof nog vooruit: “In een tweede deel van het project zal worden gekeken naar de factoren die herding, kuddegedrag, beïnvloeden en de impact ervan. In teams is er altijd wel een risico op groepsdenken. Stel dat een van de teamleden een fout vindt, maar dat niet durft te melden omdat hij of zij dan zou afwijken van de consensus, dan zou dat wel eens problematisch kunnen zijn. Het is belangrijk dat we inzicht krijgen in de mate waarin imitatie en herding plaatsvinden en in het effect ervan op de kwaliteit van de accountantscontrole”, besluit hij.

Meer weten?
De working paper kan worden opgevraagd bij de auteurs.

Over de auteurs

Eddy Cardinaels is Professor of Accounting aan Tilburg University en aan de KU Leuven. Viola Darmawan is doctoraal onderzoeker aan de KU Leuven. Evelien Reusen is Assistant Professor aan het Department of Accounting and Control van de Rotterdam School of Management. Kristof Stouthuysen is Associate Professor in Accounting en Control aan de Vlerick Business School en Professor in Management Accounting aan de KU Leuven.

1 Er waren dus vier groepen: (1) werkdocumenten high diligent senior+ doorslaggevende stem bij promotie, (2) werkdocumenten high diligent senior + niet-doorslaggevende stem bij promotie, (3) werkdocumenten low diligent senior + doorslaggevende stem bij promotie en (4) werkdocumenten low diligent senior + doorslaggevende stem bij promotie.

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times