Wat maakt financiële planning in een gereguleerde omgeving zo anders?

Belangrijkste inzichten

  • Niet alleen de bedrijfsstrategie heeft een impact op de financiële prestaties en investeringsbeslissingen, ook de veranderende regelgeving speelt een rol. In een gereguleerde omgeving moet een financieel plan dus met beide rekening houden.
  • Twee waarheidsgetrouwe cases illustreren de specifieke aspecten van financiële planning in de energiesector, maar ze zijn ook bruikbaar in andere gereguleerde sectoren. 

Over financiële planning zijn er heel wat casestudy’s ontwikkeld, maar naar die over financiële planning in een gereguleerde omgeving is het een beetje zoeken. Voor het Future Grid Managers Programme ontwikkelde professor Filip Roodhooft er samen met collega’s van het Vlerick Energy Centre meteen twee die zich afspelen in de gereguleerde energiesector. In de hoofdrol: de Belgische distributienetwerkbeheerder (DNB) Eandis, het huidige Fluvius, en de Franse transmissienetwerkbeheerder (TNB) Réseau de Transport d’Électricité (RTE).

Regelgevingsrisico

Met het Eerste Energiepakket gaf de Europese Commissie in 1996 het startsein voor de liberalisering van de energiemarkt in de EU. Gaandeweg schoven de gas- en elektriciteitssectoren op van monolithische overheidsmonopolies naar gereguleerde markten. Verticaal geïntegreerde energiebedrijven werden ontvlochten: vandaag zijn de elektriciteitstransportdiensten – transmissie en distributie – gescheiden van productie en levering. Maar hoewel er concurrentie is ingevoerd, beschouwt men elektriciteitsnetwerken als natuurlijke monopolies, en die moeten gereguleerd worden. Onafhankelijke energieregulatoren monitoren de ontwikkeling van het elektriciteitsnet, investeringen en prijzen. De opkomst van hernieuwbare energie en decentrale energieopwekking, en de voortdurende ontwikkeling van nieuwe technologieën, hebben ertoe geleid dat regulatoren hun beleid regelmatig herzien. “In zo’n context moet een financieel plan rekening houden met een extra dimensie: regelgevingsrisico”, zegt Filip. 

Slimme meters uitrollen of niet?

De casestudy over DNB Eandis is gesitueerd eind 2014. Op dat moment werkte CEO Walter Van den Bossche aan het financieel plan, maar hij stond voor een grotere uitdaging dan de voorgaande jaren: er moest een besluit worden genomen over de investering in en uitrol van slimme meters. Tot dan was Eandis onderworpen geweest aan een regime van rendementsregulering (cost+), waarbij het zijn kosten kon recupereren via de distributietarieven. Dat regime had ook ruimte geboden voor infrastructuurinvesteringen, maar zou worden vervangen door een nog nader te bepalen nieuw incentivesysteem – een tariefplafond (price cap) of een inkomstenlimiet (revenue cap). Nu bedraagt de levensduur van een investering meer dan tien jaar, terwijl een onderhandeld prijsbeleid voor DNB’s in België typisch maar voor vier à vijf jaar geldt. Kon de investering doorgaan en zo ja, wat was dan de interessantste financieringsstructuur? Het was dus zaak om rekening te houden met het regelgevingsrisico en een financieel planningsmodel te ontwikkelen dat zou helpen om de investering in slimme meters te evalueren in verschillende scenario’s.

Hoogspanning

Olivier Lavoine, CFO van RTE, zag zich eind 2013 geconfronteerd met een gelijkaardig probleem. Er lag een ambitieus infrastructuurinvesteringsprogramma op tafel, maar er was onduidelijkheid over de regelgeving. Oorspronkelijk waren TNB’s, inclusief RTE, onderworpen aan rendementsregulering (cost+), maar vanaf 2014 zou er worden overgeschakeld op een systeem van inkomstenregulering (revenue cap). Investeringen werden in Frankrijk buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de revenue cap, waardoor je twee aparte onderhandelingsprocessen had – een voor investeringen en een voor de bepaling van de inkomstenlimiet. De kans bestond echter dat de regulator, in navolging van andere EU-lidstaten, voor investeringen een andere aanpak zou gaan kiezen. En ook het prijsbeleid kon, deels als gevolg van de door RTE geplande investeringen, van de ene regulatoire periode op de andere veranderen – de inkomstenlimiet kon bijvoorbeeld worden vervangen door een tariefplafond. Ook Olivier Lavoine moest dus een financieel planningsmodel ontwikkelen waarmee hij de impact van de geplande langetermijninvesteringen kon analyseren, rekening houdend met onzekerheden in de regelgeving.

Experimenteren met échte modellen

“Aan de hand van de casestudy’s willen we studenten vertrouwd maken met het gebruik van financiële planningsmodellen in een gereguleerde sector”, legt Filip uit. “We brengen ze financiële kernbegrippen en concepten bij, toegespitst op de hun bekende omgeving – er wordt een resultatenrekening opgesteld, we bepalen de cashflow en toekomstige cashpositie, analyseren de behoefte aan werkkapitaal en de mogelijke bronnen van financiering, we bekijken wat een ROE betekent enz. Deelnemers aan het Future Grid Managers Programme zijn immers niet per se onderlegd in de financiële aspecten van de bedrijfsvoering.”

“Vervolgens passen we de theorie toe aan de hand van financiële modellen die de bedrijven in kwestie ook zelf gebruiken. Om didactische redenen hebben we ze weliswaar een beetje vereenvoudigd, maar ze zijn nog steeds waarheidsgetrouw. Op die manier krijgen studenten inzicht in de specifieke aspecten van financiële planningsmodellen voor gereguleerde bedrijven. Met de spreadsheets die bij de casestudy’s horen kunnen ze volop experimenteren met verschillende scenario’s. En als kers op de taart zijn er twee video’s waarin Walter Van den Bossche en Olivier Lavoine hun verhaal doen.”

“Studenten die deze casestudy’s gebruiken begrijpen beter hoe de financiële prestaties en investeringsbeslissingen niet alleen worden bepaald door de bedrijfsstrategie, maar ook door regelgeving en veranderingen in die regelgeving, en hoe een en ander de interactie tussen regulatoren en gereguleerde bedrijven mee vormgeeft”, besluit hij.

Ook voor andere gereguleerde sectoren

Hoewel deze cases zich afspelen in de energiesector, hoeft hun gebruik niet beperkt te blijven tot het Future Grid Managers Programme of andere opleidingen voor energieprofessionals, zo benadrukt Filip: “Ze zijn nuttig voor eender welke gereguleerde sector. Je kunt ze dus perfect inzetten tijdens in-company-opleidingen op maat.”

Het aanbod aan cases is bij deze verrijkt met twee uiterst realistische versies. “Ik ben Walter Van den Bossche en Olivier Lavoine dan ook bijzonder erkentelijk voor hun medewerking”, voegt Filip nog toe. “Zonder hen zouden de cases er nooit gekomen zijn.”

De twee casestudy’s, “Eandis: Financing the Roll Out of Smart Meters in a Regulated Environment” en “RTE: Financing Electricity Transmission Investments in a Regulated Environment”, zijn uitgegeven bij Ivey Publishing. Behalve de casebeschrijvingen, vind je er de teaching notes, de spreadsheets en het videomateriaal.

Ontdek onze expertise in energie

De energiesector zal in de komende 10 jaar aan meer veranderingen onderhevig zijn dan in de afgelopen 100. Nieuwe technologieën, organisatorische uitdagingen, regelgeving ... al deze factoren hebben een invloed op zowel bedrijven als klanten. Maar verandering betekent ook opportuniteiten, zelfs al zijn er geen gemakkelijke antwoorden. Het Vlerick Energy Centre helpt je om met die verandering om te gaan. We dagen je uit om vooruit te denken en nieuwe oplossingen te vinden voor de wereld van morgen.

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times