Welke toekomst is er weggelegd voor China en de EU?

  • China is, na de VS, de belangrijkste handelspartner van de EU, die op haar beurt China’s belangrijkste handelspartner is.
  • Het handelstekort in goederen met China bedroeg in 2017 bijna 177 miljard euro. 45% daarvan is afkomstig van hightechproducten waarvoor China de grootste leverancier geworden is.
  • De Chinese buitenlandse investeringen hebben vooral betrekking op gevoelige sectoren, zoals transport, nutsvoorzieningen en infrastructuur (o.m. het Belt-and-Roadinitiatief), en ICT.
  • China en de EU hebben vergelijkbare strategische belangen en doelstellingen, maar die staan op gespannen voet, vooral wat hightechproducten en infrastructuur betreft.
  • Door in samenwerkingen in te zetten op complementariteit, toepassingsgebieden te zoeken met gedeelde uitdagingen en het voor de EU heilige principe van reciprociteit te respecteren, kan de kans op een botsing van strategische belangen verkleind worden.
  • Het is zaak om de investeringsovereenkomst met China af te ronden en een samenwerkingsovereenkomst inclusief vrijhandelsverdrag te onderhandelen.

We leven in economisch en geopolitiek turbulente tijden. Het ziet ernaar uit dat de EU niet langer kan rekenen op de onvoorwaardelijke steun van haar belangrijkste handelspartner, de VS. Als tegenreactie heeft de EU vaart gezet achter vrijhandelsverdragen met Canada, Japan, Australië, de Mercosur-landen, Singapore en enkele landen van de ASEAN. Grote afwezige in dit rijtje is China. Nochtans hebben zowel China als de EU te winnen bij een nauwere samenwerking. Professor Filip Abraham (Vlerick Business School en KU Leuven) en Jan Van Hove (KBC en KU Leuven) namen de handels- en investeringsrelatie tussen beide partijen onder de loep – vanuit EU-perspectief.

China, handelspartner nummer twee

China is, na de VS, de belangrijkste handelspartner van de EU, die op haar beurt China’s belangrijkste handelspartner is. Vooral landen uit Noord-Europa exporteren naar China – het leeuwendeel is voor rekening van Duitsland. Zowel de export als de import van goederen is de afgelopen 15 jaar sterk toegenomen. Het aandeel van China in de totale EU-import uit landen van buiten de EU verdubbelde van bijna 10% in 2002 tot 20% in 2017. In diezelfde periode zag ook de EU haar export  naar China groeien, van minder dan 5% tot zo’n 10% van de totale export naar niet-EU-landen, een positieve ontwikkeling ware het niet dat het handelstekort in goederen met China in 2017 gegroeid was tot bijna 177 miljard euro. Omdat de EU met de rest van de wereld een klein handelsoverschot heeft, ligt een en ander iets minder gevoelig dan in de VS. Voor diensten boekte de EU met China trouwens een handelsoverschot van 8,8 miljard euro (2016).

China, grootste leverancier van hightechproducten

Kijken we naar de top vijf van de EU-import en -export uit en naar China, dan vinden we de sectoren machines en apparatuur, basismetalen en chemicaliën en aanverwante producten bij zowel de import als de export. Verder is de EU een belangrijk exporteur van transportmaterieel en van optische instrumenten en foto- en filmapparatuur, terwijl ze vooral textiel en diverse goederen invoert.

Opvallend is dat China de grootste leverancier is geworden van hightechproducten, vnl. elektronica, telecom en digitale apparatuur. In 2017 stak het met een export van 120 miljard euro naar de EU de VS voorbij. De EU exporteerde toen voor een bedrag van 40 miljard euro hightechproducten naar China, wat resulteerde in een handelstekort van 80 miljard euro of 45% van het totale handelstekort met China. Aangezien China met rasse schreden evolueert naar een kenniseconomie is er weinig reden om aan te nemen dat dat tekort kleiner zal worden. Reden tot ongerustheid voor wie hightech beschouwt als een van de belangrijkste troeven van de EU.

China investeert vooral in gevoelige sectoren

En dan is er ook de spectaculaire stijging van de Chinese buitenlandse directe investeringen in de EU, vooral in gevoelige sectoren zoals transport, nutsvoorzieningen en infrastructuur en ICT. In 2016 bedroegen die investeringen bijna 36 miljard euro, maar in 2017 is er een daling ingezet en de eerste cijfers wijzen erop dat die daling doorzet en versnelt. De buitenlandse directe investeringen van EU-ondernemingen in China zijn sinds 2012 gestagneerd en zelfs gedaald. 

De paper vestigt ook de aandacht op het ambitieuze Belt-and-Road-initiatief: belangrijke Chinese infrastructuurinvesteringen voor transportroutes over land en over zee moeten China en de EU beter met elkaar verbinden. De landen die de grootste impact zullen voelen van die routes zijn echter landen die minder handel drijven met China.

Gelijkaardige belangen en doelstellingen

Uit de toespraak van president Xi-Jinping op het World Economic Forum van 2017 in Davos valt af te leiden dat China en de EU vergelijkbare strategische belangen en doelstellingen hebben.

Beide partijen hebben er baat bij om de globalisering te steunen en een handelsoorlog te vermijden. Ondanks de groeiende kritiek op de globalisering blijven ook de meeste EU-lidstaten voorstander van een uitbreiding van de internationale handel. Er is namelijk een sterke correlatie tussen de jaarlijkse groei van de wereldhandel en de jaarlijkse groei van het bruto binnenlands product. Een handelsoorlog zou de EU economisch ernstige schade berokkenen.

Beide partijen streven naar een sterke positie in technologie en kennisintensieve sectoren en willen niet te veel afhankelijk zijn van buitenlandse bedrijven voor kritieke technologie en infrastructuur.

En tot slot kennen zowel China als de EU uitgesproken regionale economische verschillen. Daarom willen beide dat activiteiten op het vlak van internationale handel en buitenlandse directe investeringen de interne cohesie versterken. Ze moeten bijgevolg zo veel mogelijk regio’s en/of lidstaten ten goede komen.

Maar het is niet al rozengeur en maneschijn

De handelsrelatie uitbreiden en verdiepen kan door te focussen op gedeelde belangen. Dat klinkt logisch, maar het is allesbehalve evident. De strategische belangen van de EU en China staan namelijk op gespannen voet, zeker wat hightechproducten en infrastructuur betreft.

De EU onderscheidt zich met technologie en goederen met een hoge toegevoegde waarde en wil dat graag zo houden. Daarom wordt de opkomst van China met gemengde gevoelens onthaald. Nauwere relaties met China kunnen de toegang voor EU-bedrijven tot de Chinese markt dan wel vergemakkelijken, het stijgende bilaterale handelstekort wijst erop dat de EU-bedrijven de concurrentie met Chinese conculega’s dreigen te verliezen. De import van Chinese producten gaat bovendien ten koste van die uit andere EU-landen; m.a.w. de EU wordt steeds meer afhankelijk van China.

Ook qua buitenlandse directe investeringen wil de EU, zeker voor technologie en infrastructuur, voldoende onafhankelijk blijven. In die zin baart de Chinese focus op ICT, infrastructuur en nutsvoorzieningen zorgen, en de mediabelangstelling voor mogelijk ongeoorloofde activiteiten van Huawei voedt die gevoelens van onbehagen.

Dat de strategische objectieven van de EU en China vroeg of laat zullen botsen valt niet uit te sluiten. En in de huidige turbulente tijden kan zelfs het kleinste conflict uitdraaien op een regelrechte handelsoorlog.

Opportuniteiten en randvoorwaarden voor samenwerking

Hoe kan het risico van botsende belangen dan verkleind worden? Door in samenwerkingen in te zetten op complementariteit: China is goed in het valoriseren van nieuwe technologieën door ze toe te passen in producten die goed verkopen. Europa is dan weer sterk in het finetunen van bestaande technologieën. Met name in toepassingsgebieden waar de EU en China dezelfde maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden hebben kan technologische samenwerking waardevol zijn, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidszorg – beide regio’s hebben te kampen met vergrijzing, milieuvervuiling en de impact van klimaatverandering. Verder bedraagt de export van diensten naar China voorlopig minder dan 15% van de handel in goederen. Dat China de omslag maakt naar een diensteneconomie opent perspectieven.

De randvoorwaarden voor een goede samenwerking met China? In al haar handels- en investeringsrelaties huldigt de EU het heilige principe van de reciprociteit of wederkerigheid. De EU is bereid om de eigen markt op te stellen op voorwaarde dat EU-bedrijven toegang krijgen tot de markt van haar handelspartners.  Ze verwacht van handelspartners dat die de multilaterale regels met betrekking tot markttoegang, subsidies en IP respecteren. Bovendien is de EU voorstander van verregaande vrijhandelsverdragen die niet alleen een liberalisering van de handel in goederen op het oog hebben, maar ook diensten, landbouw, publieke aanbestedingen, samenwerking op het gebied van regelgeving en duurzame ontwikkeling omvatten.

Wat nu?

In een klimaat van toenemend protectionisme is het zaak vertrouwen te scheppen en zo veel mogelijk win-winkansen te benutten.

Zo is het duidelijk dat noch China, noch de EU te winnen heeft bij het sluiten van de markt voor buitenlandse directe investeringen. Beter is het om duidelijke afspraken te maken. De auteurs zijn dan ook van mening dat het na vijf jaar onderhandelen tijd wordt om de investeringsovereenkomst tussen de EU en China af te ronden.

Ook adviseren ze om ernaar te streven dat er tegen 2025 ook een samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en China gesloten wordt. Zo’n overeenkomst zou een vrijhandelsverdrag omvatten en afspraken voor nauwere samenwerking in innovatie, gezondheidszorg en duurzaamheid.

Verder zouden beide partijen de krachten moeten bundelen voor de financiering en realisatie van de Belt-and-Roadprojecten die de EU-lidstaten aanbelangen. En ten slotte zouden de EU en China samen het multilateraal systeem kunnen versterken door zich in te zetten voor open markten en globalisering.

Bron: Working paper “EU-China trade and investment relations in turbulent times: a European perspective”, gebaseerd op de keynote speech van Filip Abraham tijdens de 4th International Conference on China's Rise and Internationalization: Challenges and Impacts Regionally and Globally. Deze conferentie vond plaats op 7 en 8 december 2018 in Ningbo, China en was georganiseerd door Edith Cowan University (Australië), KU Leuven, Ningbo University (China) en Yokohama National University (Japan), in samenwerking met Dongbei University en Xi’an Jiaotong University (China), Vlerick Business School en Ho Chi Minh Open University (Vietnam).

Over de auteurs
Filip Abraham is gewoon hoogleraar internationale economie aan de KU Leuven en professor en partner aan de Vlerick Business School. Jan Van Hove is hoofdeconoom bij de KBC Group en deeltijds docent internationale economie aan de KU Leuven.

Accreditaties
& rankings

Equis Association of MBAs AACSB Financial Times